Nieuwsbrief oktober 2017

In dit nummer onder andere:

  • Aanscherping dubbele zakelijkheidstoets
  • Voorstel om btw-landbouwvrijstelling af te schaffen
  • Gelijke verdeling huwelijksgemeenschap wordt geen schenking
  • Ook pseudo-eindheffing hoge vertrekvergoeding over voorwaardelijk optierecht
  • Achterblijver kan 50% hypotheekrente niet als alimentatie aftrekken
  • Belastingschuldige moet ook plan met bodemzaken melden

De ondernemer en de DGA

In buitenland gegroeide waarde kan in Nederland belast zijn

Stel dat een buitenlands belastingplichtige een aanmerkelijk belang (5% of meer) verkrijgt in een Nederlandse B.V. Na verloop van tijd immigreert hij naar Nederland. Heeft de buitenlandse belastingdienst geen belasting geheven over de waardeaangroei van de aandelen? Dan zal de aanmerkelijkbelanghouder voor het bepalen van de verkrijgingsprijs van zijn aandelen op het moment van remigratie moeten uitgaan van de historische verkrijgingsprijs. Tenminste, als het belastingverdrag de voordelen uit de vervreemding van aandelen belast in de woonstaat (in dit geval Nederland).

Verlaging energie-investeringsaftrek in 2018

In het Belastingplan 2018 is opgenomen dat per 1 januari 2018 de energie-investeringsaftrek zal worden verlaagd met 0,5 procentpunt. De energie-investeringsaftrek komt daarmee in 2018 uit op 54,5%. De energie-investeringsaftrek daalde al op 1 juli 2017 van 57,5% naar 55%.

Uitponden vereist winstoogmerk

Het uitponden van onroerende zaken kan belast zijn als overige werkzaamheden. Daarvoor is onder meer vereist dat de belastingplichtige de onroerende zaak aankoopt met de bedoeling om met een doorverkoop een voordeel te behalen. Dit voordeel moet ook redelijkerwijs voorzienbaar zijn. In een recente zaak voor Rechtbank Den Haag had een dga in privé een kantoorpand gekocht, dat hij ter beschikking stelde aan een B.V. waarin hij via zijn holding 51% van de aandelen hield. Nog geen maand later richtte de holding een nieuwe B.V. op die binnen drie maanden het kantoorpand kocht van de dga. De inspecteur meende dat de dga het pand had gekocht om het uit te ponden. Hij kon echter niet bewijzen dat de dga de hele tijd al van plan was geweest om het pand snel met redelijkerwijs te verwachten winst door te verkopen. Van uitponden was daarom geen sprake, wel van terbeschikkingstelling.

Vennootschapsbelasting

Aanscherping dubbele zakelijkheidstoets

In beginsel is de rente over een schuld aan een verbonden persoon niet aftrekbaar als deze schuld verband houdt met een besmette rechtshandeling. Deze situatie doet zich bijvoorbeeld voor als een B.V. een dividenduitkering schuldig blijft aan een verbonden persoon. Deze zogeheten antiwinstdrainagemaatregel is onder meer niet van toepassing als wordt voldaan aan de dubbele zakelijkheidstoets. Deze houdt in dat zowel het aangaan van de schuld als het verrichten van de besmette rechtshandeling voor meer dan 50% is gebaseerd op zakelijke overwegingen. Volgens de Hoge Raad wordt aan de dubbele zakelijkheidstoets voldaan als de schuld die formeel aan een verbonden lichaam is verschuldigd feitelijk is verschuldigd aan een derde. In het Belastingplan 2018 wordt voorgesteld de wet zo aan te passen dat de uitleg van de Hoge Raad niet meer opgaat. Ook bij feitelijke verschuldigdheid aan een derde moet men aantonen dat de besmette rechtshandeling uit overwegend zakelijke overwegingen heeft plaatsgevonden.

Fiscale eenheid met buitenlandse vaste inrichting

Als een moedervennootschap samen met een dochtervennootschap tot een fiscale eenheid behoort, is nu een fiscaal voordeel te behalen als de dochtervennootschap een buitenlandse vaste inrichting heeft. Dit is namelijk het geval als de moeder aan de dochter een licentie verstrekt die toerekenbaar is aan de buitenlandse vaste inrichting. In dat geval betaalt de vaste inrichting een royalty aan de moeder zonder dat deze betaling fiscaal zichtbaar is binnen de fiscale eenheid. Daardoor kan de zogeheten voorkomingswinst een royaltyvergoeding omvatten. De voorkomingswinst is de winst waarover Nederland een tegemoetkoming ter voorkoming van dubbele belasting moet verlenen. Als het buitenland wel de aftrek van royalty’s toestaat, stelt Nederland meer vrij dan in het buitenland is belast. Op grond van de Overige fiscale maatregelen 2018 wordt vanaf 1 januari 2018 bij de berekening van de te verlenen vrijstelling in beginsel gedaan of er geen fiscale eenheid is. Hiermee zou volgens de staatssecretaris van Financiën het probleem zijn opgelost.

Geplande aanpak van verliesconstructie

Vorig jaar was de volgende zaak voor Hof Den Bosch gekomen. Een tussenhoudstermaatschappij was opgenomen in een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Deze tussenhoudstermaatschappij verliet de fiscale eenheid en werd enkele maanden later geliquideerd. De fiscale eenheid claimde daarbij een aftrekbaar liquidatieverlies. Dit verlies werd veroorzaakt door een waardedaling van de deelneming die de tussenhoudstermaatschappij hield in een dochtermaatschappij. Feitelijk was de waarde van de dochtermaatschappij vóór de verkrijging door de tussenhoudster al gedaald. Volgens de letterlijke wettekst kond daardoor de fiscale eenheid het liquidatieverlies aftrekken. Het hof vond dit te ver afwijken van doel en strekking van de wet en stond de verliesaftrek niet toe. Maar het hof gaf de fiscus ook de opdracht om de wettekst aan te passen. In de Overige fiscale maatregelen 2018 is daarom voorgesteld om het opgeofferd bedrag van een dochtermaatschappij na het verbreken van de fiscale eenheid te zetten op de fiscale boekwaarde of de lagere waarde in het economische verkeer.

BTW

Voorstel om btw-landbouwregeling af te schaffen

Het demissionair kabinet heeft op Prinsjesdag een voorstel tot het afschaffen van de btw-landbouwregeling bekend gemaakt. Dankzij de btw-landbouwregeling zijn landbouwers, veehouders, tuinbouwers en bosbouwers voor hun agrarische prestaties geen omzetbelasting verschuldigd. Daartegenover staat dat zij ten aanzien van deze prestaties geen recht op aftrek van voorbelasting hebben. Wel hebben landbouwers recht op een forfaitaire aftrek van voorbelasting. De regeling moet per 1 januari 2018 komen te vervallen, maar er zal wel overgangsrecht gelden.

Aansprakelijkheid pandhouder voor btw over verkochte zaak

Een pand- of hypotheekhouder kan zich verhalen op de opbrengst van de verkoop van een zaak van de schuldenaar als het pand- of hypotheekrecht op de verkochte zaak rustte. De btw die de koper van de verkochte zaak betaalt, behoort in dat geval tot de verkoopopbrengst waarop de pand- of hypotheekverstrekker zich mag verhalen. In het Belastingplan 2018 wordt voorgesteld om in dat geval de pand- of hypotheekhouder hoofdelijk aansprakelijk te maken voor de verschuldigde btw.

Familievermogensrecht

Gelijke verdeling huwelijksgemeenschap wordt geen schenking

Onder de huidige wetgeving is vaak onduidelijk wat de gevolgen zijn voor de schenkbelasting als echtgenoten door het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden een niet-gelijk aandeel in de huwelijksgemeenschap afspreken of kiezen voor een andere huwelijksgemeenschap. Op Prinsjesdag is het voorstel bekend gemaakt om hierin duidelijkheid te brengen. Als echtgenoten vanaf 2018 trouwen in een beperkte huwelijksgemeenschap met beperkte delen of kiezen voor een algehele huwelijksgemeenschap met gelijke delen, blijft de heffing van schenkbelasting achterwege. Dit is overigens anders bij een nephuwelijk. Fiscaal gezien leidt het wijzigen van de delen in de huwelijksgemeenschap pas tot een schenking als de echtgenoot met het minste vermogen een aandeel van meer dan 50% in het totaal verkrijgt. Of als de meest vermogende echtgenoot zijn aandeel ziet toenemen.

Voorgestelde navorderingstermijn bij late aangifte schenkbelasting

De Overige fiscale maatregelen 2018 bevat een voorstel om de navorderingstermijn voor de schenkbelasting bij een te late aangifte te wijzigen. Nu kan de inspecteur een (navorderings)aanslag opleggen na de dag van de aangifte als deze aangifte te laat is ingediend. Het is de bedoeling dat vanaf 1 januari 2018 de aanslagtermijn voor de schenkbelasting ingaat op de dag nadat aangifte schenkbelasting is gedaan als de aangifte meer dan vier maanden na het einde van het jaar van schenking is ingediend.
Let op!
Als geen of te laat aangifte schenkbelasting is gedaan en zowel de schenker als de begiftigde een rechtspersoon is, vervalt de heffingsbevoegdheid van de inspecteur twintig jaar na de schenking.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Ook pseudo-eindheffing hoge vertrekvergoeding over voorwaardelijk optierecht

Als een werknemer bij het beëindigen van zijn dienstverband een excessieve vertrekvergoeding ontvangt, moet de werkgever daarover in bepaalde omstandigheden een pseudo-eindheffing afdragen. Voor zover het bedrag, dat de werknemer geniet in het laatste kalenderjaar van zijn dienstbetrekking, voortvloeit uit een werknemersoptie die is toegekend vóór het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking eindigt, telt het niet als een excessieve vertrekvergoeding. Nu is het nog zo dat deze uitzondering ook geldt als het optierecht slechts voorwaardelijk is toegekend. Vanaf 1 januari 2018 moet het gaan om optierechten die (tijdig) onvoorwaardelijk zijn toegekend of geworden.
Let op!
De pseudo-eindheffing vertrekvergoeding blijft achterwege in het geval dat het zogeheten toetsloon van de werknemer hooguit € 540.000 (bedrag 2017) bedraagt. Als het dienstverband minstens twee jaren heeft geduurd, is het toetsloon gelijk aan het loon dat de werknemer heeft genoten in het tweede jaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking eindigt.

Geen 30%-regeling als werknemer optie na uitzending uitoefent

Een werkgever kan zijn werknemers bij wijze van (extra) beloning opties toekennen die de werknemers het recht geven om tegen een bepaalde prijs aandelen in de werkgever zelf of in een verbonden vennootschap te kopen. Het voordeel dat de werknemers bij de uitoefening of vervreemding van deze zogeheten werknemersopties behalen, is belast loon. Daardoor is de loonheffing ook verschuldigd in het tijdvak waarin de uitoefening of vervreemding plaatsvindt. Stel nu dat een buitenlandse werknemer met toepassing van de 30%-regeling in Nederland gaat werken en gedurende zijn dienstverband werknemersopties krijgt toegekend. Als hij deze opties pas na afloop van de uitzending vervreemdt, valt het voordeel dan onder de 30%-regeling? Nee, zo oordeelt de Hoge Raad. Het genoten voordeel uit de uitoefening van de werknemersopties houdt voldoende verband met de dienstbetrekking om tot het loon te behoren. Maar als de werknemer Nederland verlaat, is hij op dat moment geen ingekomen werknemer meer voor de toepassing van de 30%-regeling. En dus valt het voordeel uit de werknemersopties niet onder deze regeling.
Let op!
Voor de toepassing van de regeling voor werknemersopties is een vennootschap verbonden met de werkgever als een van beiden een belang van minstens een derde in de ander heeft. Van verbondenheid is ook sprake als een derde vennootschap zowel in de werkgever als in de tweede vennootschap een belang heeft van minstens een derde.

Auto

Werkelijke waardedaling in 2018 vaker te gebruiken

Als een al geregistreerd motorrijtuig dusdanig wordt verbouwd dat het dan pas de hoedanigheid krijgt van personenauto, bestelauto of motorrijwiel, moet opnieuw registratie plaatsvinden waarover BPM is verschuldigd. En ook in het geval een bestelauto waarvoor een BPM-vrijstelling is verkregen binnen vijf jaar na de registratie niet meer voldoet aan de voorwaarden voor de vrijstelling, moet men BPM betalen. In beide gevallen mag een vermindering van BPM worden toegepast vanwege het feit dat de motorrijtuigen al zijn gebruikt. Volgens de huidige wettekst wordt de vermindering toegepast aan de hand van een forfaitaire afschrijvingstabel. Maar de Hoge Raad heeft geoordeeld dat de belastingplichtige in deze gevallen ervoor moet kunnen kiezen om de vermindering te baseren op de werkelijke afschrijving over het motorrijtuig. Het Belastingplan 2018 verwerkt deze mogelijkheid in de wet.

Massa rijklaar wordt grondslag MRB

Momenteel vormt de ‘eigen massa’ van een motorrijtuig ‘de grondslag voor de motorrijtuigenbelasting (MRB). Tot 1 januari 2014 stond de eigen massa vermeld op het papieren kentekenbewijs als ‘massa ledig voertuig’. Op de huidige kentekencard staat alleen de term ‘massa rijklaar’ vermeld. Daarom stelt het demissionair kabinet voor om de eigen massa als grondslag voor de MRB te vervangen door de massa rijklaar. De massa rijklaar is 100 kilogram hoger dan de eigen massa van een motorrijtuig. Het is echter niet de bedoeling dat de wijziging in grondslag leidt tot een hogere MRB, dus zullen de desbetreffende tabellen ook worden aangepast.

Toekomstvoorzieningen

Potentiële uitkering pensioen ineens verhindert premieaftrek

Het belastingverdrag tussen Nederland en België bevat een regeling, waarbij gedurende een periode van vijf jaar de betaalde premies voor een Belgische pensioenregeling in aftrek kan komen. Aan deze aftrek zijn twee cumulatieve voorwaarden verbonden. Ten eerste moet de werknemer al sinds langere tijd aan de regeling deelnemen. Daarnaast moet de Belgische pensioenregeling in Nederland ook kwalificeren als zuivere pensioenregeling. In een zaak voor Rechtbank Zeeland-West-Brabant was niet voldaan aan deze voorwaarden. De zaak betrof een Belgische man die zijn Belgische pensioenregeling had voortgezet toen hij voor een Nederlandse werkgever ging werken in Nederland. Deze pensioenregeling bevatte de mogelijkheid om op of na de pensioendatum te kiezen voor een uitbetaling van een bedrag ineens. Daarmee was naar Nederlandse fiscale maatstaven geen sprake van een zuivere pensioenregeling. De pensioenpremies waren daarom niet in mindering op het fiscale loon te brengen.

Alleen PEB-B.V. kan pensioenafkoop opgeven

Het doen van aangifte loonheffingen voor een eventuele afkoop van het pensioen in eigen beheer (PEB) van de dga is alleen toegestaan voor de B.V. die dit pensioen beheert. Andere B.V.’s mogen de afkoop niet in hun aangifte loonheffingen verwerken. Zelfs de B.V. die de werkgever van de dga is, mag de afkoop niet opgeven als zij niet zelf het pensioen beheert. Maar de fiscus heeft gemerkt dat in de praktijk een en ander niet altijd goed gaat. De Belastingdienst waarschuwt werkgevers om hierbij op te letten. Als de verkeerde B.V. de afkoop heeft aangegeven, zal een correctie moeten plaatsvinden.

Eigen woning

Kosten gewoon binnenschilderwerk monumentenpand niet aftrekbaar

In principe vormen uitgaven voor het verrichten van binnenschilderwerk voor een monumentenpand geen aftrekbare onderhoudskosten. Zulke uitgaven zijn alleen aftrekbaar als zij samenhangen met onderhoudskosten die op zich wel aftrekbaar zijn of zien op bijzondere monumentale onderdelen waarvan het onderhoud te arbeidsintensief en te duur is voor huurders. In een zaak voor Rechtbank Gelderland had een eigenaar van een monumentenpand ook kosten voor binnenschilderwerk afgetrokken die niet voldeden aan de genoemde voorwaarden. De inspecteur had deze aftrek in eerste instantie geaccepteerd, omdat de facturen alleen repten over buitenschilderwerkzaamheden. Toen de Belastingdienst erachter kwam dat een aanzienlijk deel van het factuurbedrag zag op binnenschilderwerk, was volgens de rechtbank sprake van een nieuw feit. De inspecteur mocht het verschil in inkomstenbelasting navorderen.

Achterblijver kan 50% hypotheekrente niet als alimentatie aftrekken

Het komt in de praktijk geregeld voor dat beide echtgenoten aar voor de helft eigenaar zijn van de eigen woning. Als het huwelijk eindigt in een echtscheiding, kunnen de ex-echtgenoten overeenkomen dat een van hen de eigen woning blijft bewonen. De vertrekkend ex-echtgenoot zal dan vaak wel eisen dat de achterblijvende echtgenoot alle hypotheekrente betaalt. De vraag komt dan op of de achterblijvende ex-echtgenoot de volledige hypotheekrente kan aftrekken: 50% als eigenwoningrente en 50% als alimentatieverplichting. Hof Den Bosch verwerpt deze redenering. De helft van de betaling van de hypotheekrente is namelijk een tegenprestatie voor het mogen blijven bewonen van de eigen woning.
Tip!
Als de vertrekkende partner nog wel zijn aandeel in de hypotheekrente betaalt, kan hij deze nog twee jaar aftrekken mits zijn ex-partner de woning blijft bewonen.

Administratieve verplichtingen

Belastingschuldige moet ook plan met bodemzaken melden

Pandhouders en andere derden die van plan zijn handelingen te verrichten waardoor bodemzaken niet meer als zodanig kwalificeren, moeten dit melden aan de Belastingdienst. Bodemzaken zijn zaken van een derde die zich bevinden in een gebouw of op een terrein van de belastingschuldige. Omdat in de praktijk blijkt dat belastingschuldigen nogal eens meewerken aan constructies die het leggen van bodembeslag belemmeren, vallen zij per 1 januari 2018 ook onder de meldingsplicht. Deze maatregel is althans opgenomen in het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2018.

Digitaal wijzigingen doorgeven bij KvK

Wijzigingen van een rechtsvorm of de inschrijving van een nieuwe functionaris (bestuurder, vennoot, gemachtigde en dergelijke) binnen een bedrijf moet het bedrijf binnen één week doorgeven aan de Kamer van Koophandel (KvK). Zo’n wijziging geldt pas zodra deze is doorgevoerd in het Handelsregister. Aanvankelijk moest men voor het verzoek tot het wijzigen van gegevens in het Handelsregister een digitaal ingevuld webformulier printen. Dit webformulier moest men vervolgens voorzien van een legitimatiebewijs en opsturen per post. Nu kan men een verzoek tot het wijzigen van gegevens in het Handelsregister digitaal ondertekenen en online versturen. Wel is nog een betaling van € 0,01 via iDEAL nodig. De toevoeging van de identificatiestappen via DigiD maken het mogelijk het wijzigingsverzoek digitaal in te dienen.