Nieuwsbrief februari 2018

In dit nummer onder andere:

  • Hof corrigeert KIA-berekening door fiscus
  • NOB bepleit FE met buitenlandse vennootschappen
  • Omvang economische activiteiten irrelevant voor btw-ondernemerschap
  • Premiekortingen vervangen door loonkostenvoordelen
  • Geen restschuldregeling meer bij huidige verkopen
  • Fiscus moet instemming vragen voor onderhandse verkoop

De ondernemer en de DGA

Hof corrigeert KIA-berekening door fiscus

Hof Den Bosch heeft geoordeeld dat de Belastingdienst de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) verkeerd berekent in geval van samenwerkingsverbanden met buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen. Als een lid van het samenwerkingsverband investeert in buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen, moet hij voor de KIA kijken naar zijn aandeel in de investeringen door het samenwerkingsverband en zijn buitenvennootschappelijke investeringen. Als dit investeringsbedrag valt in de bandbreedte die het maximum oplevert (€ 15.863 in 2018), mag de ondernemer dat maximum toepassen. Daardoor kunnen de leden van het samenwerkingsverband met zijn allen een hogere KIA claimen dan € 15.863. Maar dat vloeit volgens het hof voort uit de wet en de achtergrond van de wet.

Zakelijke lening verstrekt om aandelen te verkrijgen

Als een schuldeiser aan een lichaam een lening verstrekt om op die manier aandelen in dat lichaam te kunnen verwerven, zal zo’n lening in beginsel zakelijk zijn. Op het moment waarop het lichaam de lening aangaat, is de schuldeiser immers nog geen aandeelhouder. Hij handelt dan ook niet als aandeelhouder. De zaak is anders als alle – dus ook al bestaande – aandeelhouders het lichaam een lening verstrekken. In een zaak voor de Hoge Raad had een schuldeiser een B.V. een lening verstrekt zodat hij minderheidsaandeelhouder kon worden. De meerderheidsaandeelhouder had zijn B.V. geen lening verstrekt. De Hoge Raad oordeelde daarom dat de lening van de minderheidsaandeelhouder zakelijk was. Hebt u een lening verstrekt aan een lichaam waarmee u misschien bent verbonden, vraag ons dan om advies.

Bij tussenschuiven B.V. ook contract regelen

Het komt in de praktijk voor dat een natuurlijk persoon via de ene gelieerde B.V. werkzaamheden verricht voor een andere B.V. Maar als dit niet is verwerkt in overeenkomsten, kan de Belastingdienst de betaling van de declaraties voor deze werkzaamheden toerekenen aan de natuurlijk persoon. Zo verrichtte een man in een zaak voor Hof Den Bosch advieswerkzaamheden voor een B.V. Deze B.V. had eerder van de man een holding met dochtermaatschappij overgenomen. Na enige tijd werden de declaraties van de man deels door hem zelf en deels door een B.V. van zijn kinderen ingediend. De partijen hadden echter geen overeenkomst opgesteld met betrekking tot de terbeschikkingstelling van de man. Het hof oordeelde daarom dat de inspecteur terecht ook de declaraties door de B.V. van de kinderen toerekende aan de adviseur. Deze inkomsten vormden resultaat uit overige werkzaamheden.

Vennootschapsbelasting

NOB bepleit FE met buitenlandse vennootschappen

Het kabinet heeft spoedmaatregelen aangekondigd op het gebied van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting. De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) dringt erop aan deze spoedreparatiemaatregelen niet in te voeren, laat staan met terugwerkende kracht. Het lijkt de NOB beter om het fiscale eenheidsregime zo aan te passen, dat ook buitenlandse (dochter)maatschappijen tot de fiscale eenheid kunnen gaan behoren. Eventueel zou de fiscus wat flankerende maatregelen kunnen invoeren om bepaalde aandachtspunten te ondervangen. De NOB zou het liefste zien dat het voorgestelde regime met terugwerkende kracht mag worden toegepast vanaf 25 oktober 2017.

Werknemersopties bij vervulling opschortende voorwaarde aftrekbaar

Als een bedrijf opties toekent aan werknemers, is de vraag op welk moment dit leidt tot een kostenaftrek. In een zaak voor Rechtbank Noord-Holland meende de inspecteur dat werknemersopties die in het kader van een overname werden toegekend, betrekking hadden op in eerdere jaren verrichte werkzaamheden. Maar de rechtbank was het oneens met de fiscus. De opties waren namelijk toegekend onder de opschortende voorwaarde dat de overname zou plaats vinden. Pas toen deze voorwaarde was vervuld, waren de opties juridisch afdwingbaar. Het bedrijf mocht de lasten daarom aftrekken in het boekjaar waarin de overname plaatsvond.

Toelichting op vrijstelling pensioenlichamen

De fiscus heeft een besluit over de subjectieve vrijstelling van vennootschapsbelasting van pensioenlichamen geactualiseerd. De vrijstelling ziet zowel op binnenlandse als buitenlandse pensioenlichamen. Binnenlandse pensioenfondsen moeten voldoen aan een doelstellings-, werkzaamheden- en winstbestemmingseis. De vrijstelling geldt niet voor directiepensioenlichamen. Voor buitenlandse pensioenlichamen gelden vergelijkbare voorwaarden. De fiscale, sociale en arbeidswetgeving mag in het buitenland anders zijn voor wat betreft bijvoorbeeld de pensioenleeftijd en het opbouwpercentage. Maar er moet wel sprake blijven van een arbeids- en loongerelateerde inkomensvoorziening.
Tip!
Het besluit is geldig vanaf 14 december 2017. Heeft een buitenlands pensioenlichaam vóór deze datum een vaststellingsovereenkomst met de inspecteur gesloten, zodat het de subjectieve vrijstelling mocht toepassen? Dan eerbiedigt de Belastingdienst deze afspraak tot 1 januari 2020.

BTW

Omvang economische activiteiten irrelevant voor btw-ondernemerschap

Eind december 2017 heeft Rechtbank Gelderland geoordeeld dat voor de vraag of een rechtspersoon een btw-ondernemer is de omvang van de economische prestaties niet van belang is. In de desbetreffende zaak bestond 1% van de werkzaamheden van een stichting in ieder geval uit economische prestaties. Volgens de rechtbank was het feit dat de stichting economische prestaties verrichtte al voldoende om van haar een btw-ondernemer te maken. De geringe omvang en de omstandigheid dat de economische prestaties bestonden uit btw-vrijgestelde activiteiten deden daar niets aan af. In beginsel kon de stichting daarom een fiscale eenheid voor de omzetbelasting aangaan met een B.V. Wel moesten de stichting en de B.V. organisatorisch, financieel en economisch zo met elkaar verweven zijn dat zij een eenheid vormden. Van deze verwevenheid bleek inderdaad sprake te zijn. Hieraan stond niet in de weg dat de prestaties van de B.V. plaatsvonden ten behoeve van activiteiten van de stichting die wellicht niet economisch waren. Twijfelt u of u een ondernemer bent voor de btw of wilt u weten of uw organisaties een fiscale eenheid kunnen aangaan? Wij helpen u graag met dit vraagstuk.

Pas toepassing nultarief weigeren na bewezen fraude

De Belastingdienst mag de toepassing van het btw-tarief van 0% bij intracommunautaire leveringen weigeren als sprake is van btw-fraude en de leverancier dit wist of behoorde te weten. Deze voorwaarde is volgens de Hoge Raad essentieel. Een belastingrechter mag daarom de inspecteur alleen gelijk geven in het weigeren van het nultarief als deze voldoet aan zijn bewijslast. In de desbetreffende zaak had Hof Arnhem-Leeuwarden onvoldoende gemotiveerd waarom bepaalde transacties onderdeel waren van btw-carrouselfraude. Dat sommige afnemers ‘ploffers’ waren die de btw niet zouden afdragen, wilde nog niet zeggen dat dit voor alle buitenlandse afnemers gold. Het hof was evenmin voldoende diep ingegaan op de mate waarin de leverancier zich bewust was geweest van de btw-fraude. De Hoge Raad verwees daarom de zaak naar een ander hof om een en ander af te handelen.

Europese commissie wil meer flexibiliteit in btw-tarieven

De Europese Commissie (EC) meent dat de huidige Europese btw-regels de lidstaten toestaat om bepaalde prestaties onder een verlaagd tarief te laten vallen. De keuze is echter beperkt, terwijl de lidstaten de btw-tarieven als een geschikt politiek instrument zien. Daarom heeft de EC nieuwe regels voorgesteld die de lidstaten meer flexibiliteit bieden met betrekking tot de btw-tarieven. Op grond van deze nieuwe regels zouden lidstaten een standaardtarief van minstens 15% mogen hanteren evenals drie verlaagde tarieven en een ‘zero rate’. De drie verlaagde tarieven zouden bestaan uit twee afzonderlijke verlaagde tarieven tussen de 5% en het standaardtarief en een verlaagd tarief tussen 0% en het eerste verlaagde tarief. Nu is het minimum 5% voor twee verschillende categorieën producten. Wel wil de EC dat het gewogen gemiddelde btw-tarief van een lidstaat minstens 12% is.

Familievermogensrecht

Ruil pensioenrecht voor woning leidt tot belastingheffing

In het geval van een echtscheiding kunnen de ex-echtgenoten afspreken dat een de woning krijgt toebedeeld en in ruil daarvoor de ander een gedeelte van zijn pensioen afstaat. Dit heeft als ernstig nadeel dat de Belastingdienst dit in beginsel aanmerkt als een pensioenverrekening. De ex-echtgenoot die (een deel van) zijn pensioen afstaat, zal fiscaal moeten afrekenen. Hof Den Bosch is akkoord gegaan met deze uitkomst. In deze situatie ruilen de ex-echtgenoten de pensioenaanspraken, die niet behoren tot de huwelijksgoederengemeenschap, uit met een woonhuis, dat wel behoort tot de huwelijksgoederengemeenschap. Neem contact met ons op voor het opstellen van het echtscheidingsconvenant om dit soort problemen te voorkomen.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Premiekortingen vervangen door loonkostenvoordelen

Per 1 januari 2018 zijn de premiekorting oudere werknemer en de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer vervangen door de zogeheten loonkostenvoordelen (LKV’s). De premiekorting jongere werknemer is wel vervallen, maar niet vervangen. LKV’s vormen een nieuwe, jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers. Net als de premiekortingen dienen de LKV’s de kansen voor kwetsbare groepen werknemers op de arbeidsmarkt te vergroten. Sinds 1 januari 2018 zijn er vier soorten LKV’s. Dit zijn het LKV oudere werknemer, het LKV arbeidsgehandicapte werknemer, het LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden en het LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer. U als werkgever kunt voor een of meer van uw werknemers recht hebben op een LKV. Zowel u als uw werknemer moet dan voldoen aan de voorwaarden. Voor de verschillende LKV’s gelden verschillende voorwaarden. Neem contact met ons op om hierover meer informatie te krijgen.
Let op!
Per werknemer hebt u maar recht op één LKV. Dit zal dan wel de hoogste LKV zijn waar u aanspraak op kunt maken.

Jeugd-lageinkomensvoordeel ingevoerd

Vanaf 1 januari 2018 kunt u als werkgever een zogeheten jeugd-lageinkomensvoordeel (jeugd-LIV) ontvangen voor werknemers die voldoen aan drie voorwaarden. Ten eerste moet de werknemer zijn verzekerd voor een of meer van de werknemersverzekeringen. Daarnaast moet hij een gemiddeld uurloon hebben dat hoort bij het wettelijke minimumjeugdloon voor zijn leeftijd. Ten slotte dient de werknemer op 31 december 2017 18, 19, 20 of 21 jaar oud te zijn. De Belastingdienst betaalt het jeugd-LIV uit per verloond uur. Het bedrag is afhankelijk van de leeftijd van de werknemer op 31 december 2017. Het jeugd-LIV varieert van € 0,23 per uur (maximaal € 478,40 per werknemer per jaar) tot € 1,58 per uur (maximaal € 3.286,40 per werknemer per jaar).
Tip!
In tegenstelling tot een gewoon LIV kan het jeugd-LIV samengaan met een loonkostenvoordeel.

Auto

Geen rijbewijs, geen MRB

Als de inspecteur merkt dat iemand met een auto zonder Nederlands kenteken op de Nederlandse openbare weg rijdt, zal hij een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) opleggen. In beginsel hanteert de Belastingdienst in zo’n geval een naheffingstijdvak van een jaar. Als echter aannemelijk is dat de kentekenhouder niet gedurende heel het jaar met de auto kan hebben gereden, zal de naheffingsperiode daaraan moeten worden aangepast. Zo werd in een zaak voor Rechtbank Gelderland de naheffingstermijn dusdanig ingekort dat geen naheffing plaatsvond over de periode waarin de kentekenhouder zijn rijbewijs nog niet had behaald.

Pas naheffing BPM over buitenlandse auto als kentekenhouder is aangehoord

Rechtbank Noord-Nederland heeft geoordeeld dat de inspecteur ook te maken kan hebben met het unierechtelijk verdedigingsbeginsel als hij een naheffingsaanslag BPM wil opleggen. Dit is het geval in grensoverschrijdende situaties. Bijvoorbeeld als men BPM moet voldoen in verband met een auto die in het buitenland is gekocht. Op grond van het unierechtelijk verdedigingsbeginsel moet de fiscus de belanghebbende eerst de gelegenheid geven om te reageren op zijn voornemen een naheffingsaanslag op te leggen. Een schending van dit beginsel is niet te herstellen met een horing in de bezwaarfase. Schendt de Belastingdienst het verdedigingsbeginsel en zou de uitkomst van de bezwaar- en beroepsprocedure zonder deze schending mogelijk anders zijn geweest? Dan zal de belastingrechter de naheffingsaanslag BPM vernietigen.

Toekomstvoorzieningen

Knip in nabestaandenpensioen nog steeds mogelijk

In verband met de vervanging van een besluit over de fiscale aspecten van nabestaandenpensioenen zijn Kamervragen gesteld. De desbetreffende Kamerleden wezen op een goedkeuring in het oude besluit. Deze goedkeuring maakt het mogelijk dat men een knip aanbrengt in een nabestaandenpensioen, zodat het hogere pensioenpercentage geldt voor de jaren vóór 2015 en het lagere percentage daarna. De Kamerleden meenden dat deze goedkeuring is komen te vervallen met de intrekking van het oude besluit. De staatssecretaris heeft geantwoord dat de goedkeuring ook is opgenomen in het nieuwe besluit, maar op een andere plek. Van versobering van het nabestaandenpensioen is volgens hem daarom geen sprake.
Tip!
De staatssecretaris van Financiën wijst er ook op dat werkgevers een pensioenovereenkomst alleen onder voorwaarden eenzijdig kunnen wijzigen. De pensioenovereenkomst zal daartoe een wijzigingsbeding moeten bevatten. Bovendien moet sprake zijn van een zwaarwegend belang van de werkgever om over te gaan tot de eenzijdige wijziging.

Fiscus publiceert handreiking Oudedagsverplichting en overlijden

Op 13 oktober 2017 heeft de Belastingdienst de handreiking ‘ODV en overlijden’ gepubliceerd. In deze handreiking geeft de fiscus aan hoe een oudedagsverplichting (ODV) ‘vererft’. Hierover bestond lange tijd onduidelijkheid. De ODV-aanspraak maakt deel uit van de nalatenschap. Het is dan ook een vermogensrecht dat vererft volgens de regels van het (wettelijk) erfrecht. Als de erfgenamen recht hebben op (een evenredig deel van) de nalatenschap, hebben zij dus ook recht op (een evenredig deel van) de ODV-uitkeringen. Neem contact met ons op als u hierover meer wilt weten.

Eigen woning

Toelichting over vervallen tijdklemmen KEW

De Belastingdienst heeft bij wijze van toelichting een vraag- en antwoordbesluit gepubliceerd over het vervallen van de tijdklemmen voor de kapitaalverzekering eigen woning (KEW). Tot 1 januari 2013 moest men minstens vijftien jaar premies hebben betaald om een uitkeringsvrijstelling te kunnen benutten. Deze vrijstelling was hoger als minstens twintig jaar premies waren betaald. Sinds 1 april 2017 zijn deze tijdklemmen volledig komen te vervallen. In de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2016 golden de tijdklemmen niet in het geval van het verbreken van het fiscaal partnerschap. De tijdklemmen vervielen ook voor personen met een restschuld of die gebruik maken van schuldhulpverlening. Van 1 januari 2017 tot 1 april 217 vervallen de tijdsklemmen ook als men een eigen woning heeft vervreemd terwijl men direct naast deze schuld nog steeds of opnieuw een eigen woning heeft.
Let op!
Aan de uitkeringsvrijstelling zijn ook andere voorwaarden verbonden. Deze andere voorwaarden gelden in beginsel nog wel.

Geen restschuldregeling meer bij huidige verkopen

De restschuldregeling is destijds ingevoerd ter bestrijding van de crisis op de woningmarkt. Dankzij deze regeling kan de belastingplichtige die zijn eigen woning heeft verkocht onder voorwaarden de rente over zijn restschuld nog vijftien jaar aftrekken tegen het progressief tarief. De restschuldregeling geldt echter alleen als de eigen woning is verkocht in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017. Wie nu zijn eigen woning nog onder water moet verkopen, kan dus niet de rente over het resterende deel van de schuld aftrekken.
Let op!
De overheid heeft al maatregelen ingevoerd waardoor de eigenwoningrente effectief gezien aftrekbaar is tegen maximaal 49,5%, dus lager dan het toptarief van 51,95%. Dit aftrekpercentage zal nog verder dalen. Er zijn zelfs plannen om geleidelijk aan te komen tot een aftrek tegen het basistarief.

Administratieve verplichtingen

Fiscus moet instemming vragen voor onderhandse verkoop

Heeft de ontvanger van de belastingen beslag gelegd op zaken van de belastingschuldige? Dan mag hij deze onderhands verkopen als hij verwacht daarmee een hogere opbrengst te krijgen dan bij een openbare verkoop. Maar sinds 1 januari 2018 zal de ontvanger daartoe eerst de belastingschuldige om instemming moeten vragen. Als de belastingschuldige zijn instemming niet verleent, maar daarbij geen redelijk belang heeft, kan de ontvanger alsnog overgaan tot een onderhandse verkoop.

Gemachtigde moet het niet te druk hebben

Als u ons als gemachtigde in de arm neemt in een bezwaar- en beroepsprocedure, zullen wij ervoor zorgen dat wij daarvoor voldoende tijd hebben. Dit is belangrijk, want als een bestuursorgaan namelijk te veel moeite moet doen om een datum voor een horing af te spreken met een gemachtigde, kan dit ertoe leiden dat de horing nooit plaatsvindt. Dit was ook het geval in een zaak voor Hof Den Haag. Een gemeente probeerde een datum vast te stellen voor een horing. Maar de gemachtigde van de belanghebbende was dan weer met verlof of om andere redenen afwezig. Toen hij uiteindelijk de gemeente in gebrek stelde vanwege het uitblijven van een tijdige beslissing, nam de gemeente deze beslissing. Daarbij hield zij geen hoorzitting. Volgens de gemachtigde was daarmee het hoorrecht geschonden. Maar de rechter constateerde dat de gemachtigde zelf geen concreet voorstel tot een horing had gedaan. De gemeente mocht daardoor zijn ingebrekestelling opvatten als een afzien van de horing, waardoor geen sprake was van een geschonden hoorrecht.