Nieuwsbrief oktober 2018

In dit nummer onder andere:

  • Extra heffing dreigt voor dga met grote schuld aan B.V.
  • Verlaging vennootschapsbelastingtarief op komst
  • Verkoper moet slopen om nieuwbouw te realiseren
  • Aansprakelijkheid van erfgenamen wordt uitgebreid
  • Vanaf 2019 minder voordeel van elektrisch rijden
  • Versnelde versobering hypotheekrenteaftrek

De ondernemer en de DGA

Extra heffing dreigt voor dga met grote schuld aan B.V.

Hoewel de zogeheten rekening-courantmaatregel niet in het Belastingplan 2019 is opgenomen maar alleen is aangekondigd in de Miljoenennota, leidt deze regel tot de nodige ophef. Grofweg gezegd houdt deze maatregel in dat voor zover u als dga meer dan € 500.000 verschuldigd bent aan uw B.V., de Belastingdienst het overschot aanmerkt als verkapte dividenduitkering. Het gaat dus niet alleen om rekening-courantschulden, maar om alle schulden aan de eigen B.V. De uiteindelijke wettekst komt waarschijnlijk pas in voorjaar 2019.
Let op!
Ook nu kan de inspecteur een overmatige schuld aan de eigen B.V. bestempelen als verkapt dividenden. Maar onder de huidige wetgeving is hij degene die moet bewijzen dat er geen reële kans is dat u als dga uw schuld aflost.

Vanaf 2019 drie jaar minder tijd om aanmerkelijkbelangverlies te verrekenen

Onder de huidige wetgeving kunt u uw verliezen uit aanmerkelijk belang (ab) verrekenen met de winst uit het voorafgaande jaar (achterwaartse verliesverrekening) en de winsten uit de negen jaren na het verliesjaar (voorwaartse verliesverrekening). De voorwaartse verliesverrekening wordt in 2019 verkort naar zes jaar. Hetzelfde geldt overigens ook voor de voorwaartse verliesverrekening bij B.V.’s.

Aan onderneming dienstbare bovenwoning mag ondernemingsvermogen zijn

Stel een ondernemer koopt een bedrijfspand met een bovenwoning. Onder voorwaarden kan dan sprake zijn van keuzevermogen. Zeker als de bovenwoning op enig manier dienstbaar is aan de onderneming, mag de ondernemer het hele pand rekenen tot zijn ondernemingsvermogen. Bij dienstbaar zijn aan de onderneming kunt u denken aan het gebruik van een tussendeur in de hal om het bedrijfsdeel vanuit de bovenwoning te betreden. Of het aanbrengen van een reclame-uiting op de gevel van de bovenwoning. Het verrichten van de bedrijfsadministratie in de bovenwoning kan men ook aanmerken als een vorm van dienstbaar zijn. Heeft u als ondernemer zo’n aan de dienstbare bovenwoning gerekend tot uw ondernemingsvermogen? Dan kunt u later niet meer het standpunt innemen dat sprake is van een verkeerde etikettering.

Vennootschapsbelasting

Verlaging vennootschapsbelastingtarief op komst

Volgens de voorgestelde Wet bronbelasting 2020 dalen de tarieven van de vennootschapsbelasting per 1 januari 2019. Nu is de eerste schijf (belastbare winst tot € 200.000) nog belast tegen 20%; dit wordt 19%. Het tarief van 25% over de tweede schijf vanaf € 200.000 zal dalen naar 24,3%. In 2020 en 2021 zullen de tarieven verder dalen naar 17,5% en 16% respectievelijk 23,9% en 22,25%.

Vanaf 2019 maximaal 30% van de winst aan rente aftrekbaar

Als de plannen van het kabinet doorgaan, krijgen B.V.’s en andere vennootschapsbelastingplichtige lichamen over de boekjaren die op of na 1 januari 2019 beginnen te maken met een nieuwe, algemene renteaftrekbeperking. In wezen komt deze maatregel erop neer dat het saldo van de betaalde en ontvangen rente aftrekbaar is tot maximaal 30% van de gecorrigeerde winst. Met de gecorrigeerde winst wordt bedoeld de winst vóór interest, belasting, afschrijving en andere waardedalingen. Bovendien zal de renteaftrekbeperking een drempel kennen van € 1 miljoen. Het niet-aftrekbare deel is in beginsel wel door te schuiven. Deze maatregel is bedoeld om bedrijven te stimuleren om meer met eigen vermogen te financieren.

BTW

Verkoper moet slopen om nieuwbouw te realiseren

Als een oud gebouw op een perceel door een verbouwing zeer grote wijzigingen ondergaat, kan daardoor een onroerende zaak ontstaan die voor de heffing van btw als nieuw kwalificeert. Hetzelfde geldt voor een perceel waarvan het gebouw wordt gesloopt. De verkoop van een nieuwe (hooguit twee jaar geleden voor het eerst gebruikte) onroerende zaak is belast met btw. In beginsel geldt dan een vrijstelling van overdrachtsbelasting. Maar uit een recent arrest van de Hoge Raad blijkt dat hier nog wat haken en ogen aanzitten. Behoren de sloop- en verbouwingswerkzaamheden die zijn verricht tot het tijdstip van levering tot de prestatie die de verkoper tegenover de koper is overeengekomen? Dan is het oude pand inderdaad gesloopt en heeft de koper een nieuwe onroerende zaak gekregen. Is het feitelijk de koper die de sloop of verbouwing verricht, dan is geen sprake van een levering van een nieuwe onroerende zaak. De koper moet dan gewoon overdrachtsbelasting betalen.

Tip!
De vrijstelling van overdrachtsbelasting bij een btw-belaste levering van een onroerende zaak geldt niet als de onroerende zaak is gebruikt als bedrijfsmiddel en de koper de voorbelasting (deels) kan aftrekken. Maar onder twee voorwaarden is de vrijstelling toch van toepassing. Ten eerste moet de koper de onroerende zaak verkrijgen binnen zes maanden na de eerste ingebruikname of eerdere verhuur. Daarnaast moet de verkrijging worden opgenomen in een notariële akte. Deze akte moet passeren binnen de termijn waarin de verkrijging moet plaatsvinden.

Dien btw-aangifte in voordat de fiscus gaat naheffen!

Als u als btw-ondernemer niet binnen de geldende termijn uw aangifte omzetbelasting indient en de verschuldigde btw afdraagt, mag de Belastingdienst u een naheffingsaanslag opleggen. Dient u alsnog uw aangifte, maar pas nadat de bezwaartermijn tegen de naheffingsaanslag is verstreken? Dan hoeft de inspecteur uw aangifte niet aan te merken als een bezwaarschrift, maar mag hij het behandelen als een verzoek om ambtshalve teruggaaf. Als hij dit verzoek afwijst, kunt u daartegen niet in beroep gaan. Rechtbank Noord-Nederland heeft geoordeeld dat het zonder meer accepteren van zo’n late aangifte door de fiscus een ontkrachting van de bezwaartermijn zou vormen. De situatie is overigens anders als u wel tijdig uw aangifte indient en later over hetzelfde tijdvak verzoekt om een teruggaaf. Zo’n verzoek om teruggaaf is tijdig als het is ingediend voordat de bezwaartermijn tegen de voldoening op aangifte is verstreken. Vraag ons om meer informatie hierover.

Familievermogensrecht

Aansprakelijkheid van erfgenamen wordt uitgebreid

De Overige Fiscale maatregelen 2019 bevatten een maatregel die de fiscus meer mogelijkheden geeft om erfgenamen aansprakelijk te stellen voor onbetaalde erfbelasting. Komen pas na het overlijden van de erflater naheffings- en navorderingsaanslagen en aansprakelijkheidsschulden op? Dan zijn erfgenamen zonder deze maatregel tot maximaal het bedrag van hun erfenis aansprakelijk te stellen. De Belastingdienst mist daardoor soms verhaalsmogelijkheden omdat mensen hun vermogen vlak voor hun overlijden wegschenken. De erfgenaam heeft dan immers geen of slechts een kleine erfenis ontvangen. De nieuwe maatregel breidt de aansprakelijkheid uit met het bedrag van schenkingen die kort (tot 180 dagen) voor het overlijden van de erflater zijn ontvangen. Deze uitbreiding van de aansprakelijkheid geldt niet voor schenkingen die zijn vrijgesteld van schenkbelasting.

Let op!
Als deze maatregel wordt aangenomen, gaat zij met terugwerkende kracht in. Namelijk al vanaf 18 september 2018 (15.15 uur).

Samenlevingscontract toch echt nodig voor partnervrijstelling

In een zaak voor Hof Den Bosch wilde een vrouw de partnervrijstelling in de erfbelasting toepassen. Zij had samen met de erflater gewoond en ze hadden een gemeenschappelijk graf geregeld. De vrouw stond echter op het moment van het overlijden van de erflater in 2014 niet ingeschreven op zijn adres in de basisregistratie personen. Vanaf 1 januari 2010 kwalificeerde zij daardoor niet meer als partner van de erflater. Volgens de vrouw had de wetgever overgangsrecht moeten treffen. Dit had hij nagelaten, zodat de vrouw vond dat de rechter dit gebrek moest herstellen. Het hof ziet echter geen reden om af te wijken van de onmiddellijke intreding van de wetswijziging. De vrouw is evenmin zo hard getroffen door de wetgeving, dat geen sprake meer is van ‘fair balance’. Het hof verklaart daarom het beroep van de vrouw ongegrond.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Pas dienstbetrekking bij loonbetalingsverplichting

Een van de voorwaarden voor de aanwezigheid van een dienstbetrekking is dat de opdrachtgever is verplicht om de arbeidskracht loon uit te betalen. Daarom is bijvoorbeeld een bemiddelingsbureau geen werkgever van de opdrachtnemer aan wie zij geen loon hoeft uit te betalen. Zo oordeelde ook Hof Amsterdam in een zaak waarin een vrouw werkte als ziekenverzorgende. De inspecteur meende dat de vrouw onder meer bij een bemiddelingsbureau in dienstbetrekking werkte. Het hof is het daar niet mee eens. Het bureau bemiddelde wel tussen de vrouw en een zorgvrager en verzorgde ook de facturering. Maar de zorgvrager betaalde direct aan de vrouw. De vrouw kon zelfs het bemiddelingsbureau nooit aansprakelijk stellen voor de betaling van de declaraties. Het bemiddelingsbureau had dus geen loonbetalingsplicht tegenover de vrouw en was evenmin haar werkgever.

In 2019 hogere belastingvrije vergoeding vrijwilligers mogelijk

Bent u betrokken bij een organisatie die gebruik maakt van vrijwilligers en hen daarvoor een onbelaste vrijwilligersvergoeding kan verstrekken? Dan is het goed om te weten dat de hoogte van de maximale vergoedingen stijgt per 1 januari 2019. Nu geldt nog een maximum van € 150 per maand en € 1.500 per kalenderjaar. Deze plafonds worden per 1 januari 2019 verhoogd tot € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar.

Auto

Pas het 18e ritje naar de golfbaan is zakelijk

Sommige dga’s maken zakelijke kilometers met een auto van de zaak vanwege bezoeken aan golfbanen met potentiële relaties. De Belastingdienst zal dan vaak stellen dat op zijn minst een deel van die ritten een privékarakter heeft. Daardoor riskeert de dga al gauw een bijtelling op zijn loon. Een recente uitspraak van Hof Den Bosch maakt dit probleem er niet beter op. Een dga had 79 ritten met de auto van de zaak gemaakt naar golfclubs. Dit met als doel het kunnen spelen van golf met (potentiële) zakelijke relaties. De dga hield een sluitende kilometeradministratie bij en meende dat de bijtelling achterwege kon blijven. Maar het hof stelt vast dat personen die in een vergelijkbare positie verkeren als de dga gemiddeld 17 keer een bezoek brengen aan een golfbaan. Van de door de dga aangegeven zakelijke kilometers vanwege de bezoeken aan de golfbaan moet men volgens het hof 17 van de 79 ritten aanmerken als privé. Daardoor had de dga op jaarbasis meer dan 500 km privé gereden. Hij kreeg dus toch te maken met een bijtelling vanwege privégebruik van de auto van de zaak.

Vanaf 2019 minder voordeel van elektrisch rijden

De overheid wil de gunstige fiscale regels voor de elektrische auto beperken. Vanaf 2019 levert een ‘dure’ elektrische auto van de zaak een hogere bijtelling voor het privégebruik op. Als de auto namelijk duurder is dan € 50.000, geldt voor het meerdere een bijtelling van 22 in plaats van 4%. Bovendien zal vanaf 2021 ook voor elektrische auto’s een bijtelling van 22% gelden. Echter bij een verandering van de bijtellingspercentages heeft men wel te maken met overgangsrecht. De bijtelling die geldt op het moment van aankoop van de (elektrische) auto, geldt in principe voor zestig maanden. Voor een volledig elektrische auto betaalt u nu geen motorrijtuigenbelasting. Een plug-inhybride kost u nu maar de helft van de normale motorrijtuigenbelasting. Deze regelingen in de motorrijtuigenbelasting blijven waarschijnlijk bestaan tot 2021. Voor volledig elektrische auto’s betaalt u bij aanschaf geen bpm. Ook dit blijft naar verwachting zo tot 2021.

Tip!
Bent u van plan een elektrische auto aan te schaffen? Dit kunt u het beste nog in 2018 doen. Met optimaal gebruik van het overgangsrecht profiteert u dan nog tot 2023 van de lage bijtelling van 4%.

Buitenlandse rit kan ook tot kwalificatie gebruikte auto leiden

Op de bpm die u bij registratie van een auto in Nederland moet betalen, mag u een korting toepassen als sprake is van een gebruikte auto. Hebt u een auto in het buitenland als nieuw gekocht en later in Nederland laten registreren? Dan gaat het volgens de Hoge Raad om de staat van de auto op het moment waarop het belastbare feit plaatsvindt. En het belastbare feit voor de bpm is de registratie in het Nederlandse kentekenregister. Het is mogelijk dat u al in het buitenland voldoende kilometers met de auto hebt afgelegd om deze te laten kwalificeren als gebruikte auto. De Hoge Raad merkt nog op dat de intentie waarmee een en ander heeft plaatsgevonden niet van belang is voor de beoordeling van de staat van de auto.

Toekomstvoorzieningen

Te veel dekkingsvermogen voor pensioen is ook niet goed

Het nalaten van een aanmerkelijk belang in een B.V. wordt bij fictie aangemerkt als een vervreemding van de aandelen. In beginsel is de waardestijging van de aandelen dan belast bij de erflater, al zullen zijn erfgenamen zijn aangifte inkomstenbelasting moeten afhandelen. Het nalaten van een aanmerkelijk belang in een B.V. met een materiële onderneming kan plaatsvinden zonder heffing van inkomstenbelasting. Maar men kan alleen ondernemingsvermogen en maximaal 5% van de waarde in het economische verkeer van de bezittingen en schulden van de desbetreffende onderneming doorschuiven. Over de rest van het beleggingsvermogen vindt een fiscale afrekening plaats. Voor de Hoge Raad kwam de vraag hoe het zit als de B.V. een pensioenverplichting bevat en als dekking beleggingsvermogen aanhoudt. De Hoge Raad oordeelt dat de activa die een B.V. aanhoudt in verband met de pensioenverplichting alleen als beleggingsvermogen kwalificeren voor zover zij de waarde van deze verplichting overstijgen. De activa mogen in waarde wel een beetje uitkomen boven de commerciële waarde van de pensioenverplichting. Maar maak het niet te gek. Een beleggingsvermogen van meer dan 9,5 keer de commerciële waarde van de pensioenverplichting is bijvoorbeeld niet redelijk.

Bewijs onbenut laten premieaftrek en pas saldomethode toe

Als u een lijfrenteverzekering bent aangegaan maar hebt nagelaten de premie af te trekken, kunt u onder voorwaarden de saldomethode toepassen. Dat wil zeggen dat de lijfrente-uitkering pas wordt belast op het moment dat deze de niet afgetrokken premie overstijgt. Het is echter wel zo dat u aannemelijk moet maken dat u de lijfrentepremies inderdaad niet hebt afgetrokken van uw inkomen.

Eigen woning

Versnelde versobering hypotheekrenteaftrek

Het toptarief, waartegen u als eigenwoningbezitter uw hypotheekrente kunt aftrekken, werd al jaarlijks ingeperkt. Maar deze versobering zal vanaf 2020 nog sneller plaatsvinden. Dit blijkt uit het Belastingplan 2019. Nu kunt u de hypotheekrente aftrekken tegen maximaal 49,5%. In 2020 zal dat nog maar 46% bedragen. Uiteindelijk daalt het toptarief waartegen u de hypotheekrente kunt aftrekken naar 37,05% in 2023.

Hypotheek mag eigen middelen vervangen

Hebt u de uitgaven van uw eigen woning eerst uit eigen middelen gefinancierd, maar wilt u hiervoor later alsnog een lening aangaan? Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is dat mogelijk, en de Belastingdienst moet dan in principe uw hypotheekrenteaftrek accepteren. Hierbij geldt wel een belangrijke voorwaarde: u moet aannemelijk kunnen maken dat u op het moment van het betalen van die kosten het oogmerk had om die kosten te financieren door een geldlening. De latere geldlening moet ook voor dat doel zijn aangegaan.

Administratieve verplichtingen

Financiën wil kortere procedure informatiebeschikking

De staatssecretaris van Financiën wil de rechtsgang rondom de informatiebeschikkingsprocedure verkorten. Volgens een evaluatierapport functioneert de informatiebeschikking kennelijk niet goed met betrekking tot de administratieverplichting. Onder meer belastingplichtigen uit het MKB ondervinden hiervan hinder. De staatssecretaris is het eens met deze conclusie en is van plan om de administratieverplichting los te koppelen van de informatiebeschikking. Hij wil wel de kostenvergoedingsbeschikking in stand laten. Verder heeft hij het idee om met één feitenrechter te werken voorgelegd aan de Raad voor de Rechtspraak.

Geen omkering van bewijslast bij geringe belastingderving

Als de inspecteur aan de hand van een boekenonderzoek bij uw bedrijf ontdekt dat uw aangifte fouten bevat waardoor u te weinig belasting hebt betaald, kan hij stellen dat u niet hebt voldaan aan uw aangifteplicht. De Belastingdienst kan dan zelf de hoogte van uw belastingaanslag vaststellen. Bent u het niet eens met de hoogte van deze aanslag, dan geldt een omkering van de bewijslast. U moet in deze situatie aannemelijk maken dat de berekening van de fiscus niet klopt. Dat is geen geringe opgave. Maar gelukkig mag de Belastingdienst niet zo snel concluderen dat u uw aangifteplicht hebt verzaakt. De inspecteur moet aantonen dat u zowel relatief als absoluut een aanzienlijk bedrag aan belasting niet hebt betaald. Anders kan de inspecteur niet op basis van inhoudelijke gebreken stellen dat u uw aangifteplicht hebt verzaakt. Uit rechtspraak is af te leiden dat een percentage van 10% soms al voldoende is voor een relatief bedrag aan niet betaalde belasting. Maar voor een absoluut aanzienlijk bedrag heeft men het echter vaak wel over enkele duizenden euro’s. In kleinere bedrijven zal een paar honderd euro aan te weinig betaalde belasting dus ruim onvoldoende zijn om een omkering van de bewijslast te rechtvaardigen. Bent u in geschil geraakt met de fiscus en denkt u dat de inspecteur u met de bewijslast wil opzadelen? Neem dan contact met ons op om u in dit geschil bij te staan.