Nieuwsbrief juni 2020

In dit nummer onder andere:

  • Samenwerkingsverband moet toch KIA verdelen
  • Nieuw: fiscale coronareserve
  • Mondkapjes vallen tijdelijk onder 0%-tarief
  • Opschortende voorwaarden houden schenkingen apart
  • Mogelijk ondersteuning voor fiscale flexwerkers
  • Eigenwoningbezitter mag betaling van rente en aflossing pauzeren

De ondernemer en de dga

Samenwerkingsverband moet toch KIA verdelen

De Hoge Raad heeft in een aantal arresten duidelijkheid verschaft over de berekening van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) bij samenwerkingsverbanden. Dat betreft de situatie waarin het totaal aan investeringen tot het maximale vaste bedrag in de tabel leidt. In zo’n geval moeten de vennoten in principe de totale aftrek onderling verdelen. Hoewel de wettekst hierin niet helemaal duidelijk is, sluit deze verdeling het beste aan bij de wetssystematiek. De Hoge Raad verwerpt daarmee de mogelijkheid dat iedere vennoot de maximale KIA kan claimen bij een totaal investeringsbedrag dat valt in de bandbreedte voor dat maximum.

Let op!
Deze zaak was in principe gericht op samenwerkingsverbanden zonder buitenvennootschappelijke investeringen. Een vennoot met buitenvennootschappelijke investeringen moet deze investeringen meenemen in de berekening van zijn investeringsaftrek.

Dga die zekerheid blijft stellen, handelt onzakelijk

Een dga die borg staat voor zijn verlieslijdende bv, loopt al snel het risico dat de Belastingdienst stelt dat deze borgstelling vanuit aandeelhoudersmotieven plaatsvindt. In dat geval kan de dga een eventueel borgstellingsverlies niet aftrekken als negatief resultaat uit overige werkzaamheden. Uit een recente uitspraak van Hof Amsterdam blijkt het te ruim zijn met zekerheid stellen aan de bank ook wijst op aandeelhoudersmotieven. In de desbetreffende zaak had de bank al allerlei zekerheden bedongen. Toch was de dga bereid om borg te staan om zo nog meer zekerheid te stellen. Een onafhankelijke derde zou zoiets niet doen. Of in ieder geval niet tegen een winstonafhankelijke vergoeding, aldus het hof. Daarom was deze borgstelling onzakelijk. Wilt u borg staan voor uw bv, neem dan contact met ons op om te kijken hoe u ver u kunt gaan.

Vennootschapsbelasting

Nieuw: fiscale coronareserve

Normaal gesproken is achterwaartse verliesverrekening pas mogelijk in de aangifte van het desbetreffende verliesjaar. Veel bedrijven zullen door de coronacrisis over 2020 een fiscaal verlies lijden. Dit verlies kunnen zij echter op zijn vroegst pas verrekenen in 2021, wanneer zij hun aangifte vennootschapsbelasting indienen. En vaak vindt deze aangifte veel later plaats. Het kabinet vindt het ongewenst dat bedrijven zo lang moeten wachten op de verrekening. Daarom mogen vennootschapsbelastingplichtige lichamen in het boekjaar 2019 een fiscale coronareserve opnemen. Het lichaam geeft de dotatie aan de coronareserve in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 op in de rubriek overige fiscale reserves. Deze coronareserve valt vervolgens vrij in het boekjaar 2020.

Let op!
Het vormen van een coronareserve is alleen toegestaan als de belastingplichtige verwacht in 2020 een verlies te lijden als gevolg van de coronacrisis. Dit verlies mag niet meer bedragen dan het totaal te verwachten verlies over 2020. Het resultaat over 2019 mag door de dotatie aan te coronareserve evenmin negatief worden.

Geen verrekening dividendbelasting op “uitgeleende” aandelen

Stel dat een bv aan een gelieerde vennootschap voor korte tijd aandelen uitleent. Voordat de dividenduitkering op de aandelen plaatsvindt, vraagt zij de aandelen weer terug. Zo ontvangt de bv het dividend en kan zij de dividendbelasting verrekenen met haar verschuldigde vennootschapsbelasting. Tenminste, als deze opzet slaagt. In een zaak voor Hof Amsterdam mocht de Belastingdienst de verrekening van dividendbelasting weigeren. Het hof geloofde niet dat de bv het desbetreffende dividend had genoten als juridisch eigenaar van de aandelen. Verder was niet aannemelijk dat de bv de uiteindelijk gerechtigde was tot het dividend. Hierbij speelde een rol dat de inlener van de aandelen een sturende invloed had op het steeds aflossen. Deze inlener hield bovendien indirect alle aandelen in de bv. Ten slotte kon de bv geen document overleggen dat haar weergave van de situatie ondersteunde.

Innovatiebox wordt wellicht duurder in 2021

De Staatssecretarissen van Financiën hebben de Eerste Kamer en de Tweede Kamer geïnformeerd over de maatregelen en wetsvoorstellen die zij verwachten op te nemen in het pakket Belastingplan 2021. Tot de maatregelen behoort ook een aanpassing van het effectieve tarief van de innovatiebox. Dit tarief is nu in beginsel 7%, maar zal stijgen naar 9%.

BTW

Mondkapjes vallen tijdelijk onder 0% btw-tarief

Tot 25 mei 2020 vielen mondkapjes onder het normale btw-tarief van 21%. Vanaf 25 mei geldt echter een speciaal btw-tarief van 0% voor de levering van mondkapjes. Dit tarief geldt voor alle typen mondkapjes (zowel medisch als niet-medisch) en voor alle verkopen. In tegenstelling tot bij een btw-vrijstelling blijft het recht van de ondernemer op vooraftrek intact bij het 0%-tarief. Het 0%-tarief zal tot in ieder geval 1 september 2020 gelden.

Tip!
Per 1 juni is het verplicht een mondkapje te dragen in openbaar vervoer. Dit mag een niet-medisch mondkapje zijn. Als gevolg van deze verplichting behoren de kosten van een mondkapje tot de werkelijke kosten van het openbaar vervoer. Voor dit soort kosten geldt een gerichte vrijstelling. Daardoor kunnen werkgevers de kosten van mondkapjes onbelast vergoeden aan werknemers die recht hebben op een onbelaste vergoeding voor reizen met openbaar vervoer.

Overname inventaris van debiteur telt als betaling voor btw

Stel, een exploitant van vastgoed verhuurt een onroerende zaak aan een huurder. Daarbij komen de partijen overeen dat zij opteren voor belaste verhuur. De verkoper behoudt dan in beginsel zijn recht op aftrek voorbelasting. Als de huurder zijn huur niet meer kan betalen, kan de verhuurder de niet-ontvangen btw terugvragen van de Belastingdienst. Neemt de verhuurder de inventaris van de huurder over en verrekent hij de waarde daarvan met de huurschuld? Dan heeft de debiteur in natura betaald. De btw over het in natura betaalde deel is niet terug te vragen van de fiscus.

Privégebruik woning onbelast ondanks onterechte etikettering

Het komt in de praktijk voor dat twee echtgenoten een woning laten bouwen voor eigen gebruik, maar toestaan dat hun onderneming de woning ook gebruikt. De echtgenoten drijven deze onderneming dan bijvoorbeeld via een vof, die een deel van de woning gebruikt. Stel nu dat de vennoten de woning voor de omzetbelasting tot hun ondernemingsvermogen willen rekenen. Dit kan bijvoorbeeld omdat zij hopen (een deel van) de voorbelasting af te kunnen trekken. Maar volgens Rechtbank Noord-Nederland is dat niet mogelijk. Heeft echter de Belastingdienst de aftrek van voorbelasting toch geaccepteerd en is naheffing niet meer mogelijk? Dan boffen de vennoten. De Belastingdienst mag van de rechtbank namelijk het privégebruik van de woning niet aanmerken als een btw-belaste dienst. Zelfs niet als de vennoten alle voorbelasting ten onrechte hebben afgetrokken. De woning had immers nooit tot het btw-ondernemingsvermogen mogen behoren.

Familievermogensrecht

Opschortende voorwaarden houden schenkingen apart

Iemand kan op één dag van dezelfde persoon verschillende schenkingen ontvangen zonder dat hij deze schenkingen bij elkaar moet optellen. Zo ontving een man in een zaak voor Rechtbank Zeeland-West-Brabant in 2013 vijf schenkingen van zijn ouders. Het ging daarbij steeds om een bedrag van € 10.000 die de ouders hun zoon renteloos schuldig bleven. Voor iedere schenking was een andere notariële akte van schenking opgesteld. Vier akten bevatten opschortende voorwaarden. De desbetreffende schenking zou pas plaatsvinden als minstens één ouder nog in leven was op respectievelijk 1 januari 2014, 1 januari 2015, 1 januari 2016 en 1 januari 2017. Verder bevatte iedere schenkingsakte een herroepingsrecht. De rechtbank oordeelde dat de schenkingen samen geen schenking van een lijfrenteovereenkomst vormden. Door de opschortende voorwaarden viel iedere schenking ook in een ander jaar plaats. En dus viel de schenking steeds onder de vrijstelling.

Let op!
Voor de berekening van de verschuldigde schenkbelasting moet men alle schenkingen van dezelfde schenker aan de belastingplichtige over het jaar bij elkaar optellen.

Notaris mag Skype testament opstellen, maar doet dat liever niet

Sinds 24 april 2020 hebben notarissen dankzij een spoedwet de mogelijkheid om tijdelijk via een videoverbinding testamenten te passeren.  De tijdelijke spoedwet is tot stand gekomen in samenspraak met de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). Vanwege deze noodwet heeft de Vereniging van Estate Planners in het Notariaat een protocol opgesteld voor notarissen die een testament via videoverbinding moeten passeren. Dit mag enkel in noodgevallen gebeuren, als het echt niet anders kan. Notarissen zijn dan ook terughoudend met het opstellen van zogeheten ‘Skype-testamenten’.

Tip!
Het opstellen van een testament via een videoverbinding is bijvoorbeeld mogelijk als iemand in quarantaine zit en op geen enkele wijze persoonlijk voor de notaris kan verschijnen.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Mogelijk ondersteuning voor ontslagen flexwerkers

Het kabinet wil steun bieden aan ontslagen flexwerkers, maar weet nog niet precies hoe. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Tweede Kamer enkele mogelijkheden voorgelegd. Van die mogelijkheden is maar één technisch uitvoerbare regeling op korte termijn mogelijk. Dat is de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA). De TOFA moet in grote lijnen als volgt werken. Wie voor de TOFA in aanmerking wil komen, moet in februari 2020 minstens € 500 euro bruto verdienen. Bovendien moet hij in de maand april ten opzichte van februari minimaal 50% inkomstenverlies lijden. Daarnaast mag zijn inkomen in april niet meer bedragen dan € 600. Ten slotte mag de aanvrager geen aanspraak hebben gemaakt op een andere inkomensvoorziening, zoals bijstand. De minister verwacht dat de TOFA ongeveer € 600 euro bruto per maand zal bedragen.

Let op!
De TOFA zou op zijn vroegst in de tweede helft van juli 2020 kunnen uitkeren. Maar dan moet het UWV wel uiterlijk 28 mei duidelijkheid hebben gekregen over de precieze regeling.

Geen arbeidskorting over ABP-pensioen

In een zaak voor Hof Den Bosch had een man het standpunt ingenomen dat de uitkering die hij ontving van Stichting Pensioenfonds ABP behoorde tot de grondslag van zijn arbeidskorting. Het zou hierbij namelijk gaan om uitgesteld loon uit tegenwoordige arbeid. De man motiveerde deze stelling door te wijzen op het volgende. Ook na zijn functionele leeftijdsontslag bleef de pensioenopbouw doorlopen. Maar deze omstandigheid maakt van de ABP-uitkering nog geen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking, aldus het hof. Het recht op de ABP-uitkering was ontstaan uit de vroegere dienstbetrekking van de man. En dus mag men daarover geen arbeidskorting verrekenen.

Let op!
In 2020 bedraagt de arbeidskorting maximaal € 3.819. Voor zover een arbeidsinkomen meer dan € 34.954 bedraagt, daalt het de arbeidskorting met 6% van die overschrijding.

Verlenging van grensarbeidersovereenkomst Nederland – België

Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en België mag uitsluitend het woonland het loon van een werknemer belasten als wordt voldaan aan de zogeheten 183-dagentoets. Een van de voorwaarden is dat de werknemer hoogstens 183 dagen in de werkstaat heeft gewerkt. Veel grensarbeiders kunnen door de coronacrisis maar 183 dagen of minder in het buitenland werken. Voor hen dreigt het heffingsrecht te verschuiven van de werkstaat naar de woonstaat. Op 30 april 2020 hebben Nederland en België een overeenkomst gesloten om die verschuiving te voorkomen. Onder voorwaarden wordt de grensarbeider geacht voldoende dagen in de werkstaat te werken. Deze overeenkomst wordt met een maand verlengd. De fiscale autoriteiten kunnen deze overeenkomst vanaf 31 mei 2020 steeds verlengen tot en met het einde van de volgende kalendermaand. Inmiddels is bekend dat de overeenkomt in ieder geval wordt verlengd tot en met 30 juni 2020.

Auto

Leeftijdsgrens voor BPM-vrijgestelde bestelauto luistert nauw

In beginsel moet een ondernemer voor de inschrijving van een bestelauto in het kentekenregister BPM betalen. De heffing van BPM blijft achterwege als de bestelauto die minstens vijf jaar geleden voor het eerst is gebruikt. Hierbij mogen ondernemers de levensduur van de bestelauto niet naar boven afronden. In een zaak voor Hof Den Bosch probeerde bijvoorbeeld een man een beroep te doen op de vrijstelling. De ingevoerde bestelauto was vier jaar, elf maanden en 25 dagen voor het eerst in gebruik genomen. De man bepleitte een afronding naar boven, maar het hof wil daar niets van weten.

Aanpassing BPM verwacht in Belastingplan 2021

De Staatssecretarissen van Financiën hebben enkele fiscale wijzigingen genoemd die zij willen opnemen in het Belastingplan 2021. Twee wijzigingen hebben betrekking op de BPM. Ten eerste willen zij het belastbaar feit vervroegen. Nu vindt het belastbare feit plaats bij de tenaamstelling, terwijl de staatssecretarissen het belastbare feit willen stellen op het moment van inschrijving. Ten tweede willen de staatssecretarissen in vervolg op Wet uitwerking Autobrief II de schijfgrenzen en BPM-tarieven voor 2021 tot en met 2025 aanscherpen.

Toekomstvoorzieningen

Aanpassing stamrechtovereenkomst garandeert geen netto-uitkering

Wie toch nog een stamrechtovereenkomst heeft en dit stamrecht wil aanpassen zodat na zijn overlijden zijn partner een uitkering ontvangt, moet een en ander goed uitrekenen. In een zaak van Rechtbank Den Haag had namelijk een erflater de wens dat zijn achterblijvende partner na zijn overlijden een vast nettobedrag zou ontvangen. Hij meende dat een aanpassing van zijn stamrechtovereenkomst daartoe voldoende was. Maar zijn wens werd maar gedeeltelijk gerealiseerd. De rechtbank oordeelt dat de stamrecht-bv verplicht is om de achterblijvende partner een uitkering toe te kennen. Door een wijziging in de wetgeving en financiële omstandigheden van de partner is het nettobedrag echter lager dan bedoeld. Maar de partner kan de stamrecht-bv niet verplichten dit aan te passen. Zij kan evenmin eisen dat de erfgenamen het tekort aanvullen. Wilt u dat uw partner na uw overlijden een redelijke uitkering ontvangt, neem dan contact met ons op om u hierbij te adviseren.

Eigen woning

Eigenwoningbezitter mag betalen van rente en aflossing pauzeren

Volgens de normale regels moet de eigenaar van een eigen woning voldoen aan de aflossingseis als hij de woning in box 1 wil houden. Deze eis is versoepeld in een recent besluit van de staatssecretaris van Financiën. Onder voorwaarden is een betalingspauze toegestaan zonder dat de hypotheekrenteaftrek verloren gaat. Om te beginnen moet de eigenaar tussen 12 maart en 30 juni 2020 bij zijn schuldeiser hebben gemeld dat hij (dreigende) betalingsproblemen heeft door de uitbraak van het coronavirus. Beide partijen moeten vervolgens als gevolg hiervan een betaalpauze zijn overeengekomen. Deze betalingspauze gaat uiterlijk in op 1 juli 2020. De schuldeiser moet de betaalpauze ook schriftelijk bevestigen. Ten slotte mag de betaalpauze niet langer duren dan zes maanden. Als de schuldeiser geen aangewezen administratieplichtige is, bijvoorbeeld een ouder, gelden aanvullende voorwaarden.

Let op!
De rente die de eigenwoningbezitter is verschuldigd, maar tijdens de betaalpauze niet betaalt, is alleen onder nadere voorwaarden aftrekbaar over 2020. Deze aftrek is mogelijk als de schuldenaar de rente alsnog (na de betaalpauze) in 2020 betaalt. Is de rente in 2020 verrekend, ter beschikking is gesteld of rentedragend is geworden.

Ook ruime schenkingsvrijstelling bij schenking na betaling

In het geval van een schenking ten behoeve van een eigen woning zal de begunstigde vaak eerst de schenking ontvangen. Vervolgens zal hij met het geschonken bedrag de aankoopprijs van de eigen woning betalen. Het is ook mogelijk dat iemand eerst de aankoopprijs betaalt – a dan niet door eerst een lening af te sluiten – en later in het jaar de schenking ontvangt. Deze situatie deed zich voor in een zaak voor Hof Arnhem-Leeuwarden. In deze zaak nam de inspecteur het standpunt in dat in zo’n geval de verruimde schenkvrijstelling niet van toepassing is. Maar het hof komt tot een ander oordeel. Maakt de verkrijger aannemelijk dat hij al bij het voldoen van de uitgaven voor de eigen woning een schenking kon verwachten om die kosten te financieren? Dan geldt de verruimde vrijstelling ook.

Let op!
Verder is vereist dat de verkrijger de schenking daadwerkelijk heeft gebruikt voor de financiering van de eigen woning. De schenker moet bovendien het bedrag hebben geschonken met de bedoeling dat de verkrijger daarmee een eigen woning financiert.

Administratieve verplichtingen

Onjuiste aangifte geeft fiscus geen recht op kostenvergoeding

Als een belastingadviseur veel opzettelijk onjuiste aangiften IB/PVV indient, zodat zijn cliënten ten onrechte belasting terugkrijgen, riskeert hij allerlei sancties. In een recente zaak voor de Hoge Raad eiste de Belastingdienst bovendien een schadevergoeding van een frauderend adviseur. De redenering was dat de ficus veel extra kosten had moeten maken omdat de adviseur een onrechtmatige daad had gepleegd. Maar de Hoge Raad oordeelt dat de mogelijkheid om zo’n kostenvergoeding niet openstaat voor de Staat. Voor de Staat gelden immers andere regels dan voor gewone bedrijven.

Let op!
Frauderende belastingadviseurs kunnen wel een boete krijgen. In ernstige gevallen kan het Openbaar Ministerie hem zelfs strafrechtelijk vervolgen!

Melding betalingsonmacht helpt niet na leeghalen bv

Als de bestuurder van een bv of van een ander vennootschapsbelastingplichtig lichaam tijdig de melding van betalingsonmacht indient, draagt de fiscus de bewijslast. De ontvanger moet dan aannemelijk maken dat het onbetaald blijven van de belastingschulden het gevolg is van onbehoorlijk bestuur. Het moet dan ook gaan om onbehoorlijk bestuur in de drie jaren voorafgaande aan melding. Rechtbank Den Haag heeft onlangs geoordeeld dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur als de bestuurders de bv hebben leeggehaald. In de desbetreffende zaak had een bestuurder zichzelf een salaris toegekend van € 160.000. Op dat moment waren de resultaten van de bv al jaren zeer laag. Ook waren diverse bedragen overgeboekt naar de rekeningen van de bestuurder en zijn echtgenote. De echtgenoten hebben niet gehandeld als redelijk denkende bestuurders. De ontvanger van de belastingen mag hen aansprakelijk stellen.

Tip!
Hoewel een bestuurder met het tijdig melden van betalingsonmacht niet altijd de bestuurdersaansprakelijkheid ontloopt, is het wel een goed begin. Blijft een tijdige melding achterwege, dan moet de bestuurder aannemelijk maken dat dit niet aan hem is te wijten. Ex-bestuurders mogen überhaupt het wetsvermoeden proberen te weerleggen.