Nieuwsbrief juni 2019

In dit nummer onder andere:

  • Per rekeningcourant-krediet zakelijkheid toetsen
  • Wet spoedreparatie fiscale eenheid nu definitief
  • Voorbelasting aftrekken is pand tot ondernemingsvermogen rekenen
  • Maak afspraak over inhouding loonheffing met opdrachtnemer
  • Btw vanwege privégebruik auto corrigeren? Aftrek in IB!
  • Leen geen geld uit aan cliënten

De ondernemer en de DGA

Geen verruiming aftrek van kosten zakelijk gebruik privépand

Als een ondernemer vermogensbestanddelen tot zijn privévermogen rekent, maar ze ook gebruikt voor ondernemingsdoeleinden, mag hij daarvoor een gebruikerskostenvergoeding aftrekken. Maar deze aftrek bedraagt hooguit het forfaitair rendement van box 3 over dat vermogensbestanddeel zonder rekening te houden met het heffingsvrije vermogen. Verder mag de ondernemer een evenredig deel van de kosten aftrekken die normaal gesproken voor rekening van een huurder van het vermogensbestanddeel komen. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden biedt deze regeling geen ruimte voor meer aftrek. Zelfs niet in gevallen waarin sprake is van een gedwongen verplaatsing van de onderneming.

Per rekeningcourant-krediet zakelijkheid toetsen

Een dga kan op basis van verschillende rekening-courantovereenkomsten gelden ter beschikking stellen aan zijn B.V. Per verstrekking moet een toetsing plaatsvinden of deze plaatsvindt onder zakelijke voorwaarden of niet. Daardoor is het mogelijk dat sommige delen van de rekening-courant kwalificeren als zakelijk en andere delen niet. De delen die zakelijk zijn (en blijven) zijn af te waarderen bij waardedalingen. Voor zover de dga via een rekening-courant geld leent aan zijn B.V. op grond van aandeelhoudersmotieven, kan hij eventuele waardedalingen niet aftrekken.

Fiscus vindt geld uitlenen door eenmanszaak vaak bedrijfsvreemd

Drijft u een eenmanszaak of andere IB-onderneming en houdt u zich normaal gesproken niet bedrijfsmatig bezig met het verstrekken van financieringen? Maar hebt u toch aan een andere onderneming een lening verstrekt? Dan is het nog maar de vraag of de Belastingdienst toestaat dat u uw vordering op het andere bedrijf rekent tot uw ondernemingsvermogen. De kans is namelijk groot dat de inspecteur constateert dat hier sprake is van een bedrijfsvreemde activiteit. Als u van de fiscus de lening tot uw privévermogen moet rekenen, zijn eventuele waardedalingen van de lening niet aftrekbaar.
Tip!
Als u met de schuldenaar concrete afspraken hebt gemaakt over het verrichten van werkzaamheden in een samenwerkingsverband, is het verstrekken van de lening veel minder bedrijfsvreemd.

Vennootschapsbelasting

Wet spoedreparatie fiscale eenheid nu definitief

De spoedmaatregel reparatie fiscale eenheid is nu wet geworden. In beginsel werkt deze wet terug tot 1 januari 2018. Simpelweg gesteld houdt de kern van deze maatregel in dat de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting in bepaalde situaties wordt genegeerd. Bijvoorbeeld bij de berekening van de rentaftrek in geval van een zogeheten besmette transactie. Dus ook wanneer binnen de fiscale eenheid de ene B.V. geldt leent van een andere B.V. om bijvoorbeeld een terugstorting van kapitaal te financieren, treedt de renteaftrekbeperking in werking.

Aanvinken vakje tegenbewijsregeling dwingt fiscus tot oplettendheid

Als een B.V. geld leent van een verbonden lichaam voor bepaalde doeleinden (zogeheten besmette transacties), riskeert deze schuldenaar dat de rente niet aftrekbaar is. Twee lichamen zijn bijvoorbeeld met elkaar verbonden als de een in de ander een belang van minstens een derde houdt. De renteaftrekbeperking is te voorkomen door tegenbewijs te leveren. Alleen al het aanvinken van het vakje tegenbewijsregeling in de aangifte vennootschapsbelasting kan helpen. De inspecteur moet dan namelijk nagaan of de schuldenaar inderdaad tegenbewijs levert. Heeft de schuldenaar dit nagelaten, dan moet de fiscus alsnog om de informatie vragen. Als de inspecteur in plaats daarvan de aangifte volgt, pleegt hij een ambtelijk verzuim. Hij mag dan de renteaftrek over dat jaar niet meer weigeren door middel van een navorderingsaanslag. In dat geval ontbreekt immers een nieuw feit.
Tip!
Natuurlijk is het nog beter als de schuldenaar wel tegenbewijs kan leveren. Hij kan daartoe aannemelijk maken dat de betaalde rente tegen een redelijk tarief is belast bij de schuldeiser. Maar beter nog is het aannemelijk maken van de zakelijkheid van de transactie en van het aangaan van de lening.

Externe acquisitie geen garantie voor renteaftrek

In de praktijk leeft soms het misverstand dat rentelasten voor de financiering van een overname van een lichaam altijd aftrekbaar zijn als de lening is aangegaan met een derde. Nu zullen de rentelasten in gevallen van een externe acquisitie inderdaad vaak aftrekbaar zijn en ontstaan de problemen pas bij financiering door gelieerde partijen. Stel echter dat een B.V. voldoende kapitaal weet te vergaren om een vennootschap over te nemen met eigen vermogen, maar dit eigen vermogen omzet in vreemd vermogen om zo een renteaftrek te kunnen claimen. In zo’n geval mag de Belastingdienst van Hof Amsterdam de renteaftrek weigeren omdat sprake is van een gekunstelde constructie die in strijd is met doel en strekking van de wet (fraus legis).

BTW

Voorbelasting aftrekken is pand tot ondernemingsvermogen rekenen

Als u een pand laat bouwen dat u zowel voor bewoning als voor uw bedrijf gaat gebruiken, zal in beginsel sprake zijn van keuzevermogen. U moet dan kiezen of u dit pand voor de omzetbelasting tot uw ondernemingsvermogen of tot uw privévermogen rekent. Hebt u als ondernemer de btw op de bouwkosten afgetrokken als voorbelasting en was u daartoe gerechtigd? Dan mag de Belastingdienst van Rechtbank Noord-Nederland dit opvatten als een keuze voor etikettering als ondernemingsvermogen. U hebt dan recht op btw-aftrek, maar daartegenover staat dat u een btw-correctie moet toepassen vanwege het privégebruik van het pand.
Let op!
Bij een zakelijk gebruik of privégebruik van meer dan 90% is geen sprake van keuzevermogen. Het pand is dan verplicht ondernemingsvermogen respectievelijk verplicht privévermogen.

Familievermogensrecht

Verkrijging woning door fictie belast met erfbelasting

Stel, iemand verkoopt een woning aan een ander, die hij ook als erfgenaam heeft benoemd. De verkoper bedingt dat hij na de verkoop in de woning mag blijven wonen. Hij betaalt daarvoor de koper een vergoeding. Deze vergoeding bedraagt echter per jaar nog geen 6% van de waarde van de woning in onbezwaarde staat. In deze situatie leidt het overlijden van de vruchtgebruiker tot een waardestijging van de eigendom van de koper. Immers, de eigendom verandert van blote eigendom in volle eigendom. Door een fictie in de belastingwet is deze waardestijging in principe belast met erfbelasting. Rechtbank Den Haag meende dat de fictie niet geldt als de verkoper geen vruchtgebruik bedingt maar gewoon na de verkoop de woning blijft bewonen met de koper. Maar in hoger beroep heeft Hof Den Haag geoordeeld dat ook in zo’n situatie de verkoper woongenot heeft. Daardoor is bij zijn overlijden de fictie in principe van toepassing.
Let op!
Als het vruchtgebruik van de erflater meer dan 180 dagen vóór zijn overlijden eindigt, is de fictie niet van toepassing. De fictie geldt evenmin als de koper van de woning niet de partner van de erflater is en ook niet (de partner van) een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad is.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Maak afspraak over inhouding loonheffing met opdrachtnemer

Als een opdrachtgever met een opdrachtnemer een overeenkomst van opdracht aangaat, moet hij daarin duidelijk vastleggen of hij wel of geen loonheffingen op de overeengekomen vergoeding inhoudt. Laat de opdrachtgever dit na, dan mag hij van Hof Den Haag niet zomaar loonheffingen inhouden. Zelfs niet als hij vreest dat met het achterwege laten van inhouding van loonheffingen een boete van de Belastingdienst riskeert. In zo’n geval zal het risico van deze boete volgens het hof voor zijn rekening komen. Om deze ongewenste situatie te voorkomen moet de opdrachtgever dus afspraken maken met de opdrachtnemer over de inhoudingsplicht en de uitvoering daarvan.

Naheffing door wanverhouding verloonde uren en productie

Het komt in de praktijk voor dat een werkgever zijn werknemers laat werken voor een derde tegen een vergoeding. Een manier om deze vergoeding te berekenen is door deze te stellen op het verschil tussen de gerealiseerde aantallen vermenigvuldigd met de stuksprijs die het bedrijf normaal gesproken zou factureren en de loonkosten van de derde voor die arbeidskrachten. Blijkt in zo’n geval de vergoeding op een hoog bedrag uit te komen vanwege een hoge productie, dan kan een oplettend inspecteur zich afvragen of de productie per verloonde werknemer wel reëel is. Is sprake van een wanverhouding tussen de productie en de verloonde uren, dan is het aannemelijk dat de werkgever meer werknemers heeft laten werken voor de derde dan hij heeft opgegeven. Hij kan dan naheffingsaanslagen loonheffingen verwachten, al dan niet verhoogd met boetes.

Recht op levering van aandeel behoort tot vertrekvergoeding

Als een werknemer bij het beëindigen van zijn dienstbetrekking een excessieve vertrekvergoeding ontvangt, moet zijn werkgever daarop een pseudo-eindheffing inhouden. Bedragen die de werknemer ontvangt met de uitoefening of verkoop van een aandelenoptierecht, tellen niet mee bij de berekening van het excessieve deel. Het optierecht moet dan wel zijn toegekend vóór of in het tweede kalenderjaar voor het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking eindigt. Rechtbank-Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een recht op levering van aandelen zelf niet is gelijk te stellen met een werknemersoptierecht. Een aan een werknemer toegekend recht op levering van een aandeel verhoogt dus zijn loon en kan leiden tot een hogere pseudo-eindheffing.

Auto

Btw vanwege privégebruik auto corrigeren? Aftrek in IB!

Als u een auto van de zaak gebruikt voor privédoeleinden, moet u een btw-correctie toepassen. Als u ook voor de heffing van de inkomstenbelasting een bijtelling moet toepassen, is de btw-correctie aftrekbaar van de bijtelling in de inkomstenbelasting, maar hooguit tot nihil. Tot dit oordeel komt althans Rechtbank-Zeeland-West-Brabant in een zaak waarin een ondernemer een beroep deed uit een goedkeuring van de staatssecretaris van Financiën. Het betrof overigens een oude toezegging uit 1975. Sinds die tijd is de wet gewijzigd, maar dat maakt volgens de rechtbank niet uit omdat de staatssecretaris zijn goedkeuring nooit heeft ingetrokken.
Tip!
Een ondernemer bepaalt voor zowel voor de inkomstenbelasting als voor de omzetbelasting of hij een auto tot zijn ondernemingsvermogen of privévermogen rekent. Deze twee keuzes staan los van elkaar. Het feit dat de btw-correctie de bijtelling in de inkomstenbelasting vermindert kan echter een reden zijn om voor beide belastingen dezelfde keuze te maken.

Voor oldtimervrijstelling mrb geldt harde grens van 40 jaar.

Tot 1 januari 2014 hoefden kentekenhouders in beginsel geen motorrijtuigenbelasting (mrb) te betalen voor motorrijtuigen die minstens 30 jaar geleden voor het eerst in gebruik waren genomen. Afhankelijk van de datum van eerste ingebruikname kon zelfs een eerste ingebruikname van 25 jaar voldoende zijn. De grens voor deze vrijstelling, die ook wel bekend staat als de oldtimervrijstelling, is sinds 1 januari 2014 verschoven naar 40 jaar. Daardoor is het mogelijk dat auto’s waarvoor eerder een vrijstellingsbeschikking is afgegeven vanaf 1 januari 2014 toch opnieuw belast worden met mrb. Hof Den Haag heeft ook bevestigd dat een afgegeven vrijstelling niet verhindert dat een latere wetswijziging deze vrijstelling kan laten vervallen.
Let op!
Vrachtauto’s en autobussen vallen alleen maar onder de oldtimervrijstelling als zij minstens veertig jaar voor het eerst in gebruik zijn genomen en niet bedrijfsmatig worden gebruikt.

Bedrijfsauto blijft zakelijk als privégebruik niet genoeg stijgt

Een ondernemer die een auto koopt om deze voor meer dan 10% voor zijn onderneming en meer dan 10% voor privédoeleinden te gebruiken, mag kiezen of hij de auto aan zijn ondernemings- of privévermogen toerekent. Op deze keuze mag hij terugkomen, maar dan moet in beginsel wel sprake zijn van een bijzondere omstandigheid. Zo’n bijzondere omstandigheid doet zich bijvoorbeeld voor als blijkt dat de bedrijfsauto veel meer voor privédoeleinden wordt gebruikt dan verwacht. De ondernemer moet dan wel het privégebruik kunnen aantonen. Anders zal de Belastingdienst stellen dat de auto terecht is aangemerkt als ondernemingsvermogen. En ruilt de ondernemer de naar privé overgebrachte auto in voor een andere auto die hij tot zijn ondernemingsvermogen rekent? Ook dit is een aanwijzing voor de zakelijkheid van de oude auto, zo meent Hof Arnhem-Leeuwarden.

Toekomstvoorzieningen

Niet wensen maar feiten bepalen belastbaarheid uitkering

Wie een lijfrenteovereenkomst sluit onder de veronderstelling dat hij een kapitaalverzekering aangaat, zal op het moment van uitkering voor een nare verrassing komen te staan. De Belastingdienst hoeft namelijk van Hof Den Haag niet te kijken naar de bedoeling van de verzekerde, maar naar de inhoud van de overeenkomst. Blijkt uit de polis, dat de verzekerde maandelijks een premie moet voldoen zodat een jaarlijks bedrag is verzekerd? En bepalen de polisvoorwaarden dat een uitkering is verzekerd die de verzekerde van dag tot dag of in ieder geval periodiek verkrijgt? Dan is geen sprake van een kapitaalverzekering in box 3, maar van een lijfrentepolis in box 1. De enkele omstandigheid dat de polis en de polisvoorwaarden niet uitdrukkelijk vermelden dat de premie aftrekbaar en de uitkering belast is, doet daar niets aan af.
Let op!
Wie zijn lijfrentepremies niet volledig kon aftrekken, valt in beginsel onder de regeling van de saldolijfrente. Dit houdt in dat de uitkeringen pas zijn belast vanaf het moment dat zij meer bedragen dan de niet-afgetrokken premies.

Eigen woning

Subsidieregeling overgang aftrek naar subsidie monumentenpanden

De Subsidieregeling overgang afschaffing fiscale aftrek van uitgaven voor monumentenpanden is gepubliceerd. Deze overgangsregeling is bedoeld voor onderhoudsprojecten die al liepen en doorlopen in 2019. Meer specifiek gaat het om de kosten die als drukkende onderhoudskosten tot 2019 wel fiscaal aftrekbaar waren, maar die niet in aanmerking komen voor subsidie op grond van het beleidskader. Op grond van de Subsidieregeling kunnen eigenaren van een monumentenpand een subsidie krijgen voor kosten van onderhoud dat is uitgevoerd in 2018 terwijl de kosten pas in 2019 zijn betaald. Is het onderhoud uitgevoerd in 2019 en zijn in 2019 de kosten betaald, hoewel de verplichtingen zijn aangegaan vóór 2019? Dan bestaat ook recht op subsidie. De Subsidieregeling heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2019. Neem contact met ons op om u bij te staan met uw subsidieaanvraag.

Btw op dak voor zonnepanelen is aftrekbaar

Hebt u een woning laten bouwen en is het dak specifiek zo gebouwd dat u er zonnepanelen op kunt plaatsen? En bent u btw-ondernemer door het gebruik van uw zonnepanelen? Dan mag u volgens een uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland de btw die betrekking heeft op het dak aftrekken als voorbelasting. Het dak heeft in dat geval namelijk niet alleen nut voor de woonfunctie van uw woning, maar dient ook de exploitatie van de zonnepanelen. Daardoor heeft het dak een zakelijke functie gekregen. Overigens hechtte de rechtbank in de waarde aan het feit dat de eigenaar bij de bouw van zijn woning aanpassingen had doorgevoerd ten gunste van de plaatsing van de zonnepanelen.

Onderzoek of meerderheidsregel WOZ-waarde kan verlagen

Als u een aantal aan uw eigen woning identieke woningen kent, probeer dan erachter te komen wat de WOZ-waarden van die woningen zijn. Blijkt namelijk dat in de meerderheid van deze gevallen een lagere WOZ-waarde is toegekend dan die van uw woning, dan kunt u een beroep doen op de meerderheidsregel. Dit blijkt uit een recente uitspraak van Rechtbank Noord-de WOZ-waarde van uw woning moet stellen op de lagere WOZ-waarde die zij in de meerderheid van de identieke gevallen heeft gebruikt. Deze regel geldt zelfs als u op geen andere manier kunt bewijzen dat de gemeente de WOZ-waarde van uw woning op een te hoog bedrag heeft vastgesteld. Uiteraard helpen wij u graag met het vinden van de desbetreffende WOZ-waarden.

Administratieve verplichtingen

Controleer of u extra informatie moet leveren in uw jaarrekening

Micro-, kleine en middelgrote ondernemingen zijn verplicht hun jaarrekening op digitale wijze via SBR te deponeren bij de Kamer van Koophandel (KvK). Dit zullen zij doen met behulp van administratiesoftware of via de online tool ‘Zelf Deponeren Jaarrekening.’ In de software en de online tool is echter een wetswijziging uit 2018 niet verwerkt. Voor jaarrekeningen over boekjaar 2018 die nog niet gedeponeerd zijn, kan het zijn dat u extra informatie in de toelichtende velden van de administratiesoftware of de online tool van KvK moet opnemen. Zo moeten kleine rechtspersonen kosten van oprichting en uitgifte van aandelen opnemen onder immateriële vaste activa. Eventuele opgevraagde stortingen van geplaatst kapitaal moet u in principe afzonderlijk weergeven. U mag deze stortingen wel optellen bij de vorderingen, maar dan moet u in de toelichting een en ander specificeren. Verder dient u het totaalbedrag aan langlopende schulden (meer dan vijf jaar) en het totaalbedrag aan kortlopende schulden (meer dan 1 jaar) in de balans uit te splitsen. Uiteraard helpen wij u graag met de controle en eventueel het aanpassen van uw jaarrekening.

Leen geen geld uit aan cliënten

Als u een medewerker bent van een belastingadvieskantoor, bega dan niet de fout om een lening aan een van de cliënten van dat kantoor te verstrekken. In dat geval houdt u namelijk samen met uw cliënt een financieel belang aan. Ook is de kans groot dat uw zakelijke relatie met deze cliënt te nauw wordt. Beide omstandigheden zijn bedreigingen voor de onafhankelijkheid van uw positie als adviseur. Voor belastingadvieskantoren die zijn aangesloten bij het Register Belastingadviseurs (RB) is het verstrekken van een lening aan een cliënt zelfs een gegronde reden om de desbetreffende werknemer te ontslaan. De rechter gaat hiermee akkoord, al kan het nog wel zijn dat hij de ontslagen medewerker een transitievergoeding toekent. Dit komt doordat het een belastingadviseur in beginsel niet expliciet is verboden geldleningen te verstrekken.