Nieuwsbrief augustus 2018

In dit nummer onder andere:

  • Ondernemerschap zonder investering en met maar één opdrachtgever
  • Geen aftrek voor verlies op schuldig gebleven verkoopprijs certificaten
  • Laag BTW-tarief in 2019 van 6% naar 9%
  • Splits B.V. bij echtscheiding
  • Alleen nog voor toekomst sectorindeling te wijzigen
  • Verhuur belastingvrij uw tuinhuisje!

De ondernemer en de DGA

Ondernemerschap zonder investering en met maar één opdrachtgever

Vaak merkt de Belastingdienst een opdrachtnemer niet aan als fiscaal ondernemer als hij in een jaar maar één opdrachtgever heeft, geen investeringen doet en evenmin debiteurenrisico loopt. Maar Hof Den Haag heeft onlangs geoordeeld dat deze omstandigheden niet doorslaggevend zijn als u een zelfstandig beroep uitoefent. In de zaak voor het hof ging het bijvoorbeeld om een paprikadraaier. Zijn investeringen waren beperkt tot het aanschaffen van een mobiele telefoon, computer, werkkleding, schoenen en een mes. Verder werkte hij soms bijna een jaar op locatie bij dezelfde opdrachtgever. De man liep ook geen debiteurenrisico. Maar het hof oordeelt dat dit niet van belang is: het gaat er niet om of de arbeidskracht feitelijk een debiteurenrisico loopt, maar of een eventueel risico voor zijn rekening komt. Dit was hier het geval. Daarnaast werkte de paprikadraaier zelfstandig, omdat hij zelf zijn werktijden kon inrichten en in geval van ziekte of vakantie zich kon laten vervangen. En hij liep het risico van aansprakelijkstelling bij schade of wanprestatie. Bovendien streefde de man naar het verkrijgen van verschillende opdrachten. Al met al voldoende redenen voor het hof om de man als fiscaal ondernemer te bestempelen.

Let op als uw woning bij staking naar privé gaat

Als u uw woning op de zaak (eenmanszaak, vof, maatschap) hebt gezet maar uw onderneming gaat staken, zal deze woning moeten overgaan naar uw privévermogen. De Belastingdienst wil dan inkomstenbelasting heffen over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de fiscale boekwaarde van uw woning. De inspecteur moet daarbij rekening houden met het feit dat u uw woning bewoont. De kans is groot dat u en de inspecteur het niet meteen eens zijn over de mate waarin de bewoning de waarde van uw woning drukt. Natuurlijk kunt u een beroepsprocedure starten, maar u kunt in plaats daarvan ook besluiten om tot een compromis met de inspecteur te komen. Onder voorwaarden doet de Belastingdienst een compromisaanbod van 85% van de waarde in het economische verkeer in onbewoonde staat. Tot 20 juni 2018 was dit nog 80% van de waarde in het economische verkeer. U krijgt het compromisaanbod alleen als de woning is bestemd voor duurzame zelfbewoning. Daarnaast moet u verplicht zijn om uw woning te laten overgaan naar uw privévermogen. Deze overgang moet minimaal drie jaren plaatsvinden na het kalenderjaar waarin u de woning op de zaak hebt gezet. Is uw woning destijds overgegaan van uw privévermogen naar uw ondernemingsvermogen? Dan mag u geen lager percentage toepassen dan het percentage dat u hanteerde bij de eerdere overgang.

€ 200 miljoen voor lastenverlichting van het MKB

De ministerraad heeft ingestemd met het actieplan voor het midden- en kleinbedrijf, het MKB-Actieplan. Het kabinet stelt tot en met 2021 hiervoor € 200 miljoen beschikbaar. Geplande fiscale maatregelen zijn het verlagen van de vennootschapsbelastingtarieven. Deze tariefsverlaging zal deels worden gefinancierd door een verbreding van de heffingsgrondslag. Ook wil het kabinet de belastingdruk van de loon- en inkomstenbelasting verlagen, zodat arbeid goedkoper wordt. Verder is de Belastingdienst gestart met een pilot voor de automatisch ingevulde winstaangifte. Maar u kunt ook enkele lastenverzwaringen verwachten, zoals wijzigingen in de energiebelasting.

Vennootschapsbelasting

Geen aftrek voor verlies op schuldig gebleven verkoopprijs certificaten

Soms verkoopt een holding aandelen of certificaten in een deelneming en blijft de koper de koopsom schuldig. In dat geval wordt de koopprijs omzet in een vordering op de koper. De holding kan dan als vergoeding voor de uitgestelde betaling verlangen dat de koper later ontvangen dividend van de deelneming doorbetaalt aan de holding. Deze doorbetalingsverplichting zal vaak gedurende een bepaalde periode bestaan. Do holding zal het bedrag wat dan nog van haar vordering resteert, moeten kwijtschelden. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een dergelijk verlies op de vordering op de koper niet aftrekbaar is. De vordering hangt daarvoor te veel samen met de verkoop van de deelneming. En dus is de deelnemingsvrijstelling van toepassing.

Analyseer transactie tussen gelieerde partijen

De staatssecretaris van Financiën heeft een besluit over verrekenprijzen tussen gelieerde lichamen (transfer pricing) vervangen door een vernieuwde versie. Volgens het besluit kan men de prijs van een bepaalde transactie tussen gelieerde partijen vaststellen nadat de transactie als zodanig is gekarakteriseerd. Daartoe moet een analyse plaatsvinden van de economisch relevante kenmerken van de transactie. Deze kenmerken bestaan uit de contractuele voorwaarden, de uitgeoefende functies en de kenmerken van overgedragen goederen of verleende diensten. Ook de economische omstandigheden van de partijen en/of de markten waarin zij opereren en de bedrijfsstrategie die zij nastreven zijn relevante kenmerken. Daarnaast bevat het vernieuwde besluit verduidelijkingen van de toepassing van het zogeheten arm’s-lengthbeginsel. Deze wijzigingen gelden volgens de staatssecretaris ook voor jaren waarin deze wijzigingen nog niet waren gepubliceerd. Wilt u weten of het nieuwe besluit nog bijzondere gevolgen voor u heeft, maak dan een afspraak met ons om dit voor u uit te zoeken.

Overdracht met verlies aan dochtervennootschap kan zakelijk zijn

Als een B.V. een bedrijfspand overdraagt aan een dochtermaatschappij, moet dit voor de fiscale winstbepaling gebeuren tegen een zakelijke prijs. De inspecteur heeft nog weleens de neiging om te concluderen dat de prijs onzakelijk laag is als de moedermaatschappij een verlies lijdt. Dit hoeft echter helemaal niet het geval te zijn. Het is immers mogelijk dat een onafhankelijke derde evenmin een prijs wil betalen die winst oplevert voor de moedermaatschappij. Ook Rechtbank Noord-Nederland komt tot dit oordeel. De rechtbank kan zich voorstellen dat bij een overdracht tussen gelieerde partijen de verantwoording van winsten en verliezen met betrekking tot het bedrijfspand anders plaatsvindt dan zonder die transactie zou zijn gebeurd. Maar zo’n enkele omstandigheid is nog geen reden om de transactie fiscaal te negeren.

BTW

Laag BTW-tarief in 2019 van 6% naar 9%

Het Belastingpakket 2019 zal een wetsvoorstel bevatten om het lage btw-tarief per 1 januari 2019 te verhogen van 6 naar 9%. Het verlaagde btw-tarief is in Nederland onder andere van toepassing op eten en drinken, boeken, diensten van schoenmakers en kappers en het schilderen en stukadoren van woningen. De tariefsverhoging zal gelden voor alle leveringen die plaatsvinden op of na 1 januari 2019. De staatssecretaris heeft echter aangekondigd dat de Belastingdienst niet moeilijk zal doen over vooruitbetalingen in 2018 voor leveringen en diensten die plaatsvinden in 2019. Hiervoor mag u in zo’n geval 6% btw berekenen zonder dat u achteraf nog eens 3% moet bijbetalen. Toch is het wel zo veilig om tijdig voorbereidingen te treffen, zoals het veranderen van uw prijzen in offertes, uw administratie en uw kassa’s.

Tip!
Het kabinet wil ondernemers niet belasten met extra administratieve lasten in verband met de geplande verhoging. Daarom zal de fiscus niet gaan naheffen op prestaties die zullen plaatsvinden in 2019 maar al zijn betaald in 2018. Tijdig factureren kan dus in dit geval een extra voordeel opleveren.

Btw-aftrek vereist op zijn minst concreet voornemen

Als u investeringen doet om zo btw-belaste prestaties te kunnen verrichten, die uiteindelijk niet doorgaan, kunt u onder voorwaarden toch btw-aftrek claimen. U moet dan wel voor de beoogde, maar niet tot stand gekomen handelingen btw-ondernemer zijn. Tussen de aanschaf van de goederen en diensten en de te verrichten btw-belaste prestaties moet een direct verband staan. En ten slotte moet u uw voornemen tot het verrichten van belaste handelingen aannemelijk maken. Dit moet gebeuren aan de hand van objectieve gegevens. Bijvoorbeeld overeenkomsten waarin staat vermeld welke prestaties u gaat verrichten, wie de beoogde afnemer is en wat de vergoeding zal zijn. Kunt u geen concreet voornemen aannemelijk maken, dan zal de fiscus u de btw-aftrek ontzeggen. Neem dus contact met ons op zodra u plannen hebt voor het starten van een nieuwe btw-belaste activiteit waarvoor investeringen nodig zijn.

Koper van onderneming is niet gebonden aan afspraken van verkoper met fiscus

De overdracht van een onderneming is een vorm van een overdracht van een algemeenheid van goederen. Bij een overgang van een algemeenheid van goederen treedt de overnemer fiscaalrechtelijk in de plaats van de overdrager. Maar dat in de plaats treden gaat niet zover dat de overnemende partij ook is gebonden aan de afspraken die de overdrager had gemaakt met de Belastingdienst. De Hoge Raad heeft dit onlangs geoordeeld in een zaak waarin de overdragende B.V. met de fiscus was overeengekomen dat elke etage van haar kantoorgebouw als afzonderlijke onroerende zaak kwalificeerde. De vennootschap die het pand overnam, was niet gebonden aan deze afspraken.

Familievermogensrecht

Splits B.V. bij echtscheiding

Voor echtgenoten met een echtscheiding in het vooruitzicht vormen de aandelen in de eigen B.V. vaak de grootste vermogensbestanddelen waar zij mee moeten omgaan. In de praktijk gaan de aandelen in de B.V. meestal naar de echtgenoot die de B.V. voortzet, de dga. Deze verdeling vindt ook plaats als de aandelen in de huwelijksgemeenschap vallen. Een en ander kan zonder heffing van inkomstenbelasting plaatsvinden. Maar sprake is van overbedeling van de dga als hij alle aandelen verkrijgt, dan zal zijn ex-echtgenoot op hem een onderbedelingsvordering krijgen. Als de dga zijn B.V. dividend moet laten uitkeren om deze schuld aan zijn ex-echtgenoot af te lossen, zal hij wel inkomstenbelasting over dat dividend moeten betalen. Men kan dit tegen gaan door het beleggingsvermogen van de B.V. juridisch af te splitsen van de onderneming van de B.V. de ex-echtgenoot van de dga krijgt dan de aandelen in de beleggings-B.V. zodat geen of in mindere mate sprake is van overbedeling van de dga. Op grond van een recent besluit van de staatssecretaris van Financiën kan een juridische splitsing in het zicht van de verdeling van een huwelijksgemeenschap bij een echtscheiding in beginsel zonder belastingheffing plaatsvinden.

Let op!
De staatssecretaris maakt bij zijn goedkeuring wel een voorbehoud. Als bijvoorbeeld de partijen maar voor een korte duur de huwelijksgemeenschap aangaan om zo fiscaal voordelig de B.V. juridisch te splitsen, kan de fiscus de faciliteit weigeren. In dat geval is belastingheffing gewoon aan de orde.

Alle schenkbelasting aftrekbaar als schenking tot erfenis gaat behoren

Als u een schenking ontvangt van iemand die nog geen 180 dagen later overlijdt, doet de Belastingdienst in principe alsof u het geschonken bedrag uit erfrecht hebt verkregen. Als u ook erfgenaam bent van de schenker, wordt de schenking dus opgeteld bij uw erfdeel. U mag dan alleen de vrijstelling voor de erfbelasting toepassen en niet ook de vrijstelling voor de schenkbelasting. Bovendien valt u door de verhoging van het erfdeel eerder in het hoge tarief. Wel mag u de schenkbelasting die u hebt betaald, aftrekken van de erfbelasting die u moet betalen, maar hooguit tot nihil. Sommige rechtbanken hebben geoordeeld dat u de teruggaaf moet berekenen met de evenredigheidsmethode. De teruggaaf is dan gelijk aan de verschuldigde erfbelasting maal het geschonken bedrag gedeeld door de som van de schenking en het erfdeel. Onlangs heeft Rechtbank Noord-Holland geoordeeld dat u de integrale methode mag toepassen. Bij deze methode trekt u gewoon het hele bedrag aan betaald schenkingsrecht af. Bij zo’n integrale verrekening bent in principe dus niet slechter, maar evenmin beter af dan wanneer u het bedrag uit een erfenis zou hebben gekregen.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Alleen nog voor toekomst sectorindeling te wijzigen

De hoogte van de WW-premie die u als werkgever moet betalen, hangt onder meer af van de sector waarin u bent ingedeeld. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft aangekondigd maatregelen te zullen nemen met betrekking de sectorindeling. Deze wijzigingen hebben terugwerkende kracht tot 29 juni 2018, 17:00 uur. Zo kunt u in beginsel niet meer met terugwerkende kracht uw sectorindeling laten wijzigen. Als u uw sectorindeling laat wijzigen, zal de wijziging ingaan op een datum in de toekomst. Hebt u als werkgever door een verkeerde indeling te weinig premies betaald? Dan kan de Belastingdienst uw indeling wel met terugwerkende kracht veranderen. Een andere wijziging ziet op de gesplitste aansluiting. Met een gesplitste aansluiting kon u op verzoek voor verschillende delen van uw onderneming in verschillende sectoren zijn ingedeeld. Maar de Belastingdienst zal zulke verzoeken niet meer in behandeling nemen. Ook konden werkgevers voorheen binnen een concern en nevenbedrijven en -instellingen worden ingedeeld in dezelfde sector. De Belastingdienst neemt zulke verzoeken nu evenmin in behandeling. De wijzigingen hebben geen effect op de wijze waarop u op dit moment bent ingedeeld.

Bereid u voor op wijzigingen in loonheffingen in 2019

Inmiddels zijn enkele wijzigingen bekend geworden die in 2019 gaan plaatsvinden op het gebied van loonheffingen. Zo zult u als werkgever de code incidentele inkomstenvermindering ‘O’ (Onbetaald verlof) moeten gebruiken in de aangifte loonheffingen als een werknemer minder gaat verdienen omdat hij levensloopverlof opneemt. Is neemt een werknemer van 61 jaar of ouder fulltime levensloopverlof op, maar blijft zijn dienstbetrekking bestaan? Dan zal u bij de bestaande inkomstenverhouding code ‘O’ moeten kiezen. Het uitgekeerde levenslooptegoed neemt u op onder een nieuw nummer inkomstenverhouding. Besef ook dat op 1 januari 2109 de AOW-gerechtigde leeftijd stijgt naar 66 jaar en vier maanden. Een andere wijziging ziet op stukloon. Werkgevers die bij stukloon het aantal verloonde uren bijhouden, moeten deze uren ook gaan opgeven in de aangifte. Vul alleen 0 in als u geen uren bijhoudt. Ook de bijtelling voor het privégebruik van auto’s van de zaak zonder CO2-uitstoot wijzigt. Deze bijtelling wordt in beginsel 4% van de cataloguswaarde voor zover deze niet meer bedraagt dan € 50.000. Voor zover de waarde hoger is dan € 50.000, past u een bijtellingspercentage van 22% toe. Op grond van overgangsrecht kunnen echter andere percentages gelden.

Let op!
Als u buitenlandse werknemers in dienst hebt, moet u weten dat vanaf 1 januari 2019 u niet meer het belastingdeel van de loonheffingskorting bij hen mag toepassen. Voor zover deze werknemers in Nederland premieplichtig zijn, mag u wel het premiedeel van de heffingskorting toepassen. Vanwege dit onderscheid tussen werknemers die inwoners zijn van Nederland en niet-inwonende werknemers zullen ook meer loonbelastingtabellen komen. Daarnaast kunt u vanaf 2019 niet meer volstaan met het opgeven van het tijdelijke Nederlandse adres van een buitenlandse werknemer. U zult zijn buitenlandse adres moeten opgeven of anders het anoniementarief moeten toepassen.

Auto

Belastingdienst wijst massaal bezwaar tegen btw-correctie privégebruik bedrijfsauto af

Als u privékilometers rijdt met een auto die u voor toepassing van de btw op de zaak hebt gezet, moet u een btw-correctie toepassen. Sinds 2011 moet men de btw-correctie in beginsel berekenen aan de hand van het werkelijke privégebruik. Als een kilometerregistratie ontbreekt, past de Belastingdienst een correctie toe van 2,7% (in bijzondere gevallen 1,5%) van de cataloguswaarde van de auto. Veel ondernemers vinden dat deze berekening leidt tot een te hoge correctie. Door de jaren heen heeft de fiscus ongeveer twee miljoen bezwaren van ondernemers ontvangen. Van deze groep heeft maar 1874 uiteindelijk bezwaar ingediend. Vaak ging het om terug te krijgen bedragen van een paar honderd tot duizend euro per jaar. Maar de Belastingdienst heeft deze bezwaren massaal afgewezen. De ondernemers konden niet aantonen dat het btw-bedrag op basis van het aantal werkelijk gereden privékilometers lager zou uitvallen dan bij het rekenpercentage van de fiscus. Wilt u niet dat u een btw-correctie moet toepassen van 2,7%, houdt dan goed uw werkelijke privégebruik bij.

Kabinet wil aantal bpm-procedures bij parallelimport doen minderen

In plaats van een tweedehands auto kopen in Nederland, kunt u een auto met een buitenlands kenteken kopen. Men noemt de import van gebruikte auto’s door handelaren, dealers en particulieren ook weleens parallelimport. In het geval van parallelimport doet men voor elke individuele auto een papieren aangifte. Een voordeel van parallelimport is dat de Belastingdienst bij het berekenen van de bpm rekening moet houden met een daling in de waarde van de auto als gevolg van gebruiksschade. De waarde (na afschrijving vanwege gebruik) staat vaak ter discussie. De staatssecretaris van Financiën constateert dat verscheidene adviseurs bij zulke geschillen hun diensten aanbieden op basis van ‘no cure no pay’. Soms voeren zij zelfs procedures zonder dat de eigenaar van de auto daarvan op de hoogte is. Dit komt doordat tijdens de procedure een auto van eigenaar kan veranderen. Ook stelt de staatssecretaris vast dat de toegekende proceskostenvergoeding vaak hoger is dan de belastingvermindering die een succesvolle beroepsprocedure oplevert. Hij wil deze gang van zaken aanpakken, onder meer door het taxatieproces te verbeteren en meer inzichtelijk maken wanneer sprake is van een auto met schade. Daarnaast wil hij zorgen voor een betere informatievoorziening voor kentekenhouders, zodat zij weten wanneer een procedure loopt waarbij de waarde van hun auto is betrokken. Dit moet de markt opener en transparanter maken. Ook hoopt de staatssecretaris dat dit het aantal beroepsprocedures zal doen afnemen.

Let op!
Als u in het buitenland een (gebruikte) auto koopt en mee naar Nederland neemt, zult u de auto moeten laten opnemen in het kentekenregister. Wij kunnen u daarbij bijstaan, neem dus daarvoor contact met ons op!

Toekomstvoorzieningen

Bij finaal verrekenbeding moet ex-echtgenoot meewerken aan omzetting PEB

Hebt u nog steeds een pensioen in eigen beheer (PEB), maar wilt u dat omzetten in een oudedagsverplichting (ODV)? Dan hebt u daarvoor toestemming van uw (ex-)echtgenoot nodig. Hij zal het formulier van de Belastingdienst mede moeten ondertekenen. Nu zal een ex-echtgenoot niet altijd even bereidwillig zijn om toestemming te geven. Was u getrouwd onder huwelijkse voorwaarden met een finaal rekenbeding, dan beschikt u over een extra argument om uw pensioen in eigen beheer om te zetten. Door de omzetting van uw PEB in een ODV zal uw B.V. namelijk een lagere passiefpost krijgen. Het gevolg is dat de aandelen in uw B.V. in waarde stijgen. Door de werking van het finaal verrekenbeding deelt uw ex-echtgenoot mee in deze waardestijging. Dit kan het aantrekkelijk maken voor uw ex-echtgenoot om toestemming te geven voor de omzetting.

Tip!
Als uw ex-echtgenoot niet overtuigd is, kunt u ons vragen om een beroepsprocedure te starten. Gezien recente rechtspraak op dit gebied is er een aanzienlijke kans dat de rechter zal oordelen dat het voortzetten van het oude pensioen niet redelijk is. Op grond van de redelijkheid en billijkheid kan de rechter uw ex-echtgenoot veroordelen om mee te werken aan het afstempelen van de pensioenaanspraken en de omzetting in een ODV.

Let op!
Volgend jaar is het laatste jaar waarin u als dga uw pensioen in eigen beheer kunt afkopen met een afkoopkorting. In 2019 zal deze korting 19,5% bedragen. Dit jaar geldt nog een korting van 25%

Geen verevening van buiten huwelijk opgebouwd en afgekocht pensioen

Als iemand scheidt van zijn echtgenoot maar een paar jaar later het huwelijk een tweede kans wil geven, is het mogelijk dat hij ondertussen pensioen heeft opgebouwd. Stel nu dat de echtgenoot die het pensioen opbouwt een deel van het pensioen tijdens het tweede huwelijk afkoopt. De ontvangst van de afkoopsom besteedt hij vervolgens aan een gemeenschappelijk vermogensbestanddeel. Als het tweede huwelijk ook strandt, kan de vraag opkomen of een verevening van het pensioen moet plaatsvinden. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat geen verevening plaatsvindt van pensioenrechten die buiten de huwelijksperiode zijn opgebouwd. Daarbij maakt het niet uit of de pensioenrechten zijn afgekocht of niet. In geval van afkoop van deze pensioenrechten verkrijgt de opbouwer van het pensioen een vergoedingsrecht tegenover de huwelijksgemeenschap. Dit recht moet men waarderen tegen de nominale waarde van de afkoopsom.

Eigen woning

Vordering op partner voor voorschieten eigen woning staat los van waardedaling

Als uw financiële positie een stuk ruimer is dan die van de persoon met wie u samenleeft (voor het gemak spreken we van partner), kunt u besluiten om de gehele koopsom te voldoen bij de aanschaf van een gemeenschappelijke woning. Ook in deze situatie is het mogelijk dat zowel u als uw partner voor de helft eigenaar van de woning is. Omdat u de gehele koopsom hebt betaald, hebt u wel een vordering op uw partner. Stel nu dat uw partner besluit niet meer met u samen te leven. U verkoopt de woning, maar de opbrengst valt tegen zodat u met een restschuld komt te zitten. Werkt de waardedaling van de woning dan ook door naar uw vordering op uw (ex-)partner? Uit recente rechtspraak blijkt dat dit niet het geval is. Uw partner heeft gewoon zijn deel van de eigen woning gefinancierd, zij het met een lening bij u. Uw partner is voor de helft eigenaar van de woning en deelt ook voor de helft mee in de waardeveranderingen. Hij moet dus zijn hele schuld aan u betalen en de helft van de eventuele restschuld voor zijn rekening nemen. Als de restschuld is ontstaan vóór 29 oktober 2012 of na 31 december 2017, is de rente over deze restschuld niet aftrekbaar.

Tip!
Als u het aandeel van uw partner in de koopsom van de woning voorschiet, leg dit dan vast in een overeenkomst. Bijvoorbeeld in een samenlevingscontract. Zo voorkomt u dat bij het einde van de relatie hierover misverstanden ontstaan.

Verhuur belastingvrij tijdelijk uw tuinhuisje!

Gebruikt u een deel van uw woning niet maar zou u best wat aan dat deel willen verdienen? Overweeg dan om dat deel van de woning tijdelijk te verhuren aan derden. Een bijkomend voordeel is dat de verhuuropbrengsten in dat geval onbelast zijn. Dit pakt dus anders uit dan de tijdelijke verhuur van de hele eigen woning. In dat geval is 70% van de verhuurinkomsten belast. Rechtbank Noord-Holland heeft de mogelijkheid van de belastingvrije verhuur van een deel van de eigen woning bevestigd. Ook heeft de rechtbank duidelijk gemaakt dat een tuinhuisje als aanhorigheid ook een deel van de eigen woning kan zijn.

Administratieve verplichtingen

Vof en vennoten hebben elk hun administratieve plicht te vervullen

Ondernemers die samenwerken via een vof moeten zich realiseren dat de vof verplicht is om een administratie voor de btw bij te houden. Maar voor de inkomstenbelasting zijn het de vennoten zelf die administratieplichtig zijn. Dit werd onlangs duidelijk in een zaak voor Hof Den Bosch. Een schroothandelaar dreef samen met anderen via een vof een handel in oud ijzer. De vof liet haar administratie verzorgen door een administratiekantoor. Toch deugde de administratie van de vof niet. De vennoot stelde dat hij voor het indienen van zijn aangiften inkomstenbelasting had vertrouwd op de administratie van de vof. Dat zijn aangiften niet juist waren, zou dus voor rekening moeten komen voor zijn vof. Maar het hof stelde dat het redelijk gebruikelijk was dat de administratie van een vennoot afwijkt van de administratie van zijn vof. Pas als de afzonderlijke vennoten ook een onjuiste administratie voeren, dragen zij te weinig inkomstenbelasting af. Als zij niet voldoen aan deze informatieplicht, kunnen zij de schuld dus niet afschuiven op de vof.