Nieuwsbrief oktober 2020

In dit nummer onder andere:

  • Nieuwe berekening KIA in 2021
  • Plan wijziging liquidatieverliesregeling bekend
  • Volledige aftrek voorbelasting ondanks meeprofiterende derde
  • Hoge Raad keurt navordering na overlijden schenker goed
  • Nieuwe BIK-regeling om investeringen te stimuleren
  • Misschien vrijstelling overdrachtsbelasting voor starters

De ondernemer en de dga

Nieuwe berekening KIA in 2021
Vanaf 1 januari 2021 is de berekening van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) minder gunstig voor participanten in samenwerkingsverbanden met buitenvennootschappelijke investeringen. Deze ondernemers moeten het totaal van de KIA berekenen aan de hand van de som van de investeringen van het samenwerkingsverband en hun buitenvennootschappelijke investeringen. Vervolgens hebben zij recht op een aandeel in de KIA dat overeenkomt met hun aandeel in de eerdergenoemde som van investeringen.

Tip!
Aan de andere kant is het wel de bedoeling dat de KIA per onderneming gaat gelden. Dit maakt het minder problematisch om meer dan een onderneming te drijven.

Aankoop bedrijfspand wordt misschien duurder
Per 1 januari 2021 stijgt het algemene tarief voor de overdrachtsbelasting misschien van 6% naar 8%. Alleen voor woningen blijft het lage tarief van 2% gelden. Tenminste, als het gaat om een eigen woning. Een ondernemer die een woning koopt om deze te verhuren, moet vanaf 2021 het normale tarief van 8% betalen.

Wet om eerder tot schuldakkoord te komen
Momenteel kan een akkoord over het terugbrengen van schulden alleen tot stand komen als alle betrokken schuldeisers en aandeelhouders daarmee instemmen. Daardoor heeft elke individuele betrokkene een reden om instemming te weigeren en daarmee een betere positie voor zichzelf te creëren. Dit maakt het vaak moeilijk, zo niet onmogelijk om tot overeenstemming te komen. Daarom heeft de Eerste Kamer de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) aangenomen. Deze wet moet de mogelijkheden voor een herstructurering van schulden vergroten. Dit gebeurt doordat de rechter een akkoord kan bevestigen, dat de steun heeft van de meerderheid. Een individuele schuldeiser of aandeelhouder kan dan een akkoord over het terugbrengen van de schulden niet meer dwarsbomen. Ondernemingen die vanwege een te zware schuldenlast failliet dreigen te raken maar beschikken over bedrijfsactiviteiten die nog wel levensvatbaar zijn, kunnen door deze wet makkelijker doorgaan met deze activiteiten. Zo kunnen zij een faillissement voorkomen.

Vennootschapsbelasting

Plan wijziging liquidatieverliesregeling bekend
Op 15 september 2020 heeft het kabinet het wetsvoorstel gepresenteerd dat in beginsel de liquidatieverliesregeling wijzigt voor boekjaren die op of na 1 januari 2021 beginnen. De wijziging betreft de regeling voor aftrek van liquidatieverliezen, voor zover het liquidatieverlies meer bedraagt dan € 5 miljoen. Een dergelijk verlies is alleen aftrekbaar als het gaat om een liquidatie van een Nederlandse vennootschap of een vennootschap gevestigd in een EU-/EER-staat. Daarnaast moet de holding een zogeheten kwalificerend belang houden in de ontbonden vennootschap. Men moet zowel in het vereffeningsjaar als in de vijf voorafgaande jaren voldoen aan deze voorwaarden. Bij een liquidatieverlies van hooguit € 5 miljoen verandert er niets. Is de nieuwe regeling van toepassing, dan is het liquidatieverlies in principe uiterlijk in het derde jaar na aanvang van de vereffening aftrekbaar.

Tip!
Er zal een soort overgangsrecht gelden. Bij een (besluit tot) staking vóór 1 januari 2021 is men bijvoorbeeld onder voorwaarden niet gebonden aan die driejaarstermijn.

Onder voorwaarden onbeperkte voorwaartse verliesverrekening
Nu is de voorwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting beperkt tot zes jaar. Het kabinet wil deze beperking in de tijd laten vervallen. Maar bedragen de verliezen uit voorafgaande jaren gezamenlijk meer dan een bedrag van € 1 miljoen? Dan zal de verrekening in een bepaald jaar slechts plaatsvinden tot een bedrag van € 1 miljoen vermeerderd met 50% van de belastbare winst of het Nederlandse inkomen. Men dient dit bedrag aan winst of Nederlands inkomen echter eerst te verminderen met een bedrag van € 1 miljoen. De voorgestelde beperking zal ook van toepassing zijn op de achterwaartse verliesverrekening. De termijn voor achterwaartse verliesverrekening van één jaar blijft echter ongewijzigd. Is een verlies als gevolg van de voorgestelde beperking in een jaar niet volledig voorwaarts of achterwaarts verrekenbaar? Dan kan men dit verlies in een volgend jaar met inachtneming van dezelfde beperking verrekenen.

Let op!
De voorgestelde wijzigingen met betrekking tot de voorwaartse verliesverrekening zullen gelden voor alle verrekenbare verliezen die ontstaan vanaf 1 januari 2022. Of die ultimo 2021 nog voorwaarts verrekenbaar zijn.

Innovatiebox wordt inderdaad duurder
Dit jaar zijn winsten uit immateriële activa in de fiscale innovatiebox nog effectief belast tegen 7%. Per 1 januari 2021 stijgt dit effectieve tarief naar 9%. Het kabinet heeft dit voornemen bevestigd door het op te nemen in het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2021.

Let op!
Voordat het innovatieboxtarief van toepassing is, moeten de voordelen uit het immateriële activum een bepaalde drempel overschrijden. Deze drempel bestaat in beginsel heel grofweg gezegd uit het saldo van de voortbrengingskosten en de opbrengsten van de immateriële activa in de innovatiebox.

BTW

Combinatie van bezit, beheer en tbs leidt tot FE btw
De Belastingdienst kan onder voorwaarden twee of meer btw-ondernemers aanmerken als een fiscale eenheid (FE) voor de omzetbelasting. Deze ondernemers moeten dan in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zo verweven zijn, dat zij een eenheid vormen. Zo oordeelde Rechtbank Gelderland dat een bv en een paar andere vennootschappen financieel en organisatorisch met elkaar waren verweven. Dat kwam doordat de bv de enig bestuurder en aandeelhouder van de andere vennootschappen was. Daarnaast stelde de bv bedrijfsmiddelen ter beschikking aan de andere vennootschappen. De vennootschappen hadden deze bedrijfsmiddelen nodig om hun onderneming te kunnen drijven. Daardoor was sprake van economische verwevenheid en daarmee een FE voor de omzetbelasting.

Let op!
In tegenstelling tot de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting is de FE voor de omzetbelasting niet optioneel.

Btw-vrijgestelde managementdiensten voor artsenmaatschap
Vaak zijn managementdiensten aan een derde belaste prestaties voor de omzetbelasting. Uit een uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland blijkt echter dat dit onder meer niet zo is als de managementactiviteiten bijkomstig van aard zijn. In deze zaak ging het bijvoorbeeld om een maatschap van medisch specialisten. Naast hun vrijgestelde medische diensten verleenden de maten managementdiensten voor een ziekenhuis. Het ziekenhuis nam echter de managementdiensten af zodat de medische diensten efficiënter plaatsvonden. Daarom waren de managementdiensten ondergeschikt aan de medische diensten. Beide soorten diensten waren dan ook vrijgesteld van btw.

Volledige aftrek voorbelasting ondanks meeprofiterende derde

Het Hof van Justitie van de EU oordeelt dat ook recht op volledige aftrek van voorbelasting kan bestaan als een uitgave van een btw-ondernemer mede ten goede aan een derde. Voor een integrale aftrek moet in zo’n situatie wel een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaan tussen de uitgaven en de economische activiteit van de belastingplichtige. Bovendien moet het voordeel voor de derde ondergeschikt zijn aan de behoeften van het bedrijf van de belastingplichtige.

Let op!
Kan de ondernemer een deel van de uitgaven doorberekenen aan de derde die daar ook profijt van heeft? Dan is dit een omstandigheid waarmee de belastingrechter rekening moet houden bij het vaststellen van het recht op aftrek van voorbelasting.

Familievermogensrecht

Hoge Raad keurt navordering na overlijden schenker goed
De Belastingdienst heeft in principe twaalf jaar de tijd om schenkbelasting na te vorderen over een bestanddeel van het belastbar bedrag dat is opgekomen of wordt gehouden in het buitenland. Bij een verzwegen schenking kan deze termijn in beginsel ingaan als de schenker of begunstigde overlijdt. De Hoge Raad ziet hierin een belemmering van het kapitaalverkeer. Maar in principe is deze belemmering toegestaan volgens het Unierecht.

Let op!
Voor erfbelasting die niet is betaald vanwege het verzwijgen van buitenlands vermogen geldt in beginsel een onbeperkte navorderingstermijn.

Erkenning Nederlands levenstestament door België
Op 30 september 2020 België heeft het Haagse Meerderjarigenbeschermingsverdrag 2000 geratificeerd. Dit verdrag treedt op 1 januari 2021 in werking. Het gevolg is dat in Nederland ondertekende levenstestamenten dan ook in België worden erkend. Nederland heeft het verdrag in 2000 ondertekend, maar nog niet geratificeerd. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) steunt de oproep van de EU om het verdrag te ratificeren. Het verdrag moet onder andere ervoor zorgen dat er duidelijke internationale regels komen over de erkenning van levenstestamenten in internationale situaties. Momenteel is onduidelijk in welke niet-verdragslanden een levenstestament wordt erkend.

Inspecteur moest zoeken naar aanwijzing huwelijksgemeenschap
Stel dat een in gemeenschap van goederen gehuwde dga via een verkoop van een pand een voordeel uit terbeschikkingstelling behaalt. Zijn echtgenoot krijgt dan fiscaal gezien de helft toegerekend. Geeft de echtgenoot per abuis dit voordeel niet op? En bevat de verkoopovereenkomst een aanwijzing van het bestaan van de huwelijksgemeenschap? Dan kan de fiscus volgens de Hoge Raad later niet navorderen wegens een gebrek aan een nieuw feit.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Nieuwe BIK-regeling om investeringen te stimuleren
De staatssecretaris van Financiën heeft onlangs de voorwaarden bekendgemaakt om van een nieuwe regeling gebruik te mogen maken. Deze regeling heet de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). De investeringskorting geldt slechts voor nieuwe investeringen in bedrijfsmiddelen. Deze eis houdt in dat de investeringsverplichting is aangegaan op of na 1 oktober 2020. Daarbij moeten de investeringen tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022 volledig zijn betaald. Het bedrijfsmiddel moet binnen zes maanden na die volledige betaling in gebruik zijn genomen. Bedrijven die aan deze voorwaarden voldoen, mogen 3% van de investeringen verrekenen met hun loonheffingen. Dit percentage geldt alleen voor zover de investeringen maximaal € 5 miljoen per kalenderjaar bedragen. Voor het meerdere geldt een percentage van 2,44%. Voor alle aanvragen geldt een ondergrens van € 1.500 per bedrijfsmiddel en € 20.000 per aanvraag. Na 31 december 2022 zal de regeling eindigen.

Tip!
De BIK kan samengaan met andere investeringsregelingen zoals de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek en willekeurige afschrijving.

Tijdelijke vrijstelling pseudo-eindheffing RVU-uitkering
Onder de huidige regels is een werkgever over een uitkering uit een Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) in beginsel 52% pseudo-eindheffing verschuldigd. Maar er ligt een wetsvoorstel om op 1 januari 2021 een drempelvrijstelling in te voeren. Voor zover de RVU-uitkering onder de drempel blijft, hoeft de werkgever geen pseudo-eindheffing te betalen. Bij een hogere RVU is de werkgever over het overschot 52% pseudo-eindheffing verschuldigd. De maximale vrijgestelde RVU-uitkering is gekoppeld aan het bedrag van de AOW-uitkering. De drempelvrijstelling kent wel enkele voorwaarden. Als uitgangspunt geldt bijvoorbeeld een bedrag van € 1.767 bruto per maand.

Let op!
De vrijstelling voor de pseudo-eindheffing is tijdelijk. Per 31 december 2025 komt deze regeling te vervallen.

Voorwaarden NOW 3 bekend
Op 28 augustus 2020 had het kabinet bekendgemaakt de tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) te verlengen. De voorwaarden en wijzigingen van de NOW 3 zijn inmiddels in hoofdlijnen bekend gemaakt. Het beoogde tijdvak waarbinnen men aanvragen kan doen voor de derde tranche van de NOW-3 is 16 november tot en met 13 december 2020. Het beoogde aanvraagtijdvak voor de vierde tranche is 15 februari tot en met 14 maart 2021. Voor de vijfde tranche is het beoogde aanvraagtijdvak 17 mei tot en met 13 juni 2021. Deze regeling treedt in werking met ingang van 10 oktober 2020. Zij vervalt met ingang van 1 september 2023.

Auto

Klant moet juist kentekenbewijs tijdens proefrit hebben
Autohandelaren kunnen zich motorrijtuigenbelasting (mrb) besparen door de handelaarsregeling toe te passen. Maar dan moeten zij bij een proefrit hun klant wel het juiste kentekenbewijs meegeven. Krijgt de klant namelijk te maken met een controle en kan hij het kentekenbewijs niet overleggen? Dan kan de Belastingdienst mrb naheffen bij de autohandelaar en hem een boete opleggen. De wet biedt geen tegenbewijsregeling en verplicht de fiscus evenmin om de boete te matigen als sprake is van een foutje.

Toekomstvoorzieningen

Nederland mag heffen over riant, maar oud Belgisch pensioen
Onder voorwaarden mag Nederland belasting heffen over een uitkering van het Belgische overlevingspensioen die aan een Nederlander is toegekend. Dit pensioen mag dan echter niet bovenmatig zijn. Maar een pensioen dat is opgebouwd vóór 31 december 1994, is niet zo snel bovenmatig. Toen gold namelijk nog geen vaste wettelijke norm voor een reguliere pensioenaanspraak. Zo’n aanspraak moest wel in overeenstemming zijn met wat men maatschappelijk aanvaardbaar achtte. Dat betekent dat een werknemer op basis van veertig dienstjaren met een opbouw van 1,75% per dienstjaar uitkwam op een uitkering van 70% van het laatstverdiende loon. In een zaak voor Hof Den Haag bedroeg het pensioen 71% van het laatstverdiende loon. Maar de desbetreffende Belgische ambtenaar had 45 jaar gewerkt. Daardoor steeg het toegestane maximum steeg naar 78,75%. Het pensioen was dus niet bovenmatig en viel daarom onder de normale regels voor pensioenen.

Eigen woning

Misschien vrijstelling overdrachtsbelasting voor starters
Het kabinet heeft op Prinsjesdag 2020 een wetsvoorstel gepresenteerd om tijdelijk de verkrijging van een eigen woning onder voorwaarden vrij te stellen van overdrachtsbelasting. De vrijstelling zal gelden voor kopers van minstens achttien maar minder dan 35 jaar oud. Zij mogen bovendien de vrijstelling niet eerder hebben gebruikt. Daarom moet de koper een verklaring opstellen waarin staat dat hij de vrijstelling niet eerder heeft toegepast. Hij moet eveneens verklaren dat hij de woning gaat gebruiken om zelf te bewonen. De vrijstelling geldt niet voor kopers van uitsluitend de economische eigendom. Als het voorstel wordt aangenomen, zal deze vrijstelling gelden van 1 januari 2021 tot 1 januari 2026.

Let op!Let op!
De Raad van State heeft grote kritiek geuit op het wetvoorstel. Het valt daarom niet te garanderen dat het allemaal doorgaat.
Let op!

Geef tijdig gegevens door ouders verstrekte hypotheek op
Veel kopers van een eigen woning lenen geld bij professionele financiële instellingen die onder een administratieplicht vallen. Maar de kopers mogen ook een eigenwoningschuld aangaan bij andere financiers, bijvoorbeeld hun ouders. In dat geval moet de eigenwoningbezitter jaarlijks in zijn IB-aangifte (de wijzigingen in) bepaalde data verstrekken. Het is van belang dat de eigenwoningbezitter deze gegevens verstrekt in de aangifte voordat de aanslag definitief wordt. Zo was een vrouw in een zaak voor Hof Arnhem-Leeuwarden vergeten de rente over haar schuld aan haar vader op te geven. Pas toen de aanslag definitief vaststond, verzocht zij om een ambtshalve vermindering. Maar de fiscus weigerde, omdat de aanslag niet te hoog was. Door de gegevens over de lening van haar vader niet door te geven, voldeed de vrouw namelijk niet aan de voorwaarden voor de aftrek van deze rente. De inspecteur hoeft daarom van het hof het verzoek om een ambtshalve vermindering niet te honoreren.

Let op!
Als de niet-administratieplichtige schuldeiser een natuurlijk persoon is, moet de eigenwoningbezitter onder andere de naam, het adres en het BSN of vergelijkbare fiscaal identificatienummer van deze schuldeiser verstrekken.
Let op!

Administratieve verplichtingen

Ook bij late aanslag is snel bezwaar raadzaam
Het komt voor dat de Belastingdienst een aanslag verstuurt die niet aankomt bij de belastingplichtige. De belastingplichtige kan vermoeden dat iets is fout gegaan als de inspecteur al zijn voornemen heeft bekend gemaakt om een aanslag op te leggen en deze aanslag uitblijft. Als een belastingplichtige pas veel later dan de dagtekening van de aanslag op de hoogte raakt van de hoogte van de aanslag, krijgt hij meer tijd om in bezwaar te gaan. Maar dan moet hij ook wel zo snel als redelijkerwijs mogelijk handelen! Als hij vier weken wacht, is dat te lang. Zijn bezwaarschrift is dan in beginsel niet-ontvankelijk.