Nieuwsbrief april 2020

In dit nummer onder andere:

  • Fictief loon dga kan hoger zijn dan winst B.V.
  • Winstgrens voor vrijstelling strakker voor nieuwe vereniging
  • Btw-ondernemerschap zonder contractuele relatie mogelijk
  • Bedrijfsopvolgingsfaciliteit in stand bij tijdelijke verhuur
  • Afkoop oninbaar stamrecht belast
  • Uitstelregeling versoepeld vanwege Coronacrisis

De ondernemer en de dga

Fictief loon dga kan hoger zijn dan winst B.V.

In matige of slechte tijden kan de winst van een B.V. lager uitpakken dan het vaste minimum aan gebruikelijk loon voor de dga (€ 46.000 in 2020). Op het eerste gezicht lijkt het dan logisch om het gebruikelijk loon van de dga of zijn in de B.V. werkende echtgenoot op een veel lager bedrag te zetten. Maar uit een recente uitspraak van Hof Amsterdam blijkt dit niet altijd mogelijk te zijn. Zelfs als de B.V. een verlies lijdt, moet zij bij het vaststellen van het gebruikelijk loon kijken naar het loon dat een gewone werknemer zou ontvangen voor het meest vergelijkbare werk. En gewone werknemers willen nu eenmaal het overeengekomen loon uitbetaald krijgen. Ook als hun werkgever een laag resultaat heeft behaald of een verlies heeft geleden.

Schijnverkoop kan verliesverrekening niet redden

Als iemand een te verrekenen verlies heeft dat dreigt te verdampen, is het voor hem aantrekkelijk om nog een fiscale winst op te geven op te geven zodat het verlies niet verloren gaat. In een zaak voor Rechtbank Noord-Holland probeerde een ondernemer een extra fiscaal resultaat te maken. Dit resultaat bestond uit de verkoopopbrengst van zijn exploitatierechten aan de B.V. van zijn echtgenote. Zijn plan mislukte doordat de fiscus de verkoop negeerde. De inspecteur constateerde dat in de feitelijke situatie niets was veranderd. Zowel voor als na de verkoop vond een verhuur aan een vennootschap plaats. De man bleef deze huur innen. Bovendien was de B.V. de koopsom schuldig gebleven en het was onwaarschijnlijk dat ze deze zou aflossen.

Let op!
Als u uw verlies uit een IB-onderneming niet kunt verrekenen met de winst uit het voorgaande jaar of met de winsten uit de daaropvolgende negen kalenderjaren, verdampt dat compensabele verlies.

Kostenspecificaties blijven belangrijk

De kosten van gas, water en elektriciteit van een onderneming zijn aftrekbare bedrijfskosten. Daarvoor is wel van belang dat de ondernemer inzage kan geven in het werkelijk verbruik van de bedrijfsruimtes. Dit is vooral zo als de bedrijfsruimtes onderdeel uitmaken van een complex. In zo’n situatie kan een ondernemer niet volstaan met het opgeven van de inhoud van de bedrijfsruimtes of het aantal elektrische apparaten. De Belastingdienst wil concrete gegevens hebben, zo maakt de rechtspraak duidelijk.

Tip!
Een overzicht van de meterstanden is een beter middel om energiekosten aannemelijk te maken, mits in dat overzicht geen gegevens ontbreken.

Vennootschapsbelasting

Winstgrens voor vrijstelling strakker voor nieuwe vereniging

Normaal gesproken zijn stichtingen en verenigingen onderworpen aan vennootschapsbelasting voor zover zij een onderneming drijven. Is de winst echter laag genoeg, dan geldt een vrijstelling. De winst is laag genoeg als zij in een kalenderjaar hooguit € 15.000 bedraagt of als de totale winst over het desbetreffende kalenderjaar en de voorafgaande vier jaren maximaal € 75.000 is. Daarbij telt een verlies als een jaarwinst van nihil. De vraag is hoe deze toets uitpakt als de vereniging of de stichting nog geen vijf jaar bestaat. Hof Arnhem-Leeuwarden is daar hard in: in dat geval geldt alleen de grens van € 15.000. Als de inspecteur een pro-rata-benadering van de tweede winstgrens voorstelt, is dat alleen maar een tegemoetkoming. Het hof verwerpt de stelling dat de € 75.000-grens absoluut is.

Let op!
De vrijstelling van vennootschapsbelasting bij lage winsten geldt niet voor stichtingen en verenigingen die de inkomensvoorziening van (ex-)werknemers en dergelijke verzorgen.

BTW

Btw-ondernemerschap zonder contractuele relatie mogelijk

Stel dat iemand lid en (mede)bestuurder van een coöperatie is. Het is dan mogelijk dat de coöperatie de bestuurder niet alleen werkzaamheden voor haarzelf laat verrichten, maar ook voor een derde. Als de bestuurder de werkzaamheden voor de derde verricht zonder dat daarvoor een contract is afgesloten, wil dat nog niet zeggen dat de bestuurder geen btw-ondernemer is. De Hoge Raad oordeelde onlangs dat zelfstandige arbeid ook mogelijk is zonder het bestaan van een contractuele relatie tussen de partijen. In de hier beschreven situatie moet de belastingrechter onderzoeken of de bestuurder vergoedingen heeft ontvangen voor het als btw-ondernemer verrichten van werkzaamheden voor de coöperaties.

Schijnbare gratis levering gewoon met btw-belast

Onlangs nam een B.V. voor Rechtbank Gelderland het standpunt in dat zij geen btw hoefde te berekenen over de matrassen die zij aan haar klanten leverde. De B.V. beschrijft de gang van zaken als volgt. Haar klanten bestellen een matras en mogen deze na ontvangst eerst 14 dagen gratis gebruiken voor proefslapen. Als zij de matras willen houden, betalen zij het aankoopbedrag en krijgen een cadeaubon van dezelfde waarde. Deze cadeaubon is in te ruilen tegen een box spring van de B.V. Door deze gang van zaken vindt de levering van de matras volgens de B.V. om niet plaats. En dus hoeft zij daarover geen btw af te dragen. Maar zowel de Belastingdienst als de rechtbank gaan niet mee in dit verhaal. De rechtbank oordeelt dat bij de bestelling van een matras sprake is één hoofdprestatie voor de btw: de levering van een matras. Voor zover er overige prestaties zijn, gaat het dan om bijkomende diensten. En bijkomende prestaties vallen onder hetzelfde fiscale regime als de hoofddienst. De Belastingdienst mag daarom de ten onrechte niet afgedragen btw naheffen.

Zonnepanelen maken van woning geen ondernemingsvermogen

In maart 2019 stond Rechtbank Gelderland toe dat een ondernemer na het plaatsen van niet-geïntegreerde zonnepanelen op het dak van zijn nieuwe woning een deel van de btw op de woning ook aftrok. De redenering van de rechtbank was dat de woning nu mede dienstbaar was aan de levering van stroom door de zonnepanelen. Onlangs heeft Hof Arnhem-Leeuwarden de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Het hof ziet geen rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de levering van energie via de zonnepanelen en de bouw van de woning. Het bouwen van een woning was meer dan wat voor de man noodzakelijk is om met zonnepanelen energie op te wekken. Hij had de zonnepanelen net zo goed in een zonnepark kunnen plaatsen of op gebouwen die al bestonden. Daarom is de btw op de woning toch niet aftrekbaar als voorbelasting.

Familievermogensrecht

Bedrijfsopvolgingsfaciliteit in stand bij tijdelijke verhuur

Als een dga zijn aanmerkelijk belang in een B.V. met een materiële onderneming schenkt, valt deze schenking onder voorwaarden onder de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF). Toepassing van de BOF scheelt doorgaans veel erfbelasting. De Belastingdienst draait echter de toepassing van de BOF terug als de B.V. binnen vijf jaar na de schenking geen materiële onderneming meer drijft. Volgens de Belastingdienst is dat onder meer het geval als de B.V. haar onderneming tijdelijk verhuurt. Maar Rechtbank Zeeland-West-Brabant wijst dit standpunt af. Bij tijdelijke verhuur drijft de B.V. nog steeds haar oorspronkelijke onderneming. Alleen de manier van exploitatie is anders. Bovendien is deze nieuwe situatie maar tijdelijk. De rechtbank oordeelt dat tijdelijke verhuur geen ondernemingsoverdracht inhoudt. De Belastingdienst mag dus de toepassing van de BOF niet terugdraaien en evenmin een navorderingsaanslag schenkbelasting opleggen.

Onverwachte erfgenaam moet onverwachts erfbelasting betalen

Als een erflater komt te overlijden, is niet altijd meteen duidelijk wie de erfgenamen zijn. Neem nu het geval dat de erflater naderhand nog een buitenechtelijk kind blijkt te hebben. Wanneer dat bekend wordt, kan dat buitenechtelijke kind soms alsnog erfgenaam worden. Als de fiscus eveneens achter de nieuwe situatie komt, kan de kersverse erfgenaam een navorderingsaanslag erfbelasting verwachten. Dat komt doordat de andere erfgenamen achteraf gezien een lager bedrag erven. Zij hebben daarom in principe recht op een teruggaaf van geheven erfbelasting. Maar deze teruggaaf geeft de Belastingdienst wel de gelegenheid om bij de nieuwe erfgenaam na te vorderen.

Let op!
De termijn waarin de fiscus de nieuwe erfgenaam de navorderingsaanslag erfbelasting moet opleggen, begint na de dag waarop de teruggaaf aan de andere erfgenamen is verleend. Daardoor kunnen jaren verstrijken tussen het overlijden van de erflater en het moment van navordering.

Schenking door dga kan fiscaal deels erfenis echtgenoot zijn

Stel dat een dga is een gemeenschap van goederen getrouwd. Deze dga doet uit zijn B.V. een schenking aan zijn kinderen. Als zijn echtgenoot binnen 180 dagen na het doen van die schenking overlijdt, rekent de fiscus de helft van de eerdere schenking toe aan de erfenis van de echtgenoot. De erflaters moeten in dat geval dus ook over de helft van de schenking erfbelasting betalen. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs de geldigheid van deze gang van zaken bevestigd.

Tip!
De erfgenamen mogen de eerder betaalde schenkbelasting aftrekken van de verschuldigde erfbelasting over de bij fictie verkregen erfenis. Toch komt het vaak beter uit als de schenking niet als erfdeel wordt aangemerkt. De erfbelasting kent immers enige progressie.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Invloed van arbeidstijdverkorting vanwege Corona op pensioen

Sommige werkgevers moeten vanwege het Coronavirus ingrijpende maatregelen voor (een deel van) hun werknemers tijdelijke arbeidsduurverkorting (ADV) toepassen. Als de dienstbetrekking geheel in stand blijft, is nog steeds sprake van pensioengevende diensttijd. Een lager pensioengevend loon hoeft geen probleem te zijn mits sprake is van een gebruikelijke loonsverlaging. Bij een gebruikelijke loonsverlaging mag men de pensioenopbouw voortzetten over het loon dat de werknemer vóór de ADV genoot. Houdt de ADV in dat de werkgever een dienstbetrekking (gedeeltelijk) tijdelijk beëindigt in verband met het Coronavirus? En ontvangt de werknemer een inkomensvervangende, loongerelateerde uitkering? Dan is sprake van pensioengevende diensttijd. Dus is de pensioenopbouw dan voort te zetten op basis van het pensioengevend loon van vóór de ADV.

Tip!
Is sprake van ADV zonder dat sprake is van onvrijwillig ontslag? En ontvangt de werknemer evenmin een inkomensvervangende, loongerelateerde uitkering? Dan kan men onder voorwaarden gebruik maken van de vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw.

Auto

Voor BPM rekenen met koerslijst met juiste type

Bij de berekening van BPM over een gebruikte auto mag men in beginsel werken met een veelgebruikte koerslijst. Daarbij valt te denken aan bijvoorbeeld de XRAY-koerslijst. Stel nu dat deze koerslijst niet het exacte type of uitvoering van de desbetreffende auto noemt. In dat geval mag de fiscus werken met een andere koerslijst, als deze wel de waarde van het juiste type of uitvoering bevat. De Hoge Raad heeft namelijk geoordeeld dat de inspecteur de gebruikte handelsinkoopwaarde van een auto mag corrigeren, mits hij over een betere waarde beschikt.

Let op!
Op grond van het Unierecht mag de Belastingdienst een gebruikte auto uit het buitenland niet zwaarder belasten dan een vergelijkbare auto uit Nederland.

Toon schade om BPM te verlagen

Wie een beschadigde auto in het kentekenregister laat inschrijven, mag vanwege de schade een afschrijving toepassen op de BPM-grondslag. De Belastingdienst wil dan graag zeker weten dat de belastingplichtige de schade niet overdrijft om zichzelf zo BPM te besparen. Daarom kan de inspecteur de kentekenhouder vragen om de auto mee te nemen naar een locatie van de Dienst Domeinen Roerende Zaken. De Hoge Raad oordeelt dat deze zogeheten toonplicht een proportioneel en doelmatig middel is om de geclaimde schade te controleren. In principe moet een kentekenhouder daarom voldoen aan de toonplicht. Maar aan de andere kant brengt het verzaken van de toonplicht geen omkering en verzwaring van de bewijslast met zich.

Tip!
De toonplicht mag echter niet onredelijk uitpakken voor de kentekenhouder. Zo moest een autohandelaar in een andere zaak een enkele reisafstand van ruim 92 kilometer afleggen om aan de toonplicht te voldoen. Dit zou € 525 aan kosten met zich brengen. De Hoge Raad vindt dit disproportioneel. In zo’n situatie mag de belanghebbende de geclaimde schade op een andere manier onderbouwen.

Werknemer loopt risico van gebrek in rittenregistratiesysteem

Krijgt een werknemer een auto van de zaak ter beschikking, dan kan de bijtelling op zijn loon achterwege blijven als hij op jaarbasis hoogstens 500 privékilometers met die auto rijdt. De werknemer kan dit aannemelijk maken door een sluitende rittenregistratie te overleggen. Het kan gebeuren dat het systeem van de rittenregistratie technische gebreken vertoont en dat de leverancier dit erkent. In dat geval is de werknemer de klos. Hij kan verwachten dat de fiscus de rittenregistratie verwerpt als bewijsmiddel en alsnog de bijtelling toepast.

Toekomstvoorzieningen

Afkoop oninbaar stamrecht belast

Als een dga zijn pensioenaanspraak bij zijn stamrecht-B.V. afkoopt, bestempelt de fiscus de aanspraak als loon uit vroegere dienstbetrekking. De dga wordt geacht dit loon te hebben genoten op het tijdstip dat direct voorafgaat aan de afkoop. Het belaste bedrag is gelijk aan het bedrag dat men bij derden moet storten om de aanspraak te dekken. Het gevolg van dit alles is dat de hoogte van het door de afkoop te belasten bedrag vaststaat. Daarbij maakt het niet uit of de B.V. wel voldoende middelen heeft om dit bedrag te betalen, aldus de Hoge Raad. Of en in hoeverre het bedrag inbaar is, is niet van belang. Dus ook als de B.V. niet de middelen heeft om de waarde van aanspraak uit te betalen, vindt belastingheffing plaats.

Let op!
Mocht een dga nog steeds een pensioen in eigen beheer hebben, dan kan hij dat per 1 januari 2020 niet meer fiscaal voordelig afkopen. Bovendien is hij nu bij afkoop 20% revisierente verschuldigd.

Eigen woning

Huurder heeft niet automatisch belang bij WOZ-beschikking

Een huurder van een woning kan een WOZ-beschikking ontvangen, zonder dat hij een belang heeft bij de hoogte van die beschikking. In een zaak voor Rechtbank Overijssel waren bijvoorbeeld twee huurders van sociale huurwoningen in beroep gegaan tegen ontvangen WOZ-beschikkingen. De huurders dachten dat zij bij een toekomstige aanpassing van de huurprijzen baat zouden hebben bij een lagere WOZ-waarde. Maar de gemeente maakte voor de rechtbank duidelijk dat de toekomstige huurprijzen pas zouden dalen bij een grote verlaging van de WOZ-beschikking. De huurders hadden niet zo’n grote verlaging bepleit, laat staan dat ze deze konden bewijzen. De rechtbank constateerde dat een procesbelang ontbrak. De beroepschriften waren dus niet-ontvankelijk.

Let op!
Volgens oudere rechtspraak is altijd sprake van een procesbelang als iemand een verhoging van zijn WOZ-beschikking bepleit.

Hypotheekrente buitenlandse echtgenoot niet aftrekbaar

Valt het inkomen van een persoon uit een lidstaat van de EU, EER of andere aangewezen staat voor 90% of meer onder de Nederlandse loon- of inkomstenbelasting? En overlegt die persoon een inkomensverklaring van de buitenlandse belastingdienst? Dan is deze persoon een zogeheten kwalificerende buitenlands belastingplichtige. Een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige mag zijn aandeel in een eventueel negatief inkomen uit eigen woning aftrekken. Stel dat zijn echtgenoot geen binnenlandse belastingplichtige of kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is. Dan telt deze echtgenoot niet als partner voor de Nederlandse inkomstenbelasting. Het gevolg is dat de echtgenoten het inkomen uit eigen woning niet onderling mogen verdelen. De kwalificerende buitenlandse belastingplichtige mag dan dus de hypotheekrente van zijn echtgenoot niet aftrekken.

Tip!
Als het gezamenlijke inkomen van de echtgenoten voor minstens 90% is onderworpen aan Nederlandse inkomsten- of loonbelasting, zijn beiden kwalificerende buitenlands belastingplichtigen. Ook dan moeten zij een inkomensverklaring van de buitenlandse fiscus overleggen.

Administratieve verplichtingen

Uitstelregeling versoepeld vanwege Coronacrisis

Bedrijven kunnen meteen en zonder aanvullende voorwaarden drie maanden uitstel van betaling van loonbelasting, vennootschapsbelasting en btw krijgen. Het is niet langer nodig om een ‘aanvullende verklaring’ van een accountant, dat het uitstel te maken heeft met de Coronacrisis, in te dienen. Wil een ondernemer langer uitstel, dan kan dat ook. Maar dan kan de Belastingdienst wel voorwaarden stellen. Overigens heeft het kabinet laten weten dat het de administratieve lasten zo beperkt mogelijk wil houden.

Tip!
Wie zijn aanslag te laat betaalt, moet in principe invorderingsrente betalen. Vanaf 23 maart 2020 is deze invorderingsrente nog maar 0,01% in plaats van 4%.

Boete voor medeplegend belastingadviseur

Het komt in de praktijk voor dat een ondernemers aan zijn belastingadviseur vraagt of hij voor hem een nihilaangifte omzetbelasting wil indienen, terwijl hij btw moet afdragen. Of de adviseur krijgt het verzoek om een btw-suppletie achterwege te laten. Hoewel belastingadviseurs hun cliënten graag helpen, hebben zij genoeg reden om zo’n verzoek af te wijzen. Een adviseur die namelijk namens zijn cliënt bewust en in nauwe samenhang onjuiste btw-aangiften indient, is medepleger van een vergrijp. De Belastingdienst kan een medeplegend adviseur een vergrijpboete opleggen.

Persoonlijk processtukken inleveren verstrekt bewijspositie

Het persoonlijk afgeven van belangrijke stukken bij instanties mag wat ongebruikelijk zijn, het kan wel voordelen bieden met betrekking tot de bewijslast. Bij persoonlijke aflevering kan de belanghebbende of zijn gemachtigde immers erop toezien dat de desbetreffende instantie een stempel van ontvangst op de ingeleverde stukken zet. Uit recente rechtspraak blijkt dat men zo een sterk bewijs in handen krijgt dat adreswijzigingen, beroepschriften of andere documenten tijdig zijn ingediend.

Tip!
Laat uw gemachtigde na het persoonlijk afgeven van stukken zelf ook een (kopie) van het bewijs van ontvangst meenemen. Zo hebt u er weer een bewijsstuk bij.