Nieuwsbrief augustus 2020

In dit nummer onder andere:

  • Aanpassing verkoopprijs ab na negen jaar is onwaarschijnlijk
  • Schadevergoeding voor afgebroken koopintentie is belast
  • Levering kan na aftrek voorbelasting niet vrijgesteld blijven
  • Fiscus mag verrekening schenkbelasting niet met BOF beperken
  • NOW 2.0-regeling is nu aan te vragen
  • Incidenteel woon-werkverkeer thuiswerker is privégebruik

 

De ondernemer en de dga

Aanpassing verkoopprijs ab na negen jaar is onwaarschijnlijk
Op zich kan een daling van de overdrachtsprijs voor een aanmerkelijk belang (ab) aan aandelen plaatsvinden op een moment dat enige tijd na de verkoop is gelegen. In beginsel moet de Belastingdienst de fiscale overdrachtsprijs dan ook aanpassen. Maar als in familieverband na negen jaar een aanpassing van de verkoopprijs plaatsvindt, kan de fiscus argwaan krijgen. Hof Arnhem-Leeuwarden vindt dat ook terecht. In de desbetreffende zaak stelde een man dat hij negen jaar na de verkoop van zijn ab-pakket aan zijn zoon de verkoopprijs moest verlagen. Maar het hof vond zijn verhaal niet aannemelijk. Ten eerste zit er veel tijd tussen de verkoop en de aanpassing van de overdrachtsprijs. Bovendien had de man niet de moeite genomen om zelf een waardeberekening op te stellen nadat zijn zoon de juistheid van de overdrachtsprijs betwistte. Een derde zou dat wel hebben gedaan. Daarom oordeelt het hof dat de partijen bij het bepalen van de overdrachtsprijs niet hebben gedwaald. De fiscus hoeft de fiscale overdrachtsprijs niet te verlagen.

Let op!
Als een dga zijn aandelen verkoopt tegen een vergoeding die deels afhankelijk is van de resultaten van de bv in een aantal nog komende jaren, moet hij de verwachte totale vergoeding schatten. Blijkt hij later meer of minder te hebben ontvangen, dan telt dit als een positief respectievelijk negatief verkoopresultaat in het desbetreffende jaar.

Inspecteur mag aangiftes echtgenoten apart behandelen
Stel dat twee echtgenoten gezamenlijk de onverdeelde eigendom van een woon-winkelpand hebben. Een van de echtgenoten is IB-ondernemer en gebruikt het winkeldeel voor zijn onderneming. De andere echtgenoot stelt dan zijn aandeel in het winkeldeel ter beschikking aan de onderneming van zijn partner. Als ondernemende echtgenoot zijn onderneming staakt, behaalt de andere echtgenoot een resultaat uit terbeschikkingstelling (tbs). Vergeet die echtgenoot dit tbs-resultaat op te geven in de aangifte? En volgt de Belastingdienst deze aangifte omdat die er voor de rest correct uitziet? Dan mag de fiscus bij het ontdekken van de fout navorderen. De stelling dat de inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan door de aangiftes afzonderlijk te beoordelen, gaat niet op. Hij is pas verplicht om een onderzoek buiten het dossier van de belastingplichtige te houden als de gegevens in dit dossier daartoe dwingen. De Belastingdienst is evenmin verplicht om de aangiftes inkomstenbelasting van partners gezamenlijk te beoordelen. Het is zelfs mogelijk dat verschillende medewerkers de aangiftes van de echtgenoten beoordelen. De Hoge Raad oordeelt daarom dat sprake is van een nieuw feit.

Let op!
Uit deze zaak blijkt ook dat een verzoek om een standpuntbepaling de aanwezigheid van een nieuw feit niet altijd uitsluit. Een standpunt van de Belastingdienst dat betrekking heeft op een jaar vóór 2001 kan immers zijn veranderd in de Wet inkomstenbelasting 2001.

Vennootschapsbelasting

Schadevergoeding voor afgebroken koopintentie is belast
Stel dat een vennootschap een belang van minimaal 5% (deelneming) in een ander lichaam wil verkrijgen. Uiteindelijk ketst de aankoop af, maar de vennootschap ontvangt wel een vergoeding. De vraag is dan of deze vergoeding onder de deelnemingsvrijstelling valt of niet. De Hoge Raad heeft onlangs duidelijk gemaakt wanneer de vergoeding onder de deelnemingsvrijstelling valt. Ten eerste moet de verkoper verplicht zijn de aandelen te leveren aan de koper. De koper moet op zijn beurt verplicht zijn om een tegenprestatie aan de verkoper te voldoen. Als de partijen alleen een intentieovereenkomst zijn aangegaan, voldoen zij niet aan deze voorwaarden.

Let op!
Is de verplichting tot levering van de aandelen afhankelijk van een opschortende voorwaarde? En is die opschortende voorwaarde afhankelijk van toekomstige gebeurtenissen die de koper niet kan beïnvloeden? Dan is de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing. In beginsel geldt hetzelfde als door overmacht de verkoper de aandelen niet kan leveren.

Verkoop deelneming maakt onzakelijke schuld niet zakelijk
Verstrekt een holding een lening aan haar dochtermaatschappij uit aandeelhoudersmotieven? Dan is een eventuele waardedaling van die vordering niet aftrekbaar. Voor Hof Arnhem-Leeuwarden kwam de vraag of een latere verbreking van de aandeelhoudersrelatie hierin verandering brengt. Het hof oordeelt dat dit niet het geval is. Van belang is of de lening op het moment van het verstrekken onzakelijk is. In dat geval zal een latere verkoop van de deelneming de lening niet ineens alsnog zakelijk maken. Een eventuele waardedaling van de vordering is voor de holding dus nog steeds niet aftrekbaar.

Tip!
Zou een onafhankelijke derde de lening onder dezelfde voorwaarden als de holding willen verstrekken, zij het tegen een hogere winstonafhankelijke vergoeding? Dan moet een rentecorrectie plaatsvinden, maar zijn waardedalingen van deze lening wel aftrekbaar.

Fiscus mag niet navorderen totdat verlies is herzien
Corrigeert de inspecteur een verlies over een bepaald jaar, zodat het belastbaar bedrag positief wordt? En heeft hij de winst van het voorafgaande jaar al verminderd met het aangegeven verlies van het eerdergenoemde jaar? Dan mag de Belastingdienst niet zomaar navorderen over het voorafgaande jaar. De fiscus zal eerst een verliesherzieningsbeschikking moeten afgeven voor het jaar waarop de correctie betrekking heeft. Tot dit oordeel komt althans Rechtbank Gelderland.

BTW

Voorstel tot wijziging btw bij afstandsverkopen binnen EU
Volgens de huidige regels zijn intracommunautaire afstandsverkopen vaak belast in de lidstaat van de verkoper. Vaak mag de lidstaat van de consument alleen heffen bij overschrijding van een bepaalde jaarlijkse omzetdrempel. Dit verandert in het wetsvoorstel implementatie richtlijn elektronische handel. Onder dit wetsvoorstel worden intracommunautaire afstandsverkopen belast in de lidstaat van de consument. Met andere woorden: de lidstaat waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van aankomst van de verzending of het vervoer naar de afnemer. De verwachting is dat afstandsverkopers veel vaker dan nu btw-aangifte zullen moeten doen in alle lidstaten waar ze goederen leveren aan consumenten. Zij kunnen echter op verzoek de buitenlandse btw over de internetverkopen in hun eigen lidstaat aangeven. De betaling vindt dan plaats via het éénloketsysteem. Wanneer de nieuwe wetgeving zal ingaan, staat nog niet vast. Dit komt mede doordat de Europese Commissie heeft voorgesteld om de inwerkingtreding van het gehele pakket elektronische handel uit te stellen tot 1 juli 2021.

Let op!
Nederland past nu nog een btw-vrijstelling toe op de invoer van goederen in het kader van internet- en postorderverkoop. Het betreft hier goederen waarvan de waarde exclusief verzekering en verzendkosten hoogstens € 22 bedraagt. Deze vrijstelling komt te zijner tijd te vervallen.

Levering kan na aftrek voorbelasting niet vrijgesteld blijven
Soms past een btw-ondernemer voor een verrichte prestatie een btw-vrijstelling toe met een beroep op nationale rechtspraak, bijvoorbeeld een arrest van de Hoge Raad. Blijkt het oordeel van de nationale rechter voor de omzetbelasting in strijd te zijn met de Btw-richtlijn? Dan mag de Belastingdienst in principe toch niet naheffen vanwege het rechtszekerheidsbeginsel. Maar een dergelijk beroep slaagt alleen als de ondernemer geen voorbelasting heeft afgetrokken met betrekking tot goederen en diensten die men moet toerekenen aan de “vrijgestelde” prestatie. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de nationale rechter oordeelt dat de levering van een onroerende zaak onbelast is. En vervolgens oordeelt het Hof van Justitie van de EU dat sprake is van een btw-belaste levering van een bouwterrein.

Staat moet schade fiscaal concurrentienadeel vergoeden
Soms past de Belastingdienst de btw-richtlijn onjuist toe, zodat een ondernemer te maken krijgt met een concurrentienadeel. Onder voorwaarden kan de ondernemer dan een schadevergoeding vorderen van de Staat. Ten eerste moet de geschonden rechtsregel dienen om particulieren rechten toe te kennen. Vervolgens moet sprake zijn van een voldoende gekwalificeerde schending. Ten slotte dient een direct causaal verband bestaan tussen de schending van de verplichting en de geleden schade. Tot 1 januari 2017 paste de Belastingdienst bijvoorbeeld de sportvrijstelling in de btw voor het verhuren van ligplaatsen voor pleziervaartuigen onjuist toe. Neem contact met ons op als u vermoedt dat u schade lijdt door het onjuist toepassen van het Unierecht door de fiscus.

Familievermogensrecht

Fiscus mag verrekening schenkbelasting niet met BOF beperken
Doet een erflater binnen 180 dagen voor zijn overlijden een schenking aan een erfgenaam, dan telt de Belastingdienst het geschonken bedrag op de nalatenschap. De erfgenaam moet dus erfbelasting betalen over de schenking. Maar hij mag wel de eerder geheven schenkbelasting verrekenen. In een zaak voor Hof Den Haag meende de inspecteur dat bij samenloop met de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) men moet uitgaan van de erfbelasting na toepassing van de BOF. Bij de berekening van het aandeel van de fictieve erfrechtelijke verkrijging (de schenking) had hij gerekend met de totale nalatenschap inclusief vrijgesteld ondernemingsvermogen. Op die manier kwam de te verrekenen schenkbelasting op een laag bedrag uit. Het hof oordeelt dat deze rekenmethode onjuist is. Het hof berekent de grondslag voor de verrekening door de fictieve verkrijging vóór toepassing van de vrijstelling te delen door de totale verkrijging exclusief vrijgesteld ondernemingsvermogen. Het hof vermenigvuldigt deze breuk met de erfbelasting over de totale verkrijging zonder BOF-vrijstelling. Op die manier kan de erfgenaam in principe meer schenkbelasting verrekenen.

Let op!
Uit eerdere rechtspraak bleek al dat de vermindering niet meer kan zijn dan het bedrag van de erfbelasting dat naar evenredigheid is toe te rekenen aan de fictieve verkrijging.

Erfgenaam kan dividendbelasting legataris niet verrekenen
Legateert een erflater aandelen en bepaalt hij dat de vruchten van de legaten direct bij zijn overlijden ingaan? Dan kunnen de erfgenamen niet stellen dat zij fiscaal de gerechtigden tot het dividend op de aandelen zijn. En dus kunnen zij evenmin de ingehouden dividendbelasting in hun aangifte opgeven als te verrekenen voorheffing. Dit alles geldt ook als de erflater een rekening-courant heeft aan zijn bv. De legatarissen kunnen dan hun dividenden doen toekomen aan de erfgenamen om hun overgenomen schuld te voldoen. Maar ook dan zijn fiscaal gezien de legatarissen degenen die het dividend genieten. Zij gebruiken dit dividend om hun schuld aan de erfgenamen af te lossen, maar zij hebben het nog wel genoten.

Onbeperkt navorderen bij buitenlandse erfenis toegestaan
Op 1 januari 2012 heeft het kabinet een onbeperkte navorderingstermijn ingevoerd voor verzwegen buitenlandse bestanddelen van een erfenis. Daarbij heeft het kabinet geen overgangsrecht geregeld. In een zaak voor Hof Arnhem-Leeuwarden meende een vrouw dat de wetgever daardoor zijn bevoegdheden heeft overschreden. De vrouw had zelf op 6 juni 2000 onder andere tegoeden bij een Duitse bank geërfd. Deze tegoeden had zij niet opgegeven in haar aangifte successierecht (de voorloper van de erfbelasting). Pas op 18 juni 2014 gaf zij in het kader van de inkeerregeling alsnog het buitenlandse vermogen op. De inspecteur legde de vrouw op 19 januari 2016 een navorderingsaanslag successierecht op. Het hof staat deze gang van zaken toe. Tijdens de invoering van de onbeperkte navorderingstermijn was de oude navorderingstermijn nog niet verstreken. De wetgever hoefde van het hof geen overgangsregeling te treffen. De vrouw kan evenmin een beroep doen op het Unierecht, omdat zij met het verzwijgen van de buitenlandse tegoeden fraude heeft gepleegd.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

NOW 2.0-regeling is nu aan te vragen
De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) is met ingang van 1 juni 2020 verlengd met vier maanden tot 1 oktober 2020. Sinds 6 juli 2020 is de nieuwe versie van deze regeling, aangeduid met NOW 2.0, aan te vragen. De NOW 2.0 voorziet in tegemoetkoming op de loonkosten vanaf 1 juni 2020. Verwacht u een omzetverlies van 20% of meer? Dan kunt u onder nadere voorwaarden bij het UWV een tegemoetkoming voor vier maanden aanvragen. De tegemoetkoming bedraagt maximaal 90% van de loonsom, gerelateerd aan het omzetverlies. Men berekent de omzetdaling over een viermaands periode die start op 1 juni, 1 juli of 1 augustus 2020. Men volgt daarbij de systematiek van de eerste periode (NOW 1.0).

Let op!
Een andere voorwaarde voor de NOW 2.0 is dat de werkgever gedurende de periode van 1 juni en 30 september 2020 geen ontslagaanvraag doet bij UWV wegens bedrijfseconomische redenen. Het niet voldoen aan deze voorwaarde leidt in principe tot een correctie van de NOW-subsidie met het maandloon van de werknemer(s) voor wie ontslag is aangevraagd. Daarbij hanteert men de berekeningswijze uit de subsidieregeling (3 x loonsom referentiemaand x 1,4 x 0,9).

Test iDEAL functionaliteit uitgebreid naar loonheffingen
In 2017 is de Belastingdienst een proef begonnen waarin ondernemers met een online boekhoudpakket hun aangifte omzetbelasting konden indienen. Vervolgens konden de ondernemers de betaling direct regelen via iDEAL. Uit de proef blijkt dat de deelnemers deze werkwijze als duidelijk en gebruikersvriendelijk ervaren. De Belastingdienst heeft dan ook de iDEAL functionaliteit breed beschikbaar gesteld voor alle externe softwareontwikkelaars die de omzetbelasting ondersteunen. De fiscus is nu van plan de iDEAL functionaliteit te testen voor de loonbelasting. De volgende stap is het breed beschikbaar stellen van de functionaliteit voor alle softwareontwikkelaars van salarispakketten.

Auto

Incidenteel woon-werkverkeer thuiswerker is privégebruik
Als een werkgever zijn werknemers de mogelijkheid biedt om thuis te werken, brengt hij daarmee in beginsel de afstand tussen woning en werk terug tot nihil. Stel nu dat een werknemer in principe thuiswerkt, maar toch nog weleens naar het kantoor komt met de auto van de zaak. Is de afstand die hij dan aflegt geen woon-werkverkeer voor de omzetbelasting? Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat in zo’n geval wel degelijk sprake is van woon-werkverkeer. Dit woon-werkverkeer telt voor de btw-heffing als privégebruik. In principe moet de werkgever btw voldoen over dit privéverbruik.

Tip!
Voor de loonheffingen is woon-werkverkeer zakelijk gebruik, zodat de werkgever daarover geen loonheffing hoeft te berekenen.

Subsidiepot voor elektrische auto’s na acht dagen al op
Sinds 1 juli konden particulieren onder voorwaarden € 4.000 aan subsidie aanvragen voor de aanschaf van een nieuwe elektrische auto. De subsidies golden zowel voor koop als private lease. Er was € 10 miljoen aan subsidies beschikbaar, maar deze pot is na acht dagen al leeggeraakt. Zo werd op de eerste dag al voor 44% van het budget voor nieuwe auto’s aangevraagd. De RVO schuift de aanvragen die nu nog bij haar binnenkomen door naar volgend jaar. De RVO maakt de jaarbudgetten voor 2021 tot en met 2025 later bekend.

Tip!
Voor een tweedehandsauto geldt een subsidie van € 2.000. Voor tweedehands elektrische auto’s bedraagt de subsidiepot € 7,2 miljoen. Daarvan was op 29 juli 2020, 13:00 uur al bijna € 2,3 miljoen aangevraagd.

Toekomstvoorzieningen

Geërfd ODV-recht niet te gebruiken voor eigen lijfrente
Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft onlangs toegelicht wat er gebeurt als de gerechtigde tot een oudedagsverplichting (ODV) komt te overlijden. Als de ODV-termijnen nog niet zijn ingegaan, gaat het recht op de termijnen over op de erfgenamen (natuurlijke personen). De uitkeringen van de ODV-termijnen moeten vervolgens ingaan binnen twaalf maanden na het overlijden. Zijn de ODV-termijnen al ingegaan, dan verkrijgen de erfgenamen de resterende ODV-termijnen. Een erfgenaam kan het geërfde recht op de ODV-termijnen niet benutten voor het verkrijgen van een aan hemzelf uit te keren tijdelijke nabestaandenlijfrente.

Eigen woning

Aanslag definitief? Hypotheekrentecorrectie kan bij partner
Stel dat twee fiscale partners hun aangiftes inkomstenbelasting indienen. Beiden geven hun aandeel in het negatieve inkomen uit eigen woning op. De Belastingdienst meent naderhand dat de betaalde hypotheekrente onzakelijk hoog is. Op dat moment is de aanslag van een van de partners al definitief geworden. In een recent arrest bevestigt de Hoge Raad dat in zo’n geval de inspecteur de hypotheekrenteaftrek van de andere partner mag corrigeren. Zelfs als de ene partner het inkomensbestanddeel feitelijk heeft genoten.

Let op!
De inspecteur wil nog weleens tot het standpunt komen dat de belastingplichtige te veel hypotheekrente betaalt als de schuldeiser een familielid is.

Vereenvoudiging eigenwoningregeling taak van volgend kabinet
In een evaluatie van de eigenwoningregeling is geconstateerd dat de regeling niet doelmatig en doeltreffend is. Diverse Kamerleden hebben vragen gesteld in verband met deze evaluatie. De staatssecretaris van Financiën heeft deze Kamervragen onlangs beantwoord. Hij geeft onder meer aan dat het aan het volgende kabinet is om de eigenwoningregeling eventueel te vereenvoudigen. Het rapport ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ bevat volgens hem aanknopingspunten die kunnen bijdragen aan het vaststellen van een eindbeeld voor de eigenwoningregeling. Hij wijst wel op enkele aspecten waarmee men rekening dient te houden bij eventuele aanpassingen in de fiscale eigenwoningregeling. Daarbij vermeldt hij het functioneren van de woningmarkt, de wens tot vereenvoudiging en de benodigde zekerheid voor de belastingplichtige.

Administratieve verplichtingen

Kostenbeschikking en dwangbevel kunnen samenvallen
Voordat de ontvanger van de belastingen kosten van invordering in rekening mag brengen, moet de belastingschuldige de gelegenheid krijgen om van het bestaan van zijn belastingschuld te weten. Ook moet hij de kans krijgen om zijn schuld te voldoen. De Hoge Raad heeft onlangs geoordeeld dat het invorderbaar worden van een navorderings- of heffingsaanslag kan samenvallen met de uitreiking van een dwangbevel. De deurwaarder moet de belastingschuldige wel enige tijd gunnen om de aanslag te betalen voordat hij de kosten definitief in rekening brengt.

Let op!
In de zaken voor de Hoge Raad kregen de belastingschuldigen (iets minder dan) twee dagen de tijd om te betalen. Voor de Hoge Raad is dat in principe een redelijke termijn.

Plan om wettelijk fiscaal verschoningsrecht aan te passen
Administratieplichtigen zijn verplicht om aan de fiscus op verzoek informatie te verstrekken die relevant is voor de belastingheffing van derden. Onder de huidige wetgeving geldt voor bekleders van een geestelijk ambt, notarissen, advocaten, artsen en apothekers een wettelijk fiscaal verschoningsrecht. Het Ministerie van Financiën wil dit zogeheten verschoningsrecht aanpassen. Het gaat dan vooral om het verschoningsrecht voor advocaten en notarissen. Dit verschoningsrecht moet alleen gelden in het kader van hun taakuitoefening. Stukken die los bestaan van de vertrouwensrelatie met de notaris of advocaat, zullen volgens het conceptwetsvoorstel niet meer onder het verschoningsrecht vallen. Zo hoopt het ministerie te voorkomen dat men de fiscus inzage in jaarstukken of bankafschriften kan weigeren door deze onder te brengen bij een advocaat of notaris. Het conceptvoorstel ligt tot 23 oktober 2020 ter consultatie.

Let op!
Lichamen, IB-ondernemers, resultaatgenieters en inhoudingsplichtigen (werkgevers) zijn administratieplichtig.