Nieuwsbrief oktober 2019

In dit nummer onder andere:

  • Voorstel om de zelfstandigenaftrek te verlagen
  • Tijdig aangifte vennootschapsbelasting doen wordt lonender
  • Deel gebouw gebruikt voor niet-economische activiteiten, maar toch herziening
  • Vrije ruimte neemt toe in 2020
  • Overgangsrecht voor onzuivere saldolijfrenten
  • Bestaan van opgevraagde stukken moet redelijk zeker zijn

De ondernemer en de DGA

Voorstel om de zelfstandigenaftrek te verlagen

Het Belastingplan 2020 bevat onder meer het voorstel om de zelfstandigenaftrek per 2020 met acht stappen van € 250 en een stap van € 280 te verlagen van € 7.280 in 2019 naar € 5.000 in 2028. De zelfstandigenaftrek komt dan dus uit op circa twee derde van het huidige niveau. Toch denkt de staatssecretaris van Financiën dat zelfstandigen tot en met 2028 in de meeste gevallen er nog steeds erop vooruit zullen gaan. Hij stelt dat tegenover de afbouw van de zelfstandigenaftrek maatregelen staan die de lasten verlichten, zoals de verhoging van de arbeidskorting.

Bestuursrechtelijke dwangsom en bij strafbeschikking opgelegde boete niet aftrekbaar

Vanaf 1 januari 2020 zijn bestuursrechtelijke dwangsommen niet langer aftrekbaar in de winstbelastingen (inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting). Hetzelfde geldt voor vergelijkbare buitenlandse dwangsommen. Privaatrechtelijke dwangsommen blijven echter gewoon aftrekbaar. De meeste geldboeten waren al niet aftrekbaar, maar de huidige wet sluit de aftrek van een boete die bij strafbeschikking is opgelegd, nog niet uit. In het Belastingplan 2020 is een maatregel opgenomen om deze boete eveneens van aftrek af te sluiten.
Let op!
Het aftrekverbod geldt voor het eerst voor dwangsommen die na 31 december 2019 zijn verbeurd en voor strafbeschikkingen die na 31 december 2019 zijn uitgevaardigd.

Inspecteur kan onterecht verleende ondernemersaftrek terugnemen

Soms volgt de inspecteur een aangifte van een belastingplichtige die opgeeft dat hij ondernemer is. Als later blijkt dat toch geen sprake is van fiscaal ondernemerschap, kan de fiscus een eventuele toegekende ondernemersaftrek terugnemen. Hof Den Haag heeft dit onlangs bevestigd in een zaak waarin een man de activiteiten van zijn eenmanszaak omschreef als een ‘Bemiddelingsbureau kinderopvang’. De Belastingdienst volgde een aantal jaren zijn aangiftes, maar constateerde later dat de man feitelijk nooit ondernemer was geweest. Het hof stond toe dat de fiscus de eerder onterecht genoten ondernemersaftrek terugnam.

Vennootschapsbelasting

Innovatiebox wordt minder voordelig

Als B.V.’s en N.V.’s winst behalen met innovatieve activiteiten, hoeven zij over dit deel van de winst minder vennootschapsbelasting te betalen. Voor deze innovatieve winsten geldt namelijk de zogeheten innovatiebox. Nu vallen voordelen van uit de innovatiebox in beginsel tegen een effectief tarief van 7%. Maar het kabinet is van plan om dit effectieve tarief te verhogen naar 9%.
Let op!
De staatssecretaris van Financiën heeft dit plan nog niet in de vorm van een wetsvoorstel gepresenteerd. Het is de bedoeling dat het pas vanaf 2021 gaat gelden.

Tijdig aangifte vennootschapsbelasting doen wordt lonender

Als een lichaam zijn aangifte vennootschapsbelasting indient vóór de eerste dag van de zesde maand na afloop van het tijdvak waarop de aangifte ziet, is deze aangifte tijdig ingediend. Bij een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar moet de aangifte dus vóór 1 juni zijn ingediend. Onder de huidige wetgeving kan de Belastingdienst ook bij een tijdige aangifte belastingrente berekenen. Dit is het geval zodra de aangifte na de eerste dag van de vierde maand na afloop van het boekjaar (1 april bij een kalenderjaar als boekjaar) wordt ingediend. Voorgesteld is nu om geen belastingrente in rekening te brengen als de aangifte op tijd is ingediend. Dus voor de eerste dag van de zesde maand na afloop van het tijdvak. Bovendien moet de fiscus de aanslag opleggen conform de ingediende aangifte.
Let op!
Deze maatregel zal al toepassing zijn voor belastingaanslagen over tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2019.

Einde voor betalingskorting vennootschapsbelasting

Als belastingplichtigen de verschuldigde belasting in één keer betalen in plaats van in maandelijkse termijnen, krijgen zij in bepaalde gevallen een betalingskorting van de Belastingdienst. Het kabinet is van plan deze betalingskorting voor de vennootschapsbelasting af te schaffen per 1 januari 2021.
Tip!
Op het aanslagbiljet is een eventueel verleende betalingskorting te zien. Dat geldt nu eveneens nog voor (voorlopige) aanslagen vennootschapsbelasting.

BTW

Elektronische uitgaven gaan onder btw-tarief à 9% vallen

Het verlaagd btw-tarief van 9% (percentage 2019) zal vanaf 1 januari 2020 ook gelden voor boeken, educatieve informatie voor het onderwijs, dagbladen, tijdschriften en dergelijke in elektronische vorm. Btw-ondernemers mogen het verlaagde tarief ook toepassen op het verlenen van toegang tot nieuwswebsites zoals die van dagbladen, weekbladen en tijdschriften.
Let op!
Bestaan de elektronische uitgaven respectievelijk nieuwswebsites uitsluitend of hoofdzakelijk uit reclamemateriaal, video-inhoud of beluisterbare muziek? Dan is het verlaagde btw-tarief niet van toepassing.

Deel gebouw gebruikt voor niet-economische activiteiten, maar toch herziening

Als een btw-ondernemer een onroerende zaak gedurende negen jaren na het jaar van eerste ingebruikname in een andere verhouding tussen btw-belaste prestaties en andere prestaties gaat gebruiken, vindt een herziening van de btw plaats. Deze herziening vindt plaats voor een tiende deel van de voorbelasting. Herziening kan echter alleen plaatsvinden voor zover de ondernemer deze zaak in zijn hoedanigheid als btw-ondernemer heeft aangeschaft. Voor zover de ondernemer de onroerende zaak heeft aangeschaft als niet-ondernemer, bestaat geen recht op aftrek voorbelasting en is herziening niet mogelijk. De Belastingdienst mag echter niet zo snel ervan uitgaan dat iemand een zaak in de hoedanigheid van niet-ondernemer aanschaft. Zelfs als een btw-ondernemer een pand vanaf het moment van eerste ingebruikname mede heeft gebruikt voor een niet-economisch activiteit, kan hij dat pand als btw-ondernemer hebben verworven. Bij een latere wijziging in gebruik kan dan toch een herziening plaatsvinden.
Let op!
In de negen jaren na eerste ingebruikname vindt geen herziening plaats als het gebruik voor hooguit 10% wijzigt.

Geen btw-aftrek voor algemene kosten gratis, los af te nemen dienst

Sommige organisaties verrichten btw-belaste prestaties en activiteiten die geen economisch karakter hebben, bijvoorbeeld omdat zij om niet plaatsvinden. De ondernemer kan de btw-aftrek op de algemene kosten in principe toch volledig aftrekken als de niet-economische activiteiten deel uitmaken van de btw-belaste prestaties. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft echter geoordeeld dat niet-economische activiteiten geen deel uitmaken van de btw-belast prestaties als beide activiteiten los van elkaar zijn af te nemen. Als de afnemer van de ene prestatie niet per se ook gebruik moet maken van de andere prestatie, zijn beide activiteiten namelijk zelfstandig. En dan moet de ondernemer in principe volgens de pro rata-methode de btw over de algemene kosten aftrekken.

Familievermogensrecht

Nieuwe rekenmethode belastingrente bij afwijkende aangiftetermijn erfbelasting

De Belastingdienst brengt nu geen belastingrente in rekening als u voor de eerste dag van de negende maand na een overlijden een aangifte erfbelasting indient of een verzoek om een voorlopige aanslag doet. Daarbij geldt als aanvullende voorwaarde dat de inspecteur de aanslag overeenkomstig uw aangifte of verzoek oplegt. In de Overige fiscale maatregelen 2020 is een voorstel te vinden om deze regeling ook toe te passen in situaties waarin de aangiftetermijn niet begint op de dag van het overlijden. Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als vanwege een zwangerschap onzekerheid bestaat over de persoon van de erfgenaam. De aangifte of het verzoek om een voorlopige aanslag moet u dan hebben ingediend binnen de aangiftetermijn die in de betreffende situatie geldt.
Let op!
Als u de aangifte niet tijdig hebt ingediend, zal de Belastingdienst op basis van de nieuwe regeling pas belastingrente berekenen vanaf het moment waarop de voor die situatie geldende aangiftetermijn is overschreden.

Modernisering van verdeling van pensioenen voor scheidende partners

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de minister van Rechtsbescherming hebben een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. De voorgestelde wet beoogt de verdeling van pensioenen bij scheidingen te moderniseren. Als de voorgestelde wet in werking treedt, krijgen beide ex-partners een zelfstandig recht op een deel van het pensioen dat ze tijdens het huwelijk hebben opgebouwd. Dit geeft ex-partners meer inzicht in wat hun financiële situatie zal zijn na pensionering. Ex-partners zullen bovendien niet langer afhankelijk van elkaars pensioendatum zijn. Het overlijden van een van beide ex-partners zal evenmin invloed meer hebben op de pensioenuitkering van de ander.
Tip!
Ex-partners zullen ook kunnen aangeven dat zij het pensioen niet willen verdelen of dat zij andere afspraken maken over de verdeling. De 50/50-verdeling van het pensioen staat los van de hoogte van beide pensioenen. Het betreft dus geen verdeling van de meestverdienende partner naar de minstverdienende partner.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Vrije ruimte neemt toe in 2020

Dit jaar bedraagt de vrije ruimte 1,2% van het belastbare loon dat u als werkgever betaalt, inclusief bijzondere beloningen. Vanaf 2020 wordt de vrije ruimte verhoogd. Over de eerste € 400.000 van de loonsom past u een percentage van 1,7 toe. Voor het meerdere blijft het percentage van 1,2 gelden. Dit betekent dat u als werkgever vanaf 2020 € 2.000 extra vrije ruimte tot uw beschikking kunt hebben. Wellicht bespaart u daardoor 80% eindheffing over € 2.000.
Tip!
De berekening van de vrije ruimte vindt per werkgever plaats, niet per werknemer. Daardoor kunt u als werkgever de ene werknemer meer dan 1,2% van zijn loonsom aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen ontvangt en een andere werknemer minder dan 1,2%. Het maakt het niet uit hoe u de vrije ruimte verdeelt, zolang de vergoedingen en verstrekkingen gebruikelijk zijn.

Vergoeding Verklaring omtrent gedrag vrij te vergoeden

Voor sommige beroepen zijn werknemers wettelijk verplicht om aan de werkgever een Verklaring omtrent gedrag (VOG) te overleggen. Maar zelfs als werknemers daartoe niet verplicht zijn, vragen werkgevers geregeld om een VOG. Veel werkgevers vergoeden in dat geval de aanvraagkosten. Om te voorkomen dat de werknemer heffing is verschuldigd over die vergoeding, brengen de werkgevers de vergoeding ten laste van de vrije ruimte. Het Belastingplan 2020 bevat het voorstel om de vergoeding van de kosten van de VOG aan de werknemer gericht vrij te stellen, zodat deze niet meer ten laste van de vrije ruimte komt.

Producten uit eigen bedrijf tegen waarde in het economische verkeer

Een werkgever kan zijn werknemers een vergoeding toe kennen in de vorm van producten die het bedrijf zelf produceert. Bijvoorbeeld door deze producten om niet te verstrekken of tegen een voordelige prijs. Het verschil tussen de waarde van de producten en een eventueel te betalen vergoeding is in principe belast loon. De werkgever moet onder de huidige wetgeving de waarde van de producten uit eigen bedrijf bepalen op het bedrag dat hij aan derden in rekening zou brengen. Er bestaat echter een gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten van 20% van de waarde in het economische verkeer van deze producten. De waarde in het economische verkeer van de branche-eigen producten is echter niet per definitie gelijk aan de prijs die het bedrijf derden in rekening brengt. Om de regeling te vereenvoudigen bevat het belastingplan 2020 een voorstel om de waarde van het product uit eigen bedrijf steeds te stellen op de waarde in het economische verkeer.

Auto

Elektrisch rijden wordt minder fiscaal aantrekkelijk

Uit een wetsvoorstel dat op Prinsjesdag 2019 is gepresenteerd blijkt dat het rijden met elektrische auto’s minder interessant wordt. Nu krijgt u in beginsel nog te maken te maken met een bijtelling wegens privégebruik van 4% voor zover de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 50.000. Voor zover de waarde hoger is, bedraagt de bijtelling 22%. Vanaf 1 januari 2020 zal de bijtelling 8% zijn voor zover de cataloguswaarde niet meer bedraagt dan € 45.000. Over het meerdere is een bijtelling van 22% van toepassing. U mag echter het lage bijtellingspercentage over de hele waarde toepassen als de auto een CO2-uitstoot van nihil heeft en op waterstof kan rijden? En voor auto’s die onder overgangsrecht vallen, mag u ook nog een tijdje de oude bijtelling hanteren.
Let op!
Na de eerste wijziging van de bijtellingspercentages en CO2-uitstootgrenzen na de eerste toelating op de weg van de auto gelden de oude percentages en grenzen nog gedurende zestig maanden. Deze termijn begint op de eerste dag van de maand na de datum van eerste toelating. Daardoor geldt voor veel auto’s die zijn aangeschaft vóór 1 januari 2017 een bijtelling van 25%!

Ga bij BPM-berekening niet uit van volledig schadeherstel

In principe verlaagt de schade die een auto heeft geleden de grondslag voor de berekening van de BPM. Maar Hof Arnhem-Leeuwarden vindt het te ver gaan om bij de berekening van het schadebedrag uit te gaan van een volledig herstel van de schade volgens de meest dure methode. Niet iedere euro aan schade of herstelkosten komt volledig in mindering op de handelsinkoopwaarde van een voertuig, zo meent het hof. Het gaat er bij de berekening van de BPM-grondslag erom, dat men de waarde van een voertuig met schade in de juiste verhouding brengt tot de waarde van voertuigen die afgezien van de schade vergelijkbaar zijn. Maar deze vergelijkbare voertuigen zullen ook sporen van gebruik vertonen. Daarom daalt de waarde van zo’n voertuig niet met de kosten van het wegwerken van die normale gebruiksschade, aldus het hof.

Toekomstvoorzieningen

Overgangsrecht voor onzuivere saldolijfrenten

Op grond van overgangsrecht uit 2001 vindt belastingheffing over oude lijfrente-uitkeringen pas plaats nadat de uitkeringen meer bedragen dan de inleg, die niet in aftrek is gekomen. De regering zou deze regeling per 1 januari 2021 beëindigen. Daarbij zou een afrekenverplichting ontstaan bij de overgang van de polis van box 1 naar box 3. U zou dan in één keer belasting moeten betalen over de waarde van uw polis minus de premies die u niet kon aftrekken. Het voorstel is nu om de regeling na 1 januari 2021 voort te laten bestaan zonder afrekenverplichting. Deze maatregel geldt ook voor bepaalde buitenlandse pensioenen.
Let op!
Als u voor uw saldolijfrenten helemaal geen premies kon aftrekken, is sprake van een zuivere saldolijfrente. Het voorgestelde overgangsrecht zal niet gelden voor zuivere saldolijfrenten. Zuivere saldolijfrenten gaan dus wel per 1 januari 2021 naar box 3 met een afrekenverplichting.

Geen toerekening door dga genoten ODV-termijn aan erfgenaam

De Belastingdienst heeft een vraag & antwoordbesluit opgesteld over uitkeringen uit een oudedagsverplichting (ODV). De vraag is wat men moet doen als een dga zijn pensioen in eigen beheer heeft omgezet in een ODV, het uitkeren van de ODV-termijnen al is begonnen en gedurende de uitkeringsperiode de dga overlijdt. De gedachte is dat het recht op de resterende ODV-termijnen overgaat op de erfgenamen van de dga. Moet men dan een uitgekeerde termijn van de ODV van de periode waarin de dga overlijdt naar evenredigheid toedelen aan de dga en zijn erfgenamen? Het antwoord luidt dat in deze situatie uitsluitend het recht op de nog niet uitgekeerde ODV-termijnen overgaat op erfgenamen. De erfgenamen verkrijgen dus geen recht op (een evenredig deel van) de ODV-termijnen die voor het overlijden al zijn uitgekeerd aan de overleden dga.

Eigen woning

Opgenomen hypotheek moet tijdig zijn besteed

Als u nogal wat tijd laat verlopen tussen het aangaan van een lening en het besteden van het geleende bedrag, is de inspecteur geneigd om te betwisten dat de lening is aangegaan ten behoeve van uw eigen woning. Het is dan nog maar de vraag of u de hypotheekrente volledig kunt aftrekken. Zo had een man in een zaak voor Rechtbank Den Haag € 50.000 van een bank geleend. De man beweerde dat het hele bedrag een eigenwoningschuld was. Maar de Belastingdienst geloofde dat de man maar € 15.669 had gebruikt voor uitgaven voor verbetering of onderhoud van zijn eigen woning. De rechtbank volgde het standpunt van de Belastingdienst. Een omstandigheid die tegen de man pleitte, was dat hij in de jaren 2003, 2004, 2008, 2009 en 2010 facturen had betaald met het geleende geld. Door dit tijdsverloop tussen de uitbetaling van een deel van het krediet aan de man en de betaling van de overlegde facturen lag het verband met de eigen woning niet voor de hand.

Administratieve verplichtingen

Bestaan van opgevraagde stukken moet redelijk zeker zijn

Hoewel de Belastingdienst ruime bevoegdheden heeft als het gaat om het opvragen van informatie, zijn er wel grenzen. De inspecteur mag geen ‘fishing expedition’ houden. Van zo’n ‘fishing expedition’ is bijvoorbeeld sprake als de fiscus in een informatiebeschikking vraagt naar stukken waarvan niet bekend is of ze bestaan. Zo stelde de inspecteur in een zaak voor Hof Arnhem-Leeuwarden dat hij al beschikte over documenten met betrekking tot een aantal transactie met panden. Hij wist nog niet zeker of hij alle stukken had en vroeg de belanghebbende, een dga, om hem eventuele andere relevante stukken te overleggen. Nu de inspecteur in algemene termen had gevraagd naar stukken die misschien niet eens bestonden, had hij lopen vissen. In zo’n geval bestaat voor de rechter genoeg reden om de informatiebeschikking te vernietigen.