Nieuwsbrief augustus 2019

In dit nummer onder andere:

  • Onverplichte agiostorting blijft in box 3 van dga
  • Af te waarderen vordering moet eerst oninbaar, dan zakelijk zijn
  • Bewijs aanwezigheid voorbereidende handelingen
  • Fiscus moet ongebruikelijk eindheffingsloon bewijzen
  • Bij vermogensetikettering auto’s telt alleen kilometergrens
  • Meer tijd voor informatieverstrekking voor wijziging beslagvrije voet

De ondernemer en de DGA

Werkzaamheden bepalen jaar van heffing

Het komt in de praktijk voor dat dga’s voor hun B.V.’s werkzaamheden verrichten, die de Belastingdienst bestempelt als overige werkzaamheden. Soms krijgt de dga pas later een nabetaling voor de verrichte werkzaamheden. In dat geval komt de vraag op aan welk jaar men de vergoeding fiscaal moet toerekenen. Het jaar waarin de dga de desbetreffende werkzaamheden heeft verricht of het jaar van de nabetaling? Hof Den Haag heeft geoordeeld dat men de nabetaling moet toerekenen aan het jaar waarin de werkzaamheden plaatsvonden, waarop de vergoeding betrekking heeft.

Onverplichte agiostorting blijft in box 3 van dga

Wilt u een B.V. oprichten en kort vóór de jaarwisseling een bedrag overboeken op de derdenrekening van de notaris zodat hij dit bedrag als agio in uw B.V. kan storten? En denkt u dat u zo ook wat box 3-heffing bespaart? Dat is nog maar de vraag. De Hoge Raad heeft namelijk geoordeeld in een zaak waarin dit speelde, dat het overgeboekte bedrag het vermogen van de aandeelhouder niet had verlaten. Het probleem voor de desbetreffende aandeelhouder was dat hij geen afdwingbare verplichting was aangegaan om een agiostorting te doen. Daardoor bleef hij rechthebbende met betrekking tot dit bedrag.
Tip!
Stel tijdig een schriftelijke overeenkomst op waarin u uzelf verplicht om agiokapitaal te storten. In dat geval verlaat het bedrag dat u overboekt naar de derdenrekening van de notaris uw vermogen en bespaart u uzelf in principe wat box 3-belasting.

Vennootschapsbelasting

Af te waarderen vordering moet eerst oninbaar, dan zakelijk zijn

Als een schuldeiser een lening verstrekt aan een gelieerde partij zonder enige zekerheid te bedingen, is de kans groot dat de Belastingdienst deze lening bestempelt als onzakelijk. Een eventuele waardedaling is dan niet fiscaal aftrekbaar. Maar te veel zekerheid bedingen is ook niet goed. In dat geval kan de inspecteur namelijk stellen dat de vordering gewoon inbaar is. Ook dan komt de schuldeiser niet toe aan fiscale afwaardering.

Belastingdienst kan uitmelken van fiscaal lek bestrijden

Zo nu en dan blijkt de Nederlandse fiscale wetgeving een lek te bevatten. De wetgever moet in zo’n geval reparatiemaatregelen nemen. Maar zelfs voordat deze reparatiemaatregelen van kracht zijn, kan het uitmelken van zo’n lek problemen opleveren. Als namelijk B.V.’s een structuur opzetten die specifiek bedoeld is om optimaal fiscaal voordeel te behalen, is volgens Rechtbank Noord-Holland sprake van misbruik van recht.
Tip!
Ook in een situatie van misbruik van recht kan nog sprake zijn van een pleitbaar standpunt. In dat geval kan de inspecteur de belanghebbende geen boete opleggen, zelfs niet als de rechter hem in het gelijk stelt.

BTW

Bewijs aanwezigheid voorbereidende handelingen

Als u een onderneming gaat beginnen en zo snel mogelijk de btw wilt aftrekken als voorbelasting, is het verstandig om bewijzen te verzamelen van voorbereidende handelingen. Zo verkleint u de kans dat de inspecteur de btw-aftrek weigert omdat hij u niet als btw-ondernemer erkent. In het geval van een samenwerkingsverband vormen schriftelijke huur- of gebruikersovereenkomsten tussen participanten onderling of derden in de ogen van Rechtbank Gelderland bewijs. Hetzelfde geldt voor schriftelijke overeenkomsten met betrekking tot de inbreng van bedrijfsmiddelen en de winstverdeling.
Tip!
De btw kent een ruimer ondernemersbegrip dan de inkomstenbelasting. Het zelfstandig uitoefenen van een bedrijf of beroep is al voldoende. Maar ook de exploitatie van een vermogensbestanddeel leidt tot btw-ondernemerschap als dit gebeurt met als oogmerk om een duurzame opbrengst te genereren.

Inspecteur moet verlies status bouwterrein bewijzen

De levering van een bouwterrein is belast met btw. Daardoor is de btw in de kosten met betrekking tot dat bouwterrein in beginsel aftrekbaar als voorbelasting. De Belastingdienst mag deze aftrek weigeren zodra de status van bouwterrein verloren gaat. Maar van Hof Amsterdam is de inspecteur degene die moet bewijzen dat een onroerende zaak geen bouwterrein meer is. Daarbij kan hij niet volstaan met de stelling dat door tijdsverloop de bewerking van het terrein door natuurlijke aanwas van planten en struiken ongedaan is gemaakt. Een terrein kan tien jaar “braak” liggen en toch een bouwterrein blijven. De stelling dat aannemelijk is dat een afgegeven bouwvergunning is verlopen, overtuigt het hof evenmin.

Automatisch naar nieuwe kleine-ondernemersregeling

Doet u geen btw-aangifte omdat u gebruik maakt van de ontheffing administratieve verplichtingen? Dan valt u vanaf 1 januari 2020 automatisch onder de nieuwe kleineondernemersregeling. U hoeft dus geen verdere actie te ondernemen. Dit geldt overigens ook voor zonnepaneelhouders die geen aangifte meer doen.
Let op!
Wilt of kunt u de nieuwe kleineondernemersregeling niet toepassen? Dan moet u zich met het afmeldformulier van de Belastingdienst afmelden.

Familievermogensrecht

Renteloze vordering leidt tot box 3-bezitting bij schuldenaar

Rechtbank Gelderland kreeg de vraag voorgelegd of een renteloze vordering voor de schuldenaar een bezitting in box 3 is. In de desbetreffende zaak ontving een zoon van zijn moeder schenkingen onder de opschortende voorwaarde van overlijden van zijn moeder. De moeder woonde in België. Als de zoon eerder zou komen te overlijden dan zijn moeder, zouden zijn kinderen begunstigden zijn. Gezien de ruime omschrijving van genotsrecht in de parlementaire geschiedenis is een renteloze vordering volgens de rechtbank een genotsrecht voor de schuldenaar. Vast staat dat de vordering die de zoon op zijn moeder heeft, renteloos is. Daarmee heeft moeder het genot van de aan vordering ten grondslag liggende gelden en is er sprake van een genotsrecht. En daardoor vormt de renteloze vordering een bezitting in box 3.

Verduidelijking voldoen van erfbelasting met kunst

Erfgenamen kunnen de verschuldigde erfbelasting onder voorwaarden voldoen met een kunstvoorwerp van nationaal cultuur- of kunsthistorisch belang. Een adviescommissie beoordeelt of een kunstvoorwerp van voldoende cultuur- of kunsthistorisch belang is. Het kunstvoorwerp moet onderdeel hebben uitgemaakt van de nalatenschap waarover de erfbelasting is geheven. De betaling krijgt vorm doordat de erfgenamen het kunstvoorwerp in eigendom overdragen aan de staat. Vervolgens vindt een kwijtschelding van erfbelasting plaats tot een bedrag van 120% van de waarde van het kunstvoorwerp. Is de waarde van het kunstvoorwerp (inclusief de opslag van 20%) hoger dan de verschuldigde erfbelasting? Dan vindt geen compensatie plaats voor de ‘overwaarde’. Hierop geldt alleen een uitzondering als het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een dergelijke compensatie voor zijn rekening zou nemen.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Fiscus moet ongebruikelijk eindheffingsloon bewijzen

Als een werkgever aandelen of andere bijzondere beloningen toekent aan haar werknemers en deze beloningen wil aanwijzen als zogeheten eindheffingsloon, moet zij voldoen aan het gebruikelijkheidscriterium. Dit criterium houdt tegenwoordig in dat het gebruikelijk moet zijn dat onder vergelijkbare omstandigheden werkgevers zulke beloningen toekennen aan hun werknemers. Neemt de inspecteur het standpunt in dat het ongebruikelijk is dat een werkgever een bepaalde beloning aanwijst als eindheffingsloon? Dan moet hij zijn standpunt aannemelijk maken. De Hoge Raad heeft namelijk geoordeeld dat een redelijke verdeling van de bewijslast dit vereist.
Tip!
De Belastingdienst hanteert een doelmatigheidsgrens van € 2.400. De fiscus gaat ervan uit dat loonbestanddelen van hooguit € 2.400 gebruikelijk zijn. Maar de Hoge Raad oordeelt dat bedragen boven deze grens ook gebruikelijk kunnen zijn. De fiscus kan niet volstaan met de constatering dat een vergoeding de doelmatigheidsgrens heeft overschreden.

Invoering Wet DBA voldoende reden voor opzeggen VSO

Vóór de invoering van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) is de Belastingdienst met diverse partijen overeenkomsten aangegaan over de kwalificatie van arbeidsrelaties. De kans is groot dat zo’n vaststellingsovereenkomst een artikel bevat waarin de mogelijkheid tot (eenzijdig) opzeggen is opgenomen. Opzeggen is in beginsel gebonden aan voorwaarden, maar een wijziging in de wet- en regelgeving zal al snel een gegronde reden voor opzegging zijn. De invoering van de Wet DBA is zo’n wetswijziging. Bevat bijvoorbeeld een oude VSO een bepaling waardoor een dienstbetrekking tussen partijen (niet) wordt aangenomen als is voldaan aan de in de VSO genoemde voorwaarden? Dan botst de VSO met de individuele toetsing die op grond van de Wet DBA moet plaatsvinden. Hof Den Haag meent zelfs dat opzeggen mogelijk is zonder dat de VSO dit expliciet vermeldt. Dit is het geval als het voortzetten van de VSO in strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid.

Transparantie voor winstbelasting zegt niets over loonheffingen

Voor iedere belasting moet men uitzoeken wie de belastingplichtige is. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een lichaam transparant is voor de winstbelastingen, maar zelfstandig inhoudingsplichtig voor de loonheffingen. Zo had de Belastingdienst in een zaak voor Rechtbank Gelderland naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd aan een stichting die een zorgbureau exploiteerde. De stichting stelde voor de rechtbank dat zij fiscaal transparant was en dus geen inhoudingsplichtige kon zijn. Zij meende dat het personeel hooguit in dienst zou kunnen zijn bij de oprichter en de bestuurder van de stichting. De rechtbank stelde echter vast dat de stichting alleen transparant was voor de inkomstenbelasting. Voor de loonheffingen was zij een zelfstandige inhoudingsplichtige.

Auto

Bij vermogensetikettering auto’s telt alleen kilometergrens

Rechtbank Noord-Nederland stelt dat bij het beantwoorden van de vraag of een auto van een ondernemer keuzevermogen of verplicht privévermogen is, men een aantal stappen moet nemen. Ten eerste moet de ondernemer aannemelijk maken dat hij de auto op zijn minst in enige mate zakelijk heeft gebruikt. Is dat niet het geval, dan is sprake van verplicht privévermogen. Als de ondernemer de auto wel in enige mate zakelijk gebruikt, is de auto keuzevermogen tenzij de ondernemer de auto (nagenoeg) uitsluitend gebruikt voor zakelijk of privégebruik. Normaal gesproken wordt (nagenoeg) uitsluitend uitgelegd als minstens 90%. Maar al in 2001 kwam de Hoge Raad tot een afwijkende uitleg. Volgens deze uitleg is een auto verplicht ondernemingsvermogen als het privéverbruik minder dan 500 privékilometers bedraagt. De rechtbank concludeert dat deze afwijking beide kanten opwerkt. De kilometergrens is dus ook bepalend bij het vraagstuk of sprake is van keuzevermogen of verplicht privévermogen. De rechtbank oordeelt dat een auto keuzevermogen is in plaats van verplicht privévermogen, zodra de ondernemer meer dan 500 zakelijke kilometers heeft gereden.

Vanaf 1 juli 2020 nieuwe basis voor BPM-tarieven

Hoeveel BPM autobezitters moeten betalen, is afhankelijk van de CO2-uitstoot van de desbetreffende auto en de BPM-tarieven. Vanaf 1 juli 2020 worden de BP-tarieven gebaseerd op een nieuwe CO2-testmethode: de Worldwide Harmonized Light Vehicle Test Procedure (WLTP). Uit onderzoek van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) blijkt dat WLPT beter inzicht geeft in het werkelijke brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van personenauto’s dan de vorige methode. Onder de nieuwe test is de CO2-uitstoot van auto’s onder deze nieuwe test gemiddeld hoger. Het kabinet wil echter niet dat alleen al door deze nieuwe testmethode de BPM stijgt. Daarom zal het kabinet de CO2-tarieven van de BPM per 1 juli 2020 naar beneden bijstellen. Zo blijft de gemiddelde BPM per auto naar verwachting ongeveer hetzelfde. Toch kan de BPM op sommige auto’s hoger worden, terwijl de BPM op andere auto’s lager uitpakt.

Bedrijfsauto blijft zakelijk als privégebruik niet genoeg stijgt

Een ondernemer die een auto koopt om deze voor meer dan 10% voor zijn onderneming en meer dan 10% voor privédoeleinden te gebruiken, mag kiezen of hij de auto aan zijn ondernemings- of privévermogen toerekent. Op deze keuze mag hij terugkomen, maar dan moet in beginsel wel sprake zijn van een bijzondere omstandigheid. Zo’n bijzondere omstandigheid doet zich bijvoorbeeld voor als blijkt dat de bedrijfsauto veel meer voor privédoeleinden wordt gebruikt dan verwacht. De ondernemer moet dan wel het privégebruik kunnen aantonen. Anders zal de Belastingdienst stellen dat de auto terecht is aangemerkt als ondernemingsvermogen. En ruilt de ondernemer de naar privé overgebrachte auto in voor een andere auto die hij tot zijn ondernemingsvermogen rekent? Ook dit is een aanwijzing voor de zakelijkheid van de oude auto, zo meent Hof Arnhem-Leeuwarden.

Toekomstvoorzieningen

Kleine overschrijding afkoopsom: volle mep aan revisierente

De afkoop van een lijfrentepolis vanwege arbeidsongeschiktheid kan zonder de heffing van revisierente plaatsvinden. Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat de afkoopsom niet te hoog is. Een kleine overschrijding kan al grote gevolgen hebben. In een zaak voor Rechtbank Gelderland leidde bijvoorbeeld een overschrijding van € 829 tot ruim € 8.000 aan revisierente.
Tip!
In 2019 is een afkoopsom voor een arbeidsongeschiktheidspensioen in ieder geval niet te hoog als het hooguit € 41.132 bedraagt. Als het gemiddelde van de premiegrondslagen inclusief franchise van het kalenderjaar en het voorafgaande jaar groter is dan € 41.132, vormt dit gemiddelde het grensbedrag. Vraag ons om dit bedrag te achterhalen.

Geen beroep op vertrouwensbeginsel als ambtenaarschap is verzwegen

Onder sommige belastingverdragen die Nederland heeft gesloten met andere landen is pensioen afkomstig uit Nederland belast in de woonstaat, maar mag Nederland heffen als het gaat om een ambtenarenpensioen. Krijgt iemand te horen van de Belastingdienst dat zijn pensioen belast is in het buitenland, maar heeft hij niet gemeld dat hij als voormalig ambtenaar het pensioen ontvangt? Dan kan hij aan de toezegging van de Belastingdienst geen vertrouwen ontlenen.

Eigen woning

Fiscaal voordeel hypotheek werkgever te bepalen bij afsluiten lening

Sommige eigenwoningbezitters krijgen de financiering van hun eigen woning van een personeelslening. Werkgevers kunnen namelijk hun werknemers een lening verstrekken tegen een gunstig rentetarief. Als een werkgever zijn werknemer een personeelslening verstrekt die kwalificeert als eigenwoningschuld, vormt het rentevoordeel belast loon voor de werknemer. Volgens Rechtbank Gelderland moet men per lening het overeengekomen rentepercentage vergelijken met het rentepercentage van soortgelijke leningen die in de vrije markt worden afgesloten. Daarbij gaat het om de rente op de vrije markt op het moment waarop de partijen de leningen afsluiten.

Administratieve verplichtingen

Tref voorbereidingen voor meldingsplicht internationale constructies

Vanaf 1 juli 2020 zullen belastingadviseurs, accountants, financiële instellingen en andere intermediairs een extra informatieverplichting krijgen. Het betreft de plicht om grensoverschrijdende constructies die zijn te gebruiken om belasting te ontwijken, bij de Belastingdienst te melden. De informatie die men vanaf 1 juli 2020 moet leveren, gaat terug tot 25 juni 2018. Deze informatie moet uiterlijk 31 augustus 2020 aan de Belastingdienst zijn verstrekt. Intermediairs die niet voldoen aan de verplichting, riskeren een boete of zelfs strafrechtelijke vervolging. Vindt vanaf 2020 een melding plaats, dan betekent dit dat een belastingconstructie voor de Belastingdienst mogelijk de moeite van het verder onderzoeken waard is. Als gevolg van de Europese richtlijn krijgen de belastingdiensten van alle lidstaten toegang tot een database met informatie over deze constructies. Dit vergemakkelijkt de uitwisseling van informatie tussen Europese lidstaten.
Tip!
De inspecteur mag stukken die hij niet bij de advocaat kan opvragen evenmin opvragen bij de cliënt. Dit zou immers een uitholling van het verschoningsrecht vormen.

Meer tijd voor informatieverstrekking voor wijziging beslagvrije voet

Soms dient een belastingschuldige een verzoek in tot aanpassing van de beslagvrije voet zonder daarbij de juiste gegevens te verstrekken. In dat geval corrigeert de ontvanger van de belastingen de beslagvrije voet van de belastingschuldige pas als deze wel de juiste gegevens verstrekt. Door een wijziging van de Leidraad invordering krijgen belastingschuldigen nu een redelijke termijn om alsnog de juiste gegevens te verstrekken voor het bepalen van de beslagvrije voet. Als de belastingschuldige die juiste gegevens verstrekt, wordt zijn beslagvrije voet met terugwerkende kracht aangepast vanaf de eerstvolgende inhouding nadat het oorspronkelijke verzoek is gedaan. Door deze beperkte terugwerkende kracht verdwijnt het onderscheid tussen belastingschuldigen die zich melden met de juiste informatie en de belastingschuldigen die dat niet doen. Levert de belastingschuldige de juiste informatie echter niet, dan blijft het huidige regime van toepassing.

Ingetrokken informatiebeschikking is te 'vervangen'

Het komt voor dat de Belastingdienst naar aanleiding van een beroep een informatiebeschikking intrekt, bijvoorbeeld omdat deze beschikking onduidelijkheid creëert. In dat geval is het mogelijk dat de inspecteur korte tijd later een nieuwe informatiebeschikking oplegt die ziet op hetzelfde belastingjaar. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs bevestigd dat deze gang van zaken in principe is toegestaan. Het is wel mogelijk dat algemene beginselen van behoorlijk bestuur het opleggen van een tweede informatiebeschikking in de weg staan. Maar de belanghebbende zal dit dan aannemelijk moeten maken.