Nieuwsbrief april 2018

In dit nummer onder andere:

  • Doorschuiving via kwijtschelding schuldig gebleven ab-koopsom
  • Grote wijziging in fiscale eenheid op komst
  • EC wil dat lidstaten KOR’s afschaffen
  • Kabinet wil opstellen huwelijkse voorwaarden versimpelen
  • Bij kortdurende activiteiten laag fictief loon, maar meer dan nihil
  • Belastingdienst mag verduisterd bewijs niet gebruiken

De ondernemer en de DGA

Doorschuiving via kwijtschelding schuldig gebleven ab-koopsom

Als een dga aanmerkelijkbelangaandelen schenkt, is onder voorwaarden een doorschuiving van de aanmerkelijkbelangclaim mogelijk. In beginsel is doorschuiving niet mogelijk als de overdracht van de aandelen plaatsvindt tegen schuldigerkenning, gevolgd door een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de vordering. In een nieuw besluit keurt de staatssecretaris van Financiën goed dat doorschuiving in deze situatie wel mogelijk is mits onmiddellijk na de overdracht tegen schuldigerkenning een onherroepelijk kwijtschelding van de koopschuld plaatsvindt. Daarnaast moet zijn voldaan aan de overige voorwaarden voor doorschuiving. Bovendien moet de verkrijger akkoord gaat met een dienovereenkomstige verlaging van de verkrijgingsprijs. Bij een gefaseerde kwijtschelding geldt de goedkeuring niet voor de tweede en volgende kwijtschelding.

Inspecteur kan rente corrigeren zonder lening te verzakelijken

Op verzoek heeft de staatssecretaris van Financiën enkele documenten over leningen tussen dga’s en hun B.V.’s openbaar gemaakt. In een van deze documenten krijgen medewerkers van de Belastingdienst tips over hoe om te gaan met een lening tussen zulke gelieerde partijen. Volgens dit document moet de inspecteur bij de toetsing op zakelijkheid een vaste volgorde aanhouden. Eerst moet hij nagaan of sprake is van een echte lening dan wel een kapitaalverstrekking. Is sprake van een echte lening, dan zijn de volgende stappen het toetsen op onzakelijk debiteurenrisico en vervolgens verdere zakelijkheid van de lening. Het document wijst inspecteurs erop dat zij de rente kunnen corrigeren zonder daarmee onzakelijkheid van de lening uit te sluiten. Maar dan moet de inspecteur wel uitdrukkelijk stellen dat sprake is van een borgstellingsanalogierente. Daarnaast moet hij stellen dat hij van mening is dat de schuldeiser een onzakelijk debiteurenrisico loopt.

Herinvestering hoeft niet met boekwinst zelf

Soms behaalt een B.V. een boekwinst met de verkoop van een bedrijfsmiddel en laat zij deze boekwinst ten goede komen aan haar aandeelhouder(s). Deze situatie deed zich ook voor in een zaak voor Hof Amsterdam. In deze zaak had de Belastingdienst het standpunt ingenomen dat de onttrekking van de boekwinst op een verkocht pand betekende dat de B.V. geen herinvesteringsvoornemen had. Zij mocht daarom van de fiscus geen herinvesteringsreserve vormen. Het hof vond deze redenering te ver gaan. De B.V. wist aannemelijk te maken dat haar beleid was gericht op het uitbreiden van haar huizenbestand. Bovendien had zij in het jaar na de vervreemding van de onroerende zaken een flink bedrag geïnvesteerd in andere onroerende zaken. Zij beschikte dus kennelijk over voldoende andere eigen middelen of kon voldoende krediet krijgen. Het hof stond daarom toe dat de B.V. een herinvesteringsreserve vormde.

Vennootschapsbelasting

Grote wijziging in fiscale eenheid op komst

Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat een Nederlandse renteaftrekbeperking op bepaalde punten in strijd is met het Europees recht. In de onderliggende zaak had een Nederlandse B.V. een bedrag geleend van een Zweedse concernvennootschap in verband met een kapitaalstorting in een Italiaanse dochtervennootschap. De inspecteur stelde dat in dit geval de zogeheten antiwinstdrainagemaatregel van toepassing was. De rentebetaling van de B.V. aan de Zweedse vennootschap zou dan onder een aftrekbeperking vallen. Deze renteaftrekbeperking zou niet aan de orde zijn geweest als de B.V. en de Zweedse vennootschap tot dezelfde fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting (FE Vpb) hadden behoord. De huidige Nederlandse wetgeving staat echter geen FE Vpb toe tussen Nederlandse en buitenlandse vennootschappen. Het Hof ziet hierin een schending van de vrijheid van vestiging. Op grond van dit arrest kunnen B.V.’s profiteren van de per-element-benadering. Simpelweg gezegd betekent dit dat zij een beroep kunnen doen op de voordelen van de FE Vpb zonder de nadelen te accepteren.
Let op!
De staatssecretaris van Financiën had al rekening gehouden met de uitkomst van deze procedure. Hij heeft daarom aangekondigd reparatiemaatregelen op te stellen die tot 25 oktober 2017 zullen terugwerken. Deze maatregelen zullen een ingrijpende versobering van het regime van de fiscale eenheid inhouden.

Ook 7%- innovatieboxheffing over activa onder overgangsrecht

Toen het effectieve vennootschapsbelastingtarief binnen de innovatiebox op 1 januari 2018 werd verhoogd van 5% naar 7%, heeft de wetgever een fout gemaakt. Voordelen uit immateriële vaste activa die onder het overgangsrecht vallen, zijn namelijk ook belast tegen een effectief tarief van 5% als zij vanaf 1 januari 2018 zijn behaald. De staatssecretaris van Financiën heeft deze omissie opgemerkt. Hij wil het budgettair verlies beperken door het verschil in effectief tarief met terugwerkende kracht op te heffen. Hierdoor zal het effectieve tarief van 7% per 1 maart 2018 ook gelden voor de voordelen uit immateriële activa die onder het overgangsrecht vallen.

BTW

EC wil dat lidstaten KOR’s afschaffen

De minister van Buitenlandse zaken heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over nieuwe voorstellen van de Europese Commissie (EC). De EC wil onder meer dat de lidstaten de aan de omzetgrens gekoppelde BTW-vermindering voor kleine ondernemers afschaffen. Ook Nederland kent zo’n BTW-vermindering in de vorm van de kleineondernemersregeling (KOR). In plaats van de BTW-vermindering moeten alle lidstaten kleine ondernemers een vrijstelling zonder recht op aftrek van voorbelasting kunnen verlenen. Als een lidstaat deze mogelijkheid benut, moet zij een aan de jaarlijkse omzet gekoppelde drempel vaststellen waaronder de BTW-vrijstelling van toepassing is. Deze drempel mag per bedrijfssector variëren op basis van objectieve criteria. Alle lidstaten zullen een bovengrens van € 85.000 omzet moeten hanteren. Een eventuele vrijstelling moet ook toegankelijk zijn voor kleine ondernemers die niet in de desbetreffende lidstaat zijn gevestigd, maar daar wel BTW zijn verschuldigd. Overigens zal dan de totale omzet uit levering van goederen of diensten binnen de EU hooguit € 100.000 mogen bedragen. Bovendien zal de kleine ondernemer de lidstaat van vestiging moeten informeren over zijn gebruik van de vrijstelling. De lidstaat van vestiging moet ervoor zorgen dat de vrijgestelde kleine ondernemer de jaarlijkse omzet in zijn eigen lidstaat en in de EU correct aangeeft. Verder stelt de EC een overgangsperiode voor in het geval van overschrijding van de vrijstellingsdrempel in de loop van een kalenderjaar. Op grond van het overgangsrecht zal de ondernemer in dat jaar de vrijstelling mogen benutten mits de overschrijding van de vrijstellingsdrempel niet meer dan 50% is.

Alcohol bij maaltijd apart belast voor btw

Als een klant in een restaurant bij zijn lunch of diner bier of wijn kan bestellen, moet de restauranthouder over de omzet van deze alcoholische dranken 21% BTW afdragen. Dit blijkt uit een recente zaak voor Hof Arnhem-Leeuwarden. Het betrof een restauranthouder die lunches, diners en borrels serveerde. Zijn klanten konden bij de lunch en het diner ook alcoholische dranken nuttigen. De ondernemer stelde dat sprake was van één dienst voor de omzetbelasting. Daarbij stond het verstrekken van voedingsmiddelen voorop en ging het verstrekken van alcoholische dranken daarin op. Maar Europese regelgeving staat uitdrukkelijk toe dat EU-lidstaten voor één restaurantdienst twee verschillende tarieven hanteren. Daarbij geldt voor de alcoholische drank het hoge BTW-tarief. Het hof stelde de restauranthouder daarom in het ongelijk.

Familievermogensrecht

Kabinet wil opstellen huwelijkse voorwaarden versimpelen

Het kabinet wil een wet opstellen die het makkelijker en goedkoper maakt om huwelijkse voorwaarden op te stellen. Als deze wet wordt ingevoerd, kunnen mensen die in algehele gemeenschap van goederen willen trouwen, volstaan met een verklaring bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. Zij hoeven dus niet langer naar de notaris voor huwelijkse voorwaarden. De verklaring zal tot uiterlijk één werkdag voor het huwelijk in te dienen zijn bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar men wil trouwen. Dit kan zowel digitaal als op papier. Verder moet van het kabinet een modelverklaring komen voor mensen die in algehele gemeenschap van goederen willen trouwen.
Let op!
Sinds 1 januari 2018 trouwen mensen automatisch in een beperkte gemeenschap van goederen. Zij delen daardoor niet meer alle bezittingen en schulden die zij voor en tijdens hun huwelijk verkrijgen. Huwelijkspartners die daarvan willen afwijken en wel alles met elkaar willen delen, moeten nu naar de notaris om dat in huwelijkse voorwaarden te laten vastleggen.

Inspecteur moet vernietiging schenking vanwege dwaling accepteren

Het is mogelijk dat de partijen bij een schenking tot de conclusie komen dat de schenking te veel schenkbelasting heeft gekost. De partijen kunnen dan overeenkomen dat deze rechtshandeling moet worden vernietigd met een beroep op dwaling. Zolang zij daadwerkelijk uitvoering geven aan deze vernietiging, moet de fiscus dit van Rechtbank Gelderland accepteren. Zo waren een man en zijn oudtante in een zaak voor deze rechtbank het volgende overeengekomen. De man nam de woning van zijn oudtante over voor de werkelijke waarde. Kort daarop schonk zij hem een bedrag van € 100.000. Deze uitvoering leidde echter tot een aanslag schenkbelasting die meer dan twee keer zo hoog was als verwacht. De man en zijn oudtante stelden dat zij de zaken nooit zo hadden aangepakt als zij hadden geweten dat dit zou leiden tot zo veel schenkbelasting. Met een beroep op dwaling vernietigden zij de schenking. In plaats daarvan leende de oudtante haar achterneef een bedrag van € 100.000, dat zij hem later fiscaal gunstig kon kwijtschelden. De inspecteur was het niet eens met deze gang van zaken, maar de rechtbank wel. De rechter vernietigde daarom de opgelegde aanslag schenkbelasting.

Voor fictieve verkrijging is moment van overlijden niet van belang

Een waardestijging van aandelen als gevolg van het overlijden van een erflater kan onder voorwaarden een fictieve verkrijging zijn voor de erfbelasting. Ook als al eerder was bekend dat de erflater nog maar kort te leven had. Zo kreeg in een zaak voor Hof Den Haag een vrouw in mei 2015 te horen dat zij nog maar een paar maanden te leven had. Zij had een lijfrentevoorziening bij een B.V. waarin haar dochter aandelen hield. De corresponderende verplichting voor de B.V. kwam te vervallen toen de moeder in juli 2015 overleed. De dochter stelde dat de waardestijging van haar aandelen in de B.V. al had plaatsgevonden toen bekend was dat haar moeder ongeneeslijk ziek was. Maar het hof constateert dat een concreet en voldoende sterk causaal verband bestaat tussen het overlijden van de erflater en de waardestijging van de aandelen. De waardestijging van de aandelen vormt inderdaad een erfrechtelijke verkrijging.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Bij kortdurende activiteiten laag fictief loon, maar meer dan nihil

Als een dga weinig werkzaamheden van betekenis voor zijn B.V. verricht, de B.V. slechte financiële resultaten behaalt en in het desbetreffende jaar haar activiteiten beëindigd, zijn er voldoende redenen om het gebruikelijk loon laag te houden. Tot dit oordeel komt Rechtbank Noord-Nederland. Maar de rechtbank stelt ook het besturen van een vennootschap altijd werkzaamheden van enige omvang vergt. In de desbetreffende zaak stelde de rechtbank het gebruikelijk loon van de dga daarom zelf vast op € 10.000.

Bezwaar tegen sectorindeling op te vatten als verzoek nieuwe beschikking

Stel een werkgever dient een bezwaarschrift in tegen een beschikking sectorindeling voor de werknemersverzekeringen. In dit bezwaarschrift laat hij weten dat uit onderzoek blijkt dat hij in een andere sector moet vallen. In dat geval telt dit document volgens de Hoge Raad niet alleen als een gewoon bezwaarschrift, maar ook als een mededeling aansluiting. Zo’n mededeling vormt een verzoek om een nieuwe beschikking. Daardoor kan de situatie zich voordoen dat de inspecteur constateert dat het bezwaarschrift te laat is ingediend, terwijl hij wel het verzoek om een nieuwe beschikking in behandeling moet nemen.

Auto

Handelswaarde uit koerslijst moet zien op zelfde merk en type

In bepaalde omstandigheden mag een ondernemer die BPM-aangifte doet voor een ingevoerde auto de heffingsgrondslag baseren op de handelswaarde van de auto volgens een koerslijst. In dat geval moet hij wel de waarde uit de koerslijst nemen die hoort bij hetzelfde type auto. Een personenauto van hetzelfde merk en type zal qua kenmerken immers per definitie het dichtst aanleunen bij de kenmerken van de in te voeren auto. Hof den Bosch heeft in een recente zaak nog opgemerkt dat dit uitgangspunt een uitzondering kent. Namelijk als het in te voeren voertuig van een merk en type is dat in het Nederlandse kentekenregister nog nooit eerder is geregistreerd. De belanghebbende zal deze omstandigheid dan wel aannemelijk moeten maken. In de desbetreffende zaak lukte dat niet. Het desbetreffende type en merk was niet opgenomen in de koerslijst XRAY, maar wel in de koerslijst Autotelex. De belanghebbende mocht daarom niet de handelswaarde van een ander type auto uit de koerslijst XRAY hanteren.

Fiscus accepteert geen zelf opgelegd verbod op privégebruik auto

Krijgt een directeur een auto van de zaak ter beschikking gesteld en is hij de tevens bestuurder en enig aandeelhouder van de vennootschap? Dan kan men niet volstaan met het opnemen van een verbod op privégebruik in de arbeidsovereenkomst met de directeur als men de bijtelling achterwege wil laten. De werkgever moet immers controleren dat het verbod op privégebruik wordt nageleefd. Maar een bestuurder die enig aandeelhouder is, controleert zichzelf. Feitelijk kan hij gebruik maken van de bedrijfsauto zoals hij wil. De dga kan zo niet bewijzen dat hij minder dan 500 privékilometers op jaarbasis rijdt. De Hoge Raad heeft dit ook onlangs bevestigd.
Tip!
Bent u directeur en enig aandeelhouder van een B.V. die u een auto van de zaak ter beschikking stelt, dan bent u beter af met een goede rittenregistratie.

Toekomstvoorzieningen

Afspraak tussen België en Nederland over pensioenproblematiek

Op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en België zijn pensioenen en socialezekerheidsuitkeringen en dergelijke belast in de woonstaat van degene die de (pensioen)uitkering ontvangt. Voor zover de aanspraak in de andere staat was vrijgesteld of voor zover de pensioenpremie in de andere staat aftrekbaar was, mag de andere staat ook heffen over een uitkering die uit dat land afkomstig is. Daarbij geldt als aanvullende voorwaarde dat in de woonstaat de (pensioen)uitkering niet tegen het algemeen tarief is belast of voor minder dan 90% tegen het brutobedrag in de heffing wordt betrokken. Maar stel dat Nederland in eerste instantie terugtreedt omdat België feitelijk voldoende belasting lijkt te heffen en dat later deze belastingheffing in België niet definitief tot stand zal komen. Nederland zal dan alsnog willen heffen. Vanwege deze problematiek hebben België en Nederland en België specifieke afspraken over informatie-uitwisseling gemaakt. Nederland levert België jaarlijks een lijst aan van Belgen die een aanvullend pensioen uit Nederland ontvangen. En België informeert Nederland over het feit dat deze pensioenen volledig in België worden belast of niet. Daarnaast zal België Nederland spontaan informeren over gevallen waarin een eerder gerapporteerde heffing (gedeeltelijk) ongedaan wordt gemaakt.
Let op!
De bronstaat (de staat van waaruit het pensioen of de uitkering afkomstig is) mag alleen heffen over het bedrag dat de inwoner van de andere staat ontvangt als het brutobedrag van alle pensioenuitkeringen uit bronstaat hoger is dan € 25.000. Bij de overeengekomen informatievoorziening houden de verdragspartners rekening met deze drempel.

Eigen woning

Fiscus accepteert pro rata eigenwoningrenteaftrek

De Nederlandse wet zal worden aangepast aan de uitkomst van enkele rechtszaken over de aftrek van eigenwoningrente. Het begon toen een Spaanse man in Spanje geen belastbaar inkomen maar zijn inkomen voor 60% verwierf in Nederland en voor 40% in Zwitserland. Daarnaast had hij negatieve inkomsten uit de eigen woning in Spanje. Hij wilde deze inkomsten ten laste brengen van zijn Nederlandse inkomen. Uiteindelijk oordeelde Hof Den Haag dat de man recht had op het voordeel van 60% van de aftrek van de negatieve inkomsten uit eigen woning.  De staatssecretaris van Financiën wilde eerst in cassatie gaan, maar heeft zich toch neergelegd bij de uitslag. Vooruitlopend op de wetswijziging zal op korte termijn een beleidsbesluit verschijnen.

Besluit over toedeling eigenwoningrente bij eigenwoningverleden

In de praktijk sluiten veel gehuwde als ongehuwde stellen een gezamenlijke (hypothecaire) lening om een woning te kopen. Vaak heeft een van de partners in het verleden al een eigen woning gehad. Dit kan ertoe leiden dat een deel van eigenwoningrente niet aftrekbaar is. Maar in een besluit keurt de staatssecretaris van Financiën goed dat het zogeheten eigenwoningverleden van beide partners bij helfte wordt verdeeld over beide partners. Vervolgens kunnen zij hun individuele eigenwoningschuld en het eigenwoningverleden bepalen. Voor deze goedkeuring is vereist dat de partners de eigen woning aankopen in een 50%-50%-verhouding. Zij moeten de schuld(en) voor de financiering van de woning in diezelfde verhouding aangaan. Daarnaast moeten beide partners een beroep doen op deze goedkeuring door de eigenwoningreserve en de eigenwoningrente op deze manier op te nemen in de aangifte(n). Ten slotte moeten beide partners akkoord gaan met de volgende consequentie. De toepassing van de goedkeuring door het zodanig opnemen van de eigenwoningreserve en de eigenwoningrente in de aangifte(-n) geldt ook voor latere jaren. De verdeling bij helfte van het eigenwoningverleden van een of beide partners is daardoor niet meer te herzien of terug te draaien in een later belastingjaar. De goedkeuring geldt met ingang van het belastingjaar 2013. Wij helpen u graag met uitzoeken of het voordelig voor u is om een beroep op deze regeling te doen.

Hypotheekrente aftrekbaar als alimentatie dankzij verklaring

Als iemand op grond van een echtscheidingsconvenant het aandeel van zijn ex-echtgenoot in de hypotheekrente moet vergoeden, is deze verplichting vergelijkbaar met een partneralimentatie. Dit deel van de betaalde rente is dan ook aftrekbaar als partneralimentatie. In een zaak voor Hof Den Bosch was het echtscheidingsconvenant op dit punt echter onduidelijk. Volgens de letterlijke tekst van het convenant moest de ex-echtgenoot tot het moment van de ontbinding van het huwelijk de volledige hypotheekrente betalen. De man verklaarde echter dat hij en zijn ex-echtgenote hadden beoogd in het echtscheidingsconvenant op te nemen dat de man tot de verkoop van de woning de hypotheekrente zou betalen. Het hof geloofde de man en oordeelde dat hier sprake was van een verplichting die viel aan te merken als een partneralimentatie.
Let op!
In dit geval verliet de ex-partner van de belanghebbende de echtelijke woning. Als het de belastingplichtige zelf is die de echtelijke woning verlaat en zijn ex-partner daarin laat wonen, kan hij zijn eigen aandeel in de eigenwoningrente nog twee jaren aftrekken.

Administratieve verplichtingen

Belastingdienst mag verduisterd bewijs niet gebruiken

Hof Den Bosch heeft onlangs geoordeeld dat de fiscus geen gebruik mag maken van informatie die is verkregen van een tipgever die de informatie op illegale wijze heeft verkregen. In dit geval had een tipgever informatie over buitenlandse bankrekeningen verduisterd. Hij droeg deze informatie tegen een vergoeding over aan de fiscus. De Belastingdienst gebruikte deze informatie om onder meer een man navorderingsaanslagen inkomstenbelasting op te leggen. De man en later zijn erfgenamen ging(en) in beroep tegen deze aanslag. Het hof merkte tijdens deze procedure op dat bewijsuitsluiting in fiscale zaken pas aan de orde is in uitzonderlijke gevallen. Een belangrijk voorschrift of rechtsbeginsel moet in zo’n aanzienlijke mate zijn geschonden, dat bewijsuitsluiting daarop een passende reactie was. Het hof vond dat dit in deze zaak het geval was. Door de tipgever te betalen voor verduisterde informatie, had de Belastingdienst zich feitelijk schuldig gemaakt aan een vorm van heling. Het is niet mogelijk om de Staat daarvoor strafrechtelijk te vervolgen, maar de sanctie van bewijsuitsluiting is wel mogelijk. Bovendien had de inspecteur niet aangetoond bij zijn gebruik van wederrechtelijk verkregen bewijs een belangenafweging te hebben gemaakt. Het hof heeft daarom het verduisterde bewijs uitgesloten.

Pas omkering bewijslast bij uitnodiging tot aangifte

In een recente zaak voor Hof Arnhem-Leeuwarden stelde de Belastingdienst dat een man zijn aangifteplicht zou hebben verzaakt door een onjuiste aangifte inkomstenbelasting in te dienen. De inspecteur paste daarom correcties toe op deze aangifte. Toen de man beroep aantekende tegen deze aanslag, wilde de inspecteur dat het hof de bewijslast zou omkeren. Normaal gesproken geldt inderdaad een omkering van de bewijslast als de belastingplichtige zijn aangifteplicht verzaakt. De inspecteur wist echter niet aannemelijk te maken dat hij de man een uitnodiging had gestuurd om aangifte te doen of dat de man op andere wijze was verplicht tot het doen van aangifte. Nu de man geen aangifte had hoeven in te dienen, had hij zijn aangifteplicht niet verzaakt. Omkering van de bewijslast was dan ook niet aan de orde.