Nieuwsbrief april 2019

In dit nummer onder andere:

  • Oppassen met inbreng privégoed in onderneming
  • Voorwaarden geruisloze terugkeer gelden op overdrachtsmoment
  • Nieuwe kleineondernemersregeling in 2020
  • Bezitseis in bedrijfsopvolgingsfaciliteit geldt per onderneming
  • Fiscus accepteert geen kruiselingse schenking eigen woning
  • Tijdige melding betalingsonmacht en geen grove schuld: niet aansprakelijk

De ondernemer en de DGA

Verlenging voor financieringsregelingen voor MKB

Uit onderzoek blijkt dat vooral kleine bedrijven, starters, innovatieve bedrijven en snelle groeiers behoefte hebben aan financiering om hun groei- en innovatieplannen te kunnen bekostigen. Zij hebben echter moeite om die financiering te vinden. Evaluaties wijzen uit dat de volgende drie regelingen doelmatig in die behoefte voorzien: de VroegeFaseFinanciering (VFF), de Seed Capital-regeling en het Innovatiekrediet. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) voert deze regelingen uit. Gezien deze uitkomst wil de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat deze regelingen met vijf jaar verlengen.

Oppassen met inbreng privégoed in onderneming

In principe moet een natuurlijk persoon die een goed vanuit zijn privévermogen inbrengt in zijn ondernemingsvermogen, dit goed activeren voor de waarde in het economische verkeer. Een uitzondering doet zich voor als die waarde is aan te merken als nog ongerealiseerd resultaat uit overige werkzaamheden. In deze situatie mag de ondernemer namelijk niet meer activeren dan het bedrag aan kosten dat hij heeft gemaakt voor die werkzaamheid. Bovendien moet het gaan om kosten die hij nog niet heeft afgetrokken. Neem contact met ons op als u een goed vanuit uw privévermogen wilt inbrengen in uw ondernemingsvermogen.

Fiscus mag onzakelijke winstverdeling man-vrouwfirma corrigeren

De hoofdregel is dat de Belastingdienst de winstverdeling tussen de echtgenoten in een zogeheten man-vrouwfirma moet accepteren. Maar als de winstverdeling afwijkt van wat zakelijk handelende derden zouden overeenkomen, mag de inspecteur een fiscale correctie toepassen. Een voorbeeld van een onzakelijke winstverdeling deed zich voor in een zaak voor Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Een vof tussen twee echtgenoten had in haar eerste jaar een bescheiden winst gehaald en in de tien daaropvolgende jaren een verlies. De echtgenoten rekenen de winst volledig toe aan de vrouw en de verliezen compleet aan de man toe. Dit vond de inspecteur een merkwaardige verdeling, want de man werkte gemiddeld slechts zo’n vijf uur per week in de zaak. Zijn echtgenote besteedde wekelijks 40 à 50 uur aan de onderneming. De rechtbank meent dat het echtpaar heeft gekozen voor deze winstverdeling omdat de man de ondernemingsverliezen kan verrekenen met zijn loon. De vrouw geniet te weinig ander inkomen om de verliezen van de vof te verrekenen. De rechtbank oordeelt dat de overeengekomen winstverdeling onzakelijk is. De inspecteur mag daarom een correctie toepassen en uitgaan van een 50%-50%-winstverdeling.

Vennootschapsbelasting

Voorwaarden geruisloze terugkeer gelden op overdrachtsmoment

Een B.V. kan haar onderneming onder voorwaarden zonder heffing van vennootschapsbelasting overdragen aan haar aandeelhouders. Een van de voorwaarden voor zo’n zogeheten geruisloze terugkeer is dat alle aandeelhouders van de B.V. natuurlijke personen zijn. Hof Arnhem-Leeuwarden heeft in een recente zaak benadrukt dat op het moment van de overdracht van de onderneming aan deze aandeelhouderseis moet zijn voldaan. Het is niet toegestaan om pas op een later moment te voldoen aan de voorwaarde en de geruisloze terugkeer met terugwerkende kracht te laten plaatsvinden.

Meesleep- en meetrekregeling gaan niet samen met aflopende deelneming

Stel een holding houdt minstens een jaar een belang dat al die tijd een deelneming vormt, zodat de voordelen uit dat belang onder de deelnemingsvrijstelling vallen. Als dit belang door verwatering onder de 5% komt, is sprake van een aflopende deelneming. De wet regelt dat de voordelen uit dat belang nog maximaal drie jaren onder de deelnemingsvrijstelling vallen. Deze regeling voor aflopende deelnemingen geldt niet voor zogeheten meegetrokken en meegesleepte belangen. Meegesleepte belangen zijn winstbewijzen van en hybride leningen aan een lichaam waarin de holding al een deelneming houdt. Meegetrokken belangen zijn aandelen in, winstbewijzen van en hybride leningen aan een lichaam waarin een met de holding verbonden partij een deelneming houdt. Heeft de holding dus minstens 5% van de aandelen in een B.V. en aan deze B.V. een hybride lening verstrekt? Dan kan de deelnemingsvrijstelling na verwatering tot minder dan 5% blijven gelden voor de dividenden, maar niet voor de interest. Dit blijkt uit een geactualiseerd besluit van de staatssecretaris van Financiën.
Let op!
Als een verstrekte lening voor de dochtermaatschappij-schuldenaar de functie van eigen vermogen vervult, is sprake van een hybride lening.

Gedeeltelijke opwaardering vordering door borg van zustervennootschap

Als een B.V. een lening verstrekt aan een vennootschap die pas enige tijd later tot hetzelfde concern gaat behoren, moet zij ook opletten als een zustermaatschappij voor deze vennootschap borg gaat staan. Door de borgstelling kan namelijk de bedrijfswaarde van de vordering toenemen. Zou de zustermaatschappij niet borg hebben gestaan als de schuldenaar een derde was geweest? Dan kwalificeert de waardestijging als gevolg van de borgstelling fiscaal gezien als een onbelaste, informele kapitaalstorting. Zou de zustermaatschappij ook zonder gelieerd te zijn met de schuldenaar borg hebben gestaan, zij het voor een lager bedrag? Dan is de waardestijging alleen onbelast voor zover het voordeel dit lagere bedrag overtreft.

BTW

Nieuwe kleineondernemersregeling in 2020

In 2020 zal de kleineondernemersregeling (KOR) een flinke verandering ondergaan. Om voor deze nieuwe regeling in aanmerking te komen, mag de omzet hoogstens € 20.000 per kalenderjaar bedragen. Als de ondernemer kiest voor deze regeling, brengt hij geen btw meer in rekening bij zijn klanten. De ondernemer doet evenmin btw-aangifte, al moet hij nog steeds de omzet bijhouden in de administratie. Tegenover deze voordelen staat dat de ondernemer de voorbelasting niet meer kan aftrekken of terugvragen. Als de ondernemer direct (vanaf 1 januari 2020) wil deelnemen, moet hij zich vóór 20 november 2019 aanmelden bij de Belastingdienst. Vanaf het tijdstip dat de ondernemer deelneemt aan de nieuwe regeling, geldt de nieuwe regeling voor minimaal drie jaar.
Tip!
Alleen natuurlijke personen kunnen gebruikmaken van de huidige KOR. Maar de nieuwe regeling staat ook open voor rechtspersonen zoals stichtingen, verenigingen en B.V.’s.

Onwetende ondernemer mag onterechte btw-teruggaaf toch houden

Stel een ondernemer heeft geen fiscale kennis en vult in zijn aangifte omzetbelasting in dat hij recht heeft op een btw-teruggaaf. De fiscus verleent hem deze teruggaaf van btw, hoewel uit de aangifte duidelijk blijkt dat de ondernemer daar geen recht op heeft. De Belastingdienst maakt nog wel een voorbehoud voor naheffing na controle. Hof Den Haag heeft geoordeeld dat in zo’n situatie de Belastingdienst bij de btw-ondernemer het vertrouwen opwekt dat een bewust standpunt is ingenomen. Daardoor kan de inspecteur de teruggaaf niet naheffen.

Zonnepanelenhouder mag kiezen tussen wet en forfait

Wie zonnepanelen op het dak van zijn eigen woning laat plaatsen om daarmee stroom op te wekken en te leveren aan een energiebedrijf, is ondernemer voor de btw. De paneleneigenaar kan daarom de btw over de investering in de zonnepanelen aftrekken als voorbelasting. Daartegenover staat dat hij over de geleverde stroom btw moet berekenen. Eventueel mag hij daarbij werken met een forfait uit een besluit van de staatssecretaris van Financiën. In dat geval brengt de zonnepaneelhouder geen btw in rekening aan het energiebedrijf. Als de zonnepanelen pas aan het einde van het jaar zijn geïnstalleerd, kan het echter voordeliger zijn om de wettelijke methode te hanteren. De af te dragen btw zal dan vaak lager zijn dan het forfait. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld dat ondernemers altijd vrij zijn in deze keuze. Ook als zij kiezen voor saldering. Dat wil zeggen dat zij de geleverde energie salderen met de zelf verbruikte energie. In deze situatie moet men volgens de rechtbank de btw over het eigen gebruik van de zonnepanelen tijdsevenredig berekenen over de kosten die zijn gemaakt voor de verwerving van de zonnepanelen.

Familievermogensrecht

Bezitseis in bedrijfsopvolgingsfaciliteit geldt per onderneming

Wil de verkrijger van een aanmerkelijk belang aan aandelen de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) toepassen, dan moet een aantal voorwaarden zijn vervuld. Een van de voorwaarden is dat de schenker de desbetreffende aandelen al bezat gedurende de vijf jaren vóór de schenking. Daarnaast moet het lichaam waarin de schenker een aanmerkelijk belang hield, in deze vijf jaar de onderneming drijven. Deze twee voorwaarden samen staan bekend als de bezitseis. Gaat het om een verkrijging van aandelen in een holding met verschillende werkmaatschappijen? Dan moet men volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant per (zelfstandige) onderneming toetsen of de holding voldoet aan de bezitseis. Anders zou de bezitseis eenvoudig zijn te ontlopen door kort vóór de schenking privé- of beleggingsvermogen om te zetten in vrijgesteld ondernemingsvermogen.

Echtscheiding verandert fiscaal karakter hypotheekschuld

De verdeling van een huwelijksgoederengemeenschap kan als gevolg hebben dat de band tussen een hypotheek en een eigen woning eindigt. Deze situatie doet zich voor als de ex-echtgenoot die de eigen woning verlaat meer dan zijn deel van de hypotheek voor zijn rekening neemt om zo andere bestanddelen uit de huwelijksgemeenschap toebedeeld te krijgen. In dit geval zal een deel van de hypotheek een nieuw karakter krijgen. Dit deel houdt vormt immers vanaf de echtscheiding de financiering van de desbetreffende vermogensbestanddelen. De hypotheekrente over dat deel is niet fiscaal aftrekbaar als eigenwoningrente, zo oordeelt Rechtbank Gelderland.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Dga kan zonder arbeidsovereenkomst gebruikelijk loon genieten

Wil de gebruikelijkloonregeling van toepassing kunnen zijn, dan moet de directeur van een B.V. om te beginnen een aanmerkelijk belang in die B.V. hebben. Daarnaast moet hij werkzaamheden voor die B.V. verrichten. In tegenstelling tot wat sommige dga’s menen, is de aanwezigheid van een formele arbeidsovereenkomst geen vereiste voor de gebruikelijkloonregeling. Tot dit oordeel is althans Rechtbank Noord-Holland gekomen.
Tip!
Als u als adviseur aannemelijk weet te maken dat een werknemer zonder aanmerkelijk belang voor zijn werkzaamheden niet meer zou ontvangen dan € 5.000 op jaarbasis, is de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing. De B.V. hoeft de dga dan niets aan salaris uit te betalen.

Tijdens verlofperiode blijft aangestelde ambtenaar premieplichtig

Stel een Nederlandse ambtenaar, bijvoorbeeld een docent, zal voor een werkgever in een andere EU-lidstaat gaan werken. Voordat het zo ver is, neemt hij nog verlof op. Rechtbank Gelderland haalt uit Europese rechtspraak dat men dan moet kijken of de ambtenaar volgens de Nederlandse socialezekerheidswetgeving wordt geacht in loondienst werkzaamheden uit te oefenen. Dit is het geval als hij gedurende de verlofperiode nog is aangesteld bij de Nederlandse werkgever. In deze situatie blijft de ambtenaar ook gedurende zijn verlof premieplichtig in Nederland.

Auto

Auto met inbraakschade telt toch als nieuw

Als iemand inbreekt in een nieuwe auto, die naderhand in Nederland wordt ingevoerd, leidt de inbraakschade niet tot een lagere bpm-heffing. Zowel de Belastingdienst als Hof Den Bosch merken inbraakschade aan als een andere categorie van schade dan gebruiksschade. Wil de kentekenhouder van een auto met inbraakschade een lagere bpm-grondslag aannemelijk maken, dan kan hij beter met een hoge kilometerstand aankomen.

Kostenoverzicht bewijst zakelijk gebruik bedrijfsauto niet

Als de werkgever geen bijtelling vanwege privégebruik van auto van de zaak toepast omdat de werknemer een verklaring geen privégebruik auto heeft overlegd, kan de inspecteur controleren of de verklaring terecht is afgegeven. Bij zo’n controle moet de werknemer aannemelijk maken dat hij niet meer dan 500 privékilometers heeft gereden met de auto van de zaak. De werknemer kan dit bewijs leveren met een sluitende rittenregistratie. Andere bewijzen zijn ook toegestaan. Het is dan echter nog maar de vraag of de fiscus dit bewijs accepteert. Uit rechtspraak blijkt dat een werknemer niet kan volstaan met het overhandigen van afschriften van facturen van een garage- of autobandenbedrijf of een grootboekoverzicht van de autokosten. Zulke overzichten zullen immers geen gegevens over aard van de afzonderlijke ritten bevatten.
Let op!
Als de bijtelling vanwege het privégebruik van de auto als gevolg van een vergrijp van de werknemer ten onrechte achterwege blijft, riskeert de werknemer een vergrijpboete. Deze vergrijpboete bedraagt in beginsel 40% van de nageheven belasting bij grove schuld en 80% bij opzet.

Toekomstvoorzieningen

Niet-opgeëist pensioen is belast

Als een dga gerechtigd is tot uitkeringen van pensioen in eigen beheer maar deze uitkeringen niet opeist, kan de Belastingdienst menen dat sprake is van het prijsgeven van de aanspraak. Maar de Hoge Raad oordeelt dat de inspecteur deze conclusie niet te snel mag trekken. De inspecteur mag pas aannemen dat een aanspraak is prijsgegeven als de dga enige actie naar zijn pensioen-B.V. heeft ondernomen. Doet de dga niet, dan geeft hij evenmin pensioen prijs. Het is echter wel zo dat als een niet-prijsgegeven pensioen vorderbaar en inbaar is, de dga dit pensioen tot zijn inkomen moet rekenen.
Tip!
De desbetreffende zaak voor de Hoge Raad speelde in 2013. Tot 1 april 2017 leidde het prijsgeven van een inbare pensioenaanspraak tot een fiscale strafheffing (revisierente). Een afkoop vanaf 1 april 2017 of in 2018 of 2019 is echter fiscaal gefacilieerd. Daardoor blijft de heffing van revisierente achterwege. Bovendien is 19,5% (percentage 2019) van de fiscale balanswaarde van de aanspraak (maar maximaal de stand per 31 december 2015) vrijgesteld.

Ontslagvergoeding vormt geen pensioen

Voor de werking van een belastingverdrag kan het van belang zijn of een uitkering uit een stamrecht-B.V. een pensioen is of loon vormt. Volgens het verdrag met Duitsland zijn bijvoorbeeld pensioenen belast in de woonstaat, terwijl bij loon uit dienstbetrekking in beginsel ook de bronstaat mag heffen. Voor de verdragsrechtelijke kwalificatie van een uitkering uit een stamrecht-B.V. moet men kijken naar de maatstaven van het jaar waarin de ontslagvergoeding, die in de stamrecht-B.V. is ingebracht, is overeengekomen. Dat de ontslagen werknemer het stamrecht wil gebruiken als pensioen, is onvoldoende om de uitkering ook dat karakter te geven. Als hij op moment van zijn ontslag nog lang niet de gemiddelde pensioenleeftijd heeft bereikt, wijst dat erop dat de ontslagvergoeding niet was bedoeld als oudedagsvoorziening.
Let op!
Sinds 1 januari 2014 kunnen werknemers een ontslagvergoeding niet meer onderbrengen in een stamrecht-B.V. De problematiek van de stamrecht-B.V. speelt daarom alleen een rol in oudere zaken.

Eigen woning

Fiscus accepteert geen kruislingse schenking van eigen woning

Een advertentie waarin een adviesbureau aanbood om een kruislingse schenking te begeleiden heeft veel stof doen opwaaien. Bij deze kruislingse schenking beloven twee partijen dat ieder een schenking doet aan een kind van de ander voor de financiering van een eigen woning. Het doel van de kruislingse schenking is om de kinderen van de schenkers dubbel te doen profiteren van de bijzondere vrijstelling van schenkbelasting. Deze vrijstelling bedraagt € 102.010 (bedrag 2019) voor personen tussen de 18 en 40 jaar oud die de schenking gebruiken voor hun eigen woning. De staatssecretaris van Financiën stelt dat deze truc niet werkt. Een voorwaarde voor toepassing van de vrijstelling is namelijk dat de schenking onvoorwaardelijk plaatsvindt. De enige voorwaarde die is toegestaan, is de ontbindende voorwaarde dat de schenking vervalt als zij niet wordt gebruikt voor de eigen woning. Bij een kruislingse schenking stellen de schenkers als voorwaarde dat de wederpartij ook een schenking doet. Door deze voorwaarde wordt niet voldaan aan de eisen van de verhoogde vrijstelling.

Administratieve verplichtingen

Tijdige melding betalingsonmacht en geen grove schuld: niet aansprakelijk

Krijgt een B.V. een naheffingsaanslag opgelegd die zij niet kan betalen, dan moet zij tijdig een melding van betalingsonmacht indienen. Deze tijdige melding kan de bestuurders van de B.V. beschermen tegen aansprakelijkheid. Dit is nog meer het geval als het niet aan opzet of grove schuld van de B.V. is te wijten dat de verschuldigde belasting meer bedraagt dan de afgedragen belasting. In het geval van een tijdige melding moet de ontvanger van de belastingen bewijzen dat de betalingsonmacht het gevolg is van onbehoorlijk bestuur van de aansprakelijk te stellen bestuurder in de drie jaren vóór de melding. De ontvanger mag daarbij de bestuurder niet verwijten dat de verschuldigde belasting meer bedraagt dan de afgedragen belasting. In zo’n geval is de kans klein dat de ontvanger voldoende bewijs weet te leveren.
Tip!
Is het niet aan opzet of grove schuld van de B.V. te wijten dat een verschil bestaat tussen de afgedragen en de verschuldigde belasting? Dan is een melding van betalingsonmacht tijdig gedaan als zij uiterlijk twee weken na de vervaldatum van de aanslag plaatsvindt.

Traag college van B&W kan burger dwangsom opleveren

Als een burger een verzoek indient bij het verkeerde bestuursorgaan, moet dit bestuursorgaan het verzoek snel doorsturen naar de juiste instantie. Ontvangt bijvoorbeeld het college van burgemeesters en wethouders (B&W) van een belanghebbende een verzoek om inzage in een WOZ-waarde, dan moet het college dit verzoek doorsturen naar de heffingsambtenaar. Als het college daarmee te traag is, kan de burger geen dwangsom vorderen van het college. De traagheid van het college komt echter voor rekening van de heffingsambtenaar, zodat de burger toch zijn dwangsom kan ontvangen.