Nieuwsbrief februari 2020

In dit nummer onder andere:

  • Zelfstandig bedrijfsmiddel kan onder aftrekbeperking vallen
  • Vennootschapsbelastingtarief eerste schijf omlaag
  • Geen uitstel btw-afdracht bij automatische incasso van abonnement
  • Oprecht beroep op dwaling verlaagt aanslag schenkbelasting
  • Negatieve marktrente doet oudedagsverplichting afnemen
  • Voldoe aan actuele eisen na overname hypotheek van ex

De ondernemer en de DGA

Zelfstandigheid bedrijfsmiddel kan onder aftrekbeperking vallen

Als een bedrijfsmiddel kwalificeert als een aanhorigheid, merkt de Belastingdienst het aan als een onderdeel van een onroerende zaak. De aanhorigheid valt onder dezelfde aftrekbeperkingen als het gebouw. Het gevolg is dat de ondernemer op de aanhorigheid evenmin tot onder de zogeheten boekwaarde mag afschrijven. Voor het berekenen van de fiscale afschrijving geldt overigens een ruim afschrijvingsbegrip, zo bevestigde de Hoge Raad in een recent arrest. Ook al is een bouwwerk voor de zelfstandigheidseis geen onderdeel van een gebouw, dan kan het volgens de Hoge Raad nog wel een aanhorigheid zijn voor de afschrijvingsbeperking. Het is voldoende dat het bouwwerk behoort bij een gebouw, daarbij in gebruik is en aan dat gebouw dienstbaar is.

Let op!
De bodemwaarde voor een gebouw dat de ondernemer ter belegging aanhoudt, is gelijk aan de WOZ-waarde. Voor andere gebouwen geldt een bodemwaarde van 50% van de WOZ-waarde.

Opleidingsuren tellen mee voor urencriterium

Sommige ondernemers moeten een opleiding volgen als zij de vakbekwaamheid die nodig is om hun onderneming uit te oefenen willen verkrijgen of op peil houden. Rechtbank Den Haag meent dat uren die een ondernemer aan zo’n studie besteedt ook meetellen voor het urencriterium. Maar dan moet de desbetreffende ondernemer zijn uitgaven voor de studie wel aannemelijk maken. In de zaak voor de rechtbank wist de ondernemer niet aannemelijk te maken dat hij de opgegeven uren aan opleidingen of stages had besteed. Hij kon bijvoorbeeld geen stageovereenkomst overleggen.

Let op!
Als de ondernemer niet het diploma heeft dat is vereist voor bijvoorbeeld zijn zelfstandig beroep, is het evenmin aannemelijk dat hij uren aan zo’n werkzaamheden heeft besteed.

Verlaag fictief loon met als loon aangemerkte onttrekking

Een B.V. moet in principe haar dga een loon betalen dat voldoet aan de gebruikelijkloonregeling. Voor zover dat niet gebeurt, zal de Belastingdienst een correctie toepassen met fictief loon. Stel nu dat de fiscus de balans en resultatenrekening van de vennootschap heeft aangepast met een onttrekking. Bovendien heeft de inspecteur die onttrekking aangemerkt als loon. In dat geval moet hij zijn correctie via het fictieve loon verlagen met het bedrag van die onttrekking. Dat valt althans te halen uit een recente uitspraak van Hof Den Bosch.

Tip!
Als de inspecteur een bijtelling vanwege het privégebruik van de auto van de zaak toepast, moet hij deze bijtelling ook in mindering brengen op zijn correctie via het fictieve loon.

Vennootschapsbelasting

Vennootschapsbelastingtarief eerste schijf omlaag

Per 1 januari 2020 heeft de wetgever het tarief in de eerste schijf van de vennootschapsbelasting verlaagd van 19% naar 16,5%. De eerste schijf loopt tot € 200.000. Voor zover de belastbare winst meer bedraagt, is de vennootschap daarover 25% vennootschapsbelasting verschuldigd. De Wet bedrijfsleven 2019 bevatte voor 2020 een verlaging van dit normale tarief naar 22,55%. Deze verlaging is echter niet doorgegaan.

Let op!
Hoewel de verlaging van het lage tarief van de vennootschapsbelasting ondernemen via de B.V. interessanter maakt, staat tegenover dit voordeel een verhoging van het tarief voor de inkomsten uit aanmerkelijk belang. Dit inkomstenbelastingtarief is gestegen van 25% naar 26,25%. En inkomen uit aanmerkelijk belang kent geen schijven!

Vermindering dividendbelasting vereist dooruitdeling

Rechtbank Zeeland-West-Brabant meent dat een beleggingsfonds uit een lidstaat van de EU onder voorwaarden is te vergelijken met een fiscale beleggingsinstelling (fbi). In dat geval mag men de afdrachtsverminderingsregeling voor fbi’s toepassen. Dit recht vloeit voort uit het recht op vrij verkeer van kapitaal. Volgens de rechtbank moet zowel op systeemniveau als op concreet niveau het buitenlandse beleggingsfonds te vergelijken zijn met een fbi. Dit betekent onder meer dat het beleggingsfonds net zoals de fbi een deel van haar winst moet uitdelen aan haar aandeelhouders. Deze voorwaarde noemt men ook wel de doorduitdelingseis.

Tip!
Vóór de invoering van de afdrachtverminderingsregeling op 1 januari 2008 kon een fbi verzoeken om de teruggaaf van dividendbelasting. Een buitenlands beleggingsfonds kan op vóór 2008 ingehouden dividenden ook om teruggaaf vragen. Mits dat fonds voldoende is te vergelijken met een fbi natuurlijk.

BTW

Nieuw btw-identificatienummer voor eenmanszaken

De Belastingdienst heeft naar alle eenmanszaken een brief gestuurd met een nieuw btw-identificatienummer (btw-id). Deze ondernemers moeten dit nieuwe btw-identificatienummer vanaf 1 januari 2020 gebruiken bij al hun contacten met klanten of leveranciers. Daarnaast moet een eenmanszaak haar nieuwe btw-id vermelden op haar facturen en website. Als de ondernemer contact opneemt met de fiscus of aangifte omzetbelasting doet, moet hij zijn omzetbelastingnummer gebruiken.

Geen uitstel btw-afdracht bij automatische incasso van abonnement

Verschillende bedrijven bieden hun cliënten abonnementen aan. Vaak ontvangen deze bedrijven van tevoren de abonnementsgelden, dus voordat zij de diensten in een bepaalde periode verlenen. Als de betaling in een voorgaande periode binnenkomt, is de btw-ondernemer verplicht om over die periode de btw over het abonnementsgeld af te dragen. In dat geval telt het abonnementsgeld namelijk als een vooruitbetaling. De btw is bij vooruitbetalingen verschuldigd op moment van ontvangst van het bedrag. In een recente zaak stelde een B.V. dat uitstel van de btw-afdracht moet plaatsvinden als een ondernemer een vooruitbetaling per automatische incasso ontvangt. Maar Hof Arnhem-Leeuwarden heeft dat standpunt verworpen.

Let op!
De B.V. wees er nog op dat haar abonnementen op ieder moment waren op te zeggen. Bij zo’n opzegging zou de B.V. (een deel van) het abonnementsgeld moeten terugbetalen. Deze omstandigheid is echter volgens het hof evenmin een reden om de btw-afdracht uit te stellen.

Non-gebruik niet gelijk te stellen met belast gebruik

Het komt in de praktijk voor dat een organisaties vanwege haar aard gratis ruimtes ter beschikking moet stellen aan gebruikers. Zo kan een gemeente verplicht zijn om haar sportzalen ter beschikking te stellen aan basisscholen. Verder is het mogelijk dat de gebruiker net als een basisschool de ruimte volgens een rooster kan benutten. Maar vaak zullen binnen het rooster wel wat uren vallen waarin de gebruiker de ruimtes niet gebruikt. Vindt naast de gratis terbeschikkingstelling ook btw-belaste verhuur van de ruimtes plaats? Dan moet de terbeschikkingsteller de aftrekbare voorbelasting op de algemene kosten van de ruimtes in principe als volgt berekenen. Hij moet de totale btw over de algemene kosten vermenigvuldigen met het aantal uren waarin de ruimtes belast zijn verhuurd. Vervolgens deelt hij dit bedrag door de som van het aantal uren van btw-belaste verhuur en het aantal uren terbeschikkingstelling volgens het rooster. De uren binnen het rooster, waarin geen gebruik heeft plaatsgevonden, mag men niet zomaar bestempelen als btw-belast gebruik.

Tip!
Aan de andere kant is men evenmin verplicht de uren van non-gebruik binnen het rooster aan te merken als gebruik voor niet-economische activiteiten. Wanneer dit toch is gebeurd, valt een correctie ten gunste van de ondernemer te verdedigen.

Familievermogensrecht

Geen schenking tijdens huwelijk met beperkte gemeenschap

Als twee personen, van wie een veel meer vermogen heeft dan de ander, met elkaar trouwen, willen zij nog weleens huwelijkse voorwaarden opstellen. Maar stel nu dat alleen de meest vermogende echtgenoot een bedrag op de gezamenlijk rekening stort. Voordat de andere partner een even groot bedrag op deze rekening stort, overlijdt de meest vermogende echtgenoot. Onlangs stelde de Belastingdienst dat in zo’n geval een schenking plaatsvindt van de meest vermogende echtgenoot aan de andere echtgenoot. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat niet automatisch sprake is van een schenking. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de gezamenlijke rekening een beperkte gemeenschap is. Dit hangt namelijk mede af van de bedoelingen van de echtgenoten. Zolang de beperkte gemeenschap bestaat, is in beginsel niet bekend wat de echtgenoten aan het einde van die gemeenschap kunnen verdelen. Daarom kan geen sprake zijn van schenking tijdens het huwelijk.

Oprecht beroep op dwaling verlaagt aanslag schenkbelasting

In een zaak voor Hof Arnhem-Leeuwarden probeerden een man en zijn oudtante om een aanslag schenkbelasting te vernietigen. De man had namelijk een woning van zijn oudtante gekocht. Enkele maanden later ontving hij een schenking van haar, zodat hij per saldo minder voor de eigen woning hoefde te betalen. Deze opzet bleek echter mede als gevolg te hebben dat de man veel meer schenkbelasting moest betalen dan hij en zijn oudtante hadden verwacht. Daarom wilden zij een beroep op dwaling doen om zo de schenking en de aanslag schenkbelasting te vernietigen. Het hof wees dit beroep op dwaling af. De Hoge Raad is het eens met het hof dat de aanslag schenkbelasting in principe terecht is opgelegd. De vernietiging van de schenking brengt namelijk geen vernietiging van de aanslag schenkbelasting mee. Maar in het geval men een schenking met een beroep op dwaling vernietigt, is dat wel een reden om de aanslag schenkbelasting te verlagen. Deze verlaging blijft echter achterwege als het beroep op dwaling een voorwendsel is. De Hoge Raad geeft de opdracht aan Hof Den Bosch om een en ander nader te onderzoeken.

Accountant moet cliënten wijzen op risico van negeren verrekenbeding

Soms vragen ondernemers meer van hun accountants dan alleen het bijhouden van de administratie. Zo kan een accountant ook de opdracht krijgen om een opstelling van de vermogens te maken in verband met de huwelijksvoorwaarden die zijn cliënten zijn aangegaan. Daarbij kan men denken aan de opstelling van het bedrag dat de echtgenoten onderling moeten verrekenen. In de praktijk blijft verrekening vaak achterwege. Maar dat neemt niet weg dat de accountant zijn cliënt in de jaarlijkse bespreking moet wijzen op de mogelijke risico’s van het niet verrekenen. Een recente uitspraak van de Accountantskamer maakt duidelijk dat een accountant een berisping kan krijgen als hij deze verplichting niet nakomt.

Let op!
Bewaart de accountant documenten in de Cloud, waarbij hij oudere documenten overschrijft? Dan voldoet hij volgens de Accountskamer niet aan de bewaarplicht van zeven jaar.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Loonvordering ontstaat pas bij liquide worden

In twee recente arresten moest de Hoge Raad oordelen wanneer een loon(vordering) was ontstaan. Het ging in beide zaken om werknemers die waren ontslagen maar beroepsprocedures waren gestart tegen hun ontslag. In deze procedures werden hun werkgevers verplicht om alsnog loon over een bepaalde periode uit te betalen. Bovendien moesten de werkgevers rente moesten betalen over het nagekomen loon. De werknemers meenden dat het loon dus in eerdere jaren al rentedragend was geworden en daarmee toen al fiscaal genoten. De Hoge Raad komt echter tot een ander oordeel. Inderdaad wordt loon fiscaal gezien genoten op het moment waarop het is ontvangen, verrekend, ter beschikking gesteld, rentedragend of vorderbaar en inbaar is geworden.  Maar daarbij ziet de term ‘rentedragend geworden’ niet op de situatie waarin men rente is verschuldigd vanwege een vertraging in het betalen van een geldsom. Een vordering wordt pas rentedragend wanneer deze liquide is en blijft uitstaan, zodat de schuldeiser daarover rente geniet. In de situatie van de werknemers is het nagekomen loon gewoon belast in het jaar van ontvangst.

Tip!
Als een loonbestanddeel eerder is genoten, begint in principe ook de navorderingstermijn eerder te lopen. De navorderingstermijn is in beginsel vijf jaar.

Werkgever krijgt meer tijd om vast contract correcte vast te leggen

De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) is op 1 januari 2020 is in werking getreden. Deze wet is ingevoerd om het werken met flexwerkers minder aantrekkelijk te maken. Het in vaste dienst nemen van werknemers moet juist worden gestimuleerd. Als gevolg van de WAB betalen werkgevers nu 2,94% WW-premie voor werknemers met een vast contract. In het geval van flexwerkers bedraagt de WW-premie 7,94%. Maar een praktisch probleem kan optreden als het arbeidscontract voor onbepaalde tijd niet goed schriftelijk is vastgelegd. In dat geval moet de werkgever namelijk de hoge WW-premie inhouden. Maar de regering heeft een coulancemaatregel genomen. Daardoor hebben werkgevers tot 1 april 2020 de tijd om voor de schriftelijke vastlegging van arbeidscontracten zorg te dragen. Dit is eenvoudig te realiseren via een schriftelijk addendum op de arbeidsovereenkomst.

Let op!
Bij het aanbieden van een schriftelijke nieuwe arbeidsovereenkomst moet de werkgever oppassen. Weigert de werknemer namelijk te ondertekenen, dan moet de werkgever toch de hoge WW-premie van 7,94% inhouden.

Werkgever moet eHerkenning gebruiken voor eigen loonaangifte

Als een werkgevers zelf zijn loonaangifte over 2020 doet via de internetsite van de Belastingdienst, kan hij dit vanaf 1 februari 2020 in beginsel alleen doen via het nieuwe portaal Mijn Belastingdienst Zakelijk (MBD-Z). Ondernemers met een eenmanszaak kunnen daar inloggen met DigiD. Maar de overige werkgevers moeten daarvoor gebruikmaken van eHerkenning.

Let op!
De maandaangifte over januari 2020 moet uiterlijk 29 februari ingediend en betaald zijn.

Auto

Bijhouden terbeschikkingstelling auto blijft belangrijk

Sommige werkgevers stellen verschillende (bestel)auto’s ter beschikking aan hun werknemers. Als de werknemers feitelijk buiten werktijden de auto van de zaak mee naar huis kunnen nemen, is sprake van terbeschikkingstelling. Wil de werkgever geen bijtelling vanwege privégebruik van de auto van de zaak toepassen? Dan zal hij om te beginnen moeten bijhouden aan welke werknemers hij welke auto’s ter beschikking stelt. Als de werkgever dit al niet bijhoudt, wordt het voor hem heel lastig om te bewijzen dat geen sprake is van privégebruik. Zeker als de auto’s naar hun aard geschikt zijn voor personenvervoer, zo blijkt uit een recente zaak voor Rechtbank Den Haag.

Tip!
In het geval van afwisselend gebruik van bestelauto’s door twee of meer werknemers kan de werkgever onder voorwaarden een eindheffing van € 300 per jaar per bestelauto toepassen.

Toekomstvoorzieningen

Negatieve marktrente doet oudedagsverplichting afnemen

Als een dga zijn pensioen in eigen beheer heeft omgezet in een zogeheten oudedagsverplichting (ODV), moet jaarlijks een oprenting van deze ODV plaatsvinden. Bij deze oprenting vormt de marktrente het uitgangspunt. In 2020 is de marktrente negatief, namelijk -0,107%. Dit roept de vraag op of ook in 2020 oprenting met de marktrente moet plaatsvinden. Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) van de Belastingdienst bevestigt dat ook bij een negatieve marktrente oprenting moet plaatsvinden. Het effect is dan dat de waarde van de ODV daalt. De wetgever heeft deze keuze bewust volgens het CAP gemaakt.

Let op!
Blijft de negatieve oprenting (gedeeltelijk) achterwege? Dan wordt de ODV fiscaal onzuiver. In dat geval rekent de inspecteur de waarde van de ODV tot het loon uit een vroegere dienstbetrekking van aanspraakgerechtigde (normaal gesproken de dga). Daarnaast zal de dga in zo’n situatie revisierente moeten betalen.

Eigen woning

Voldoe aan actuele eisen na overname hypotheek van ex

Bij een echtscheiding zal vaak de ex-partner die de echtelijke woning blijft bewonen het aandeel in de woning en de hypotheekschuld van de ander overnemen. Deze overgenomen hypotheekschuld vormt voor hem dan een nieuwe schuld. Het gevolg is dat deze nieuwe schuld moet voldoen aan de actuele voorwaarden van een eigenwoningschuld. Anders kan de achterblijvende ex-partner de rente over de overgenomen hypotheek niet aftrekken. Dit blijkt onder meer uit een recent zaak voor Hof Den Haag. In deze zaak hadden de partners tijdens hun huwelijk, maar vóór 1 januari 2013 de echtelijke woning gekocht. Op dat moment gold de aflossingseis nog niet. De echtscheiding vond plaats na de invoering van de aflossingseis. De achterblijvende partner nam het aandeel in de hypotheek van zijn partner over, maar voldeed niet aan de aflossingseis. Zij kon daarom de rente over de overgenomen hypotheek niet aftrekken.

Koper kan WOZ-beschikking claimen door ozb-verrekening

Bij de aankoop van een woning kan het gebeuren dat de verkoper wil dat de koper een deel van de onroerendezaakbelasting (ozb) voor rekening moet nemen. Door zo’n ozb-verrekening op te nemen in het contract, krijgt de koper een belang bij tijdsevenredige vermindering van de ozb. En dus heeft de koper in deze situatie een belang bij de vastgestelde WOZ-waarde. Dit heeft weer als gevolg dat de koper een medebelanghebbendenbeschikking voor de WOZ kan aanvragen bij de gemeente.

Tip!
WOZ-beschikkingen staan open voor bezwaar en beroep.

Administratieve verplichtingen

Formeel gebrek aanslag heeft geen gevolg voor beslag

Wie ook na het ontvangen van aanmaningen zijn belastingschuld niet betaalt, riskeert dat de ontvanger van de belastingen hem een dwangbevel oplegt. Een dwangbevel geeft de fiscus het recht om beslag te leggen op goederen van de belastingschuldige. De ontvanger kan dan de goederen verkopen en met de verkoopopbrengst de belastingschuld innen. Men kan in verzet gaan tegen (de uitvoering van) een dwangbevel. Vaak gaat het om urgente gevallen, zodat een goede motivering heel belangrijk is. Wie zijn verzet motiveert met de stelling dat hij het dwangbevel niet heeft ontvangen, moet eerst aannemelijk maken dat de ontvangst van het dwangbevel twijfelachtig is. En uit een recente uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden blijkt dat eventuele formele gebreken aan de aangifte helemaal geen geldige motivering vormen.

Tip!
Controleer of de ontvanger bij de beslaglegging rekening heeft gehouden met de zogeheten beslagvrije voet. Het niet in acht nemen van de beslagvrije voet is een sterke grond voor verzet tegen een dwangbevel.

Overmacht door beperkte bewaarplicht buitenlandse bank

Hoewel een belastingplichtige zijn best moet doen om op verzoek van de inspecteur zijn banksaldi door te geven, kan hij zich onder voorwaarden beroepen op overmacht. Uit een uitspraak van Rechtbank Noord-Holland blijkt dat onder andere sprake is van overmacht als een buitenlandse bank een bewaartermijn hanteert die korter is dan in Nederland. In de zaak voor de rechtbank vroeg de Belastingdienst naar de saldi op een Chinese bankrekening. Niet alleen de rekeninghouder, maar ook de bank had de oude transactieoverzichten inmiddels weggegooid. Voor de Chinese bank gold namelijk maar een bewaartermijn van zeven jaar. De rechtbank oordeelde dat onder deze omstandigheden sprake was van overmacht. De rechtbank vernietigde daarom de informatiebeschikking die de fiscus de rekeninghouder had opgelegd.

Let op!
In Nederland geldt ook een standaard bewaarplicht van zeven jaar, maar in bepaalde situaties moet men rekening houden met een langere termijn. Gezien de navorderingstermijn van twaalf jaar voor buitenlands vermogen is het raadzaam overzichten van buitenlandse saldi minimaal twaalf jaren te bewaren.