Nieuwsbrief april 2017

Inhoudsopgave nieuwsbrief april 2017

De ondernemer en de DGA

Box 3-heffing mogelijk bij sfeerovergang gedurende het jaar

Een man had begin 2009 een (huur)vordering op een B.V. van zijn dochters. Medio 2009 werd een deel van de vordering verrekend tegen soortaandelen in de B.V. Het restant van de vordering ging toen samen met een aan de B.V. verhuurd perceel over naar box 1 (resultaat uit overige werkzaamheden). Volgens een eind 2011 afgesloten VSO vielen de inkomsten uit het perceel tot en met het jaar 2008 in box 1. In de VSO was verder bepaald dat vanaf 1 januari 2009 het perceel tot de grondslag van box 3 behoorde. De man stelde dat op basis van de rangorderegeling het perceel en de huurvordering per 1 januari 2009 niet in box 3 mochten vallen, nu zij in 2009 waren overgegaan naar box 1. Maar volgens Rechtbank Gelderland deed de sfeerovergang geen afbreuk aan de VSO. Bovendien had de sfeerovergang plaatsgevonden in 2009. Op 1 januari 2009 behoorden het perceel en de vordering op de B.V. nog steeds tot het box 3-vermogen.

Ondernemen via besloten fonds voor gemene rekening

Een participant in een besloten fonds voor gemene rekening kan onder voorwaarden kwalificeren als fiscaal ondernemer, zo blijkt uit een recent arrest van de Hoge Raad. In dit geval had een man een participatie verkregen in een besloten fonds voor gemene rekening (fvgr). In 2011 wilde de man zijn participatie via een geruisloze omzetting inbrengen in een zelf opgerichte B.V. De Belastingdienst weigerde dit, omdat de participant geen ondernemer zou zijn. Maar de belastingrechter constateerde dat de participant objectief gezien een voordeel kon verwachten van zijn participatie in het fvgr. Verder wees de Hoge Raad erop dat het fonds naar buiten trad onder een bepaalde als zodanig gevoerde naam, zodat het kwalificeerde als openbare maatschap. Daardoor werden de participanten rechtstreeks verbonden voor de verbintenissen die dit fonds aanging. De man mocht zijn participatie geruisloos inbrengen in zijn B.V.

Kosten afkoop contract aftrekbaar in jaar van afkoop

Een ondernemer kan de kosten voor het afkopen van een zakelijk contract in beginsel aftrekken. Dat wil niet zeggen dat hij deze kosten altijd kan toerekenen aan hetzelfde jaar waarin het contract is afgesloten. Zo oordeelde Hof Arnhem-Leeuwarden onlangs dat een maat de kosten van het afkopen van een zakelijk leasecontract niet mocht afttrekken in het jaar waarin dat contract was afgesloten. Gedurende dat jaar was namelijk nog niet de verwachting ontstaan dat het tot een afkoop van het contract zou komen.

Vennootschapsbelasting

Groep kan bestaan door doorslaggevende invloed

B.V.’s waarvan oude (begonnen vóór 2013) aangiftejaren voor de vennootschapsbelasting nog niet zijn afgehandeld, kunnen nog te maken hebben met de zogeheten thincapregeling. Op grond van deze regeling kan de B.V. tegen een renteaftrekbeperking aanlopen als zij met te veel vreemd vermogen is gefinancierd. Deze regeling geldt alleen als sprake is van een groep. Het bestaan van een groep vereist weer dat onder meer minstens twee B.V.’s organisatorisch en economisch met elkaar zijn verbonden. Als een moedermaatschappij een meerderheidsbelang heeft in een dochtermaatschappij, moet de belanghebbende aannemelijk maken dat geen sprake is van een groep. Kan de meerderheidsaandeelhouder volgens de statuten niet in haar eentje directeuren ontslaan, maar kan hij wel duidelijk te omschrijven besluiten van de directie onderwerpen aan zijn voorafgaande goedkeuring? Dan heeft die aandeelhouder volgens Hof Arnhem-Leeuwarden een doorslaggevende invloed en is sprake van een groep.

Let op!
Hoewel de thincapregeling is komen te vervallen op 1 januari 2013, is zij nog steeds van enig belang. Er zijn immers nog steeds B.V.’s met lopende procedures met betrekking tot aanslagen vennootschapsbelasting over 2012 en eerder.

Vernieuwd besluit functionele valuta

De staatssecretaris van Financiën heeft zijn besluit over de functionele valuta voor de vennootschapsbelasting herzien. Dit besluit geeft bijvoorbeeld het beleidskader voor de toepassing van de Regeling functionele valuta (RFV). De RFV bevat weer de voorwaarden waaronder de inspecteur op verzoek van de belastingplichtige kan toestaan het belastbare bedrag te berekenen in een andere geldeenheid dan de euro.

BTW

Onzekerheid over betaling sluit vooraftrek niet uit

Onlangs heeft de Hoge Raad benadrukt dat het recht op aftrek van voorbelasting een basisbeginsel is in het btw-systeem. Alleen de btw op afgenomen prestaties ten behoeve van vrijgestelde prestaties of prestaties die buiten de BTW-richtlijn vallen, is niet aftrekbaar. Verder kan de fiscus in gevallen van fraude of misbruik de vooraftrek weigeren. In de zaak voor de Hoge Raad had de inspecteur de aftrek van btw op afgenomen leveringen en diensten geweigerd. Zijn motivering was dat deze leveringen en diensten waren gebruikt ten behoeve van prestaties aan een afnemer die failliet was. Daarom was het onzeker of deze afnemer zijn facturen nog zou betalen. Maar deze omstandigheid was voor het recht op aftrek van voorbelasting niet van belang.

Navorderingsaanslag op naam niet-bestaande FE-btw

Stel dat een fiscale eenheid voor de omzetbelasting bij het geven van beschikking tot aansprakelijkstelling niet meer in ongewijzigde vorm bestaat. Men kan zich dan afvragen of aansprakelijkstelling dan nog wel mogelijk. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat dit het geval is. De aansprakelijkheidsregeling is bedoeld om de invordering te verzekeren van de btw die een fiscale eenheid na het opleggen van de navorderingsaanslag is verschuldigd. Dit wordt gerealiseerd door in te vorderen bij de ondernemers op wie samen de belastingschuld rust. Gelet op dit doel, is de regeling verenigbaar met het Europees recht. Voor de aansprakelijkheid voor de door de fiscale eenheid verschuldigde btw, is alleen van belang dat deze eenheid bestaat op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd is geworden.

Ook btw over zakelijke huisvestingskosten niet aftrekbaar

Het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (BUA 1968) bepaalt dat de btw in uitgaven voor huisvesting van personeel niet aftrekbaar is als voorbelasting. Rechtbank Gelderland heeft geoordeeld dat deze uitsluiting van aftrek ook geldt als de terbeschikkingstelling van de huisvesting noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering van de werkgever. In deze zaak stelde een uitzendbureau voornamelijk buitenlandse uitzendkrachten ter beschikking aan opdrachtgevers. Het uitzendbureau stelde de buitenlandse uitzendkrachten in de nabijheid van de werkplek een verblijfplaats ter beschikking. Ook al was volgens het uitzendbureau de huisvesting volstrekt onderschikt aan zijn belangen, toch was sprake van aan personeel verstrekte huisvesting. En dus gold de uitsluiting van het BUA.

Familievermogensrecht

Geen navordering over lang onbekende erfenis

Als de fiscus de intentie lijkt te hebben om de aanslagfase voor de erfbelasting af te ronden vanwege een gebrek aan baten, is het nog maar de vraag of navordering mogelijk is als later toch vermogen blijkt te zijn. Dit blijkt uit een recente uitspraak van Rechtbank Gelderland. Toen een man overleed in een verpleeghuis, leek het erop dat hij geen familie naliet. Omdat de inspecteur meende dat sprake was van een gebrek aan baten, liet hij de notaris per brief weten dat de aanslag successierecht achterwege zou blijven. De inspecteur maakte wel een voorbehoud voor het geval nieuwe omstandigheden bekend zouden worden. Later bleek de moeder van de man, die drie jaar vóór zijn dood was overleden, vermogen in Zwitserland te hebben. Er was dus toch een nalatenschap. Bovendien bleek de overleden moeder een halfzus te hebben, die pas in 2013 vernam van het bestaan van haar halfzus en neef. Als de enige bekende erfgename van haar neef ontving deze vrouw een groot deel van de erfenis. Volgens de rechtbank was hier formeel gezien sprake geweest van een onbeheerde nalatenschap. Daardoor was de navorderingstermijn van twaalf jaar verlengd. Gezien de gebleken intentie van de Belastingdienst om de aanslagfase af te ronden, zou het echter in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel om na twaalf jaar na de brief nog na te vorderen. Daarom vernietigde de rechtbank de navorderingsaanslag.

Nieuwe beperking gemeenschap van goederen

Een wetsvoorstel dat de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen in het huwelijksvermogensrecht beperkt is aangenomen door de Eerste Kamer. Het voorstel regelt onder andere het verhaal van privéschuldeisers op gemeenschapsgoederen. Ook de regeling over de draagplicht van schulden wordt aangepast. Alle voorhuwelijkse gemeenschappelijke goederen en alle gemeenschappelijke schulden vallen in de gemeenschap en zijn dus aan te merken als gemeenschapsschulden. Het is niet noodzakelijk dat deze schulden zijn aangegaan ten behoeve van een gemeenschappelijk goed.

Loonheffingen en sociale verzekeringen

Onbelaste schadevergoeding voor stagnatie loopbaanontwikkeling

Stel een werknemer ontvangt aan het einde van zijn dienstbetrekking een vergoeding voor een vermindering van arbeidskracht, die heeft geleid tot een sterke stagnatie in de loopbaanontwikkeling. Deze vergoeding houdt volgens de Hoge Raad onvoldoende verband met de dienstbetrekking om belast loon te kunnen zijn. In dit geval ging het om een man die in dienstbetrekking was geweest bij de politie. Bij het uitoefenen van politiewerkzaamheden had hij ernstig letsel opgelopen. Jaren later werd bij hem een hersentumor geconstateerd, die tot volledige arbeidsongeschiktheid leidde. Bij zijn ontslag ontving de man een vergoeding als compensatie voor het leed dat hij had ondervonden van de twee incidenten, waardoor zijn loopbaanontwikkeling sterk was gestagneerd. Deze vergoeding was geen belast loon.

Fiscus gaat misstanden in de horeca onderzoeken

In de uitzending van Brandpunt van 6 december 2016 werd gesteld dat uitbuiting en fraude veel voorkomen binnen de horeca. De Belastingdienst zou hiervan op de hoogte zijn door tips en klikbrieven. De staatssecretaris van Financiën heeft bevestigd dat de horeca veel aandacht van de Belastingdienst krijgt. In 2017 wil hij op landelijk niveau een integraal onderzoek laten plaatsvinden naar misstanden in de horeca.

Werknemer op schip onder vlag derde land premieplichtig PVV

Als een Nederlander werkt op een schip dat onder een de vlag van een derde land vaart zonder verzekerd te zijn voor een buitenlandse sociale verzekering, zal hij in beginsel premieplichtig zijn voor de Nederlandse volksverzekeringen. Dit blijkt uit een onlangs gepubliceerde zaak. Een Nederlander werkte aan boord van een pijpenlegger voor een Zwitserse werkgever. Deze werkgever hield geen premie in voor de Zwitserse sociale zekerheid. Omdat het schip voer onder de vlag van een derde land (Panamese vlag), was een Europese verordening evenmin van toepassing. Nu geen buitenlandse premieplicht bestond, was sprake van premieplicht voor de Nederlandse volksverzekeringen.

Tip!
Als een Nederlandse werknemer gedurende een aaneengesloten periode van minstens drie maanden arbeid buiten Nederland arbeid verricht voor een buitenlandse werkgever, zal hij in beginsel niet premieplichtig zijn in Nederland.

Auto

Onderscheid eigen auto – auto van de zaak toegestaan

Voor Hof Den Bosch had een werknemer gesteld dat een eventueel bovenmatige deel van een vergoeding voor het rijden in een eigen auto niet belast mocht zijn. Een heffing over het bovenmatige deel zou werknemers met een eigen auto discrimineren ten opzichte van werknemers die in een auto van de zaak rijden. Werknemers met een auto van de zaak hoeven immers geen belasting te betalen over gereden zakelijke kilometers. Maar het hof oordeelde dat werknemers met een eigen auto zich in een andere situatie bevinden dan werknemers met een auto van de zaak. Deze situaties zijn feitelijk en juridisch gezien verschillend. De Belastingdienst hoeft deze verschillende situaties niet gelijk te behandelen.

Toekomstvoorzieningen

Tot 1 juli 2017 de tijd voor aanpassen PEB

Dga’s hebben onder voorwaarden tot 1 juli 2017 de tijd om het pensioen in eigen beheer (PEB) aan te passen aan de Wet uitfasering PEB. Hierbij kunt u denken aan handelingen die samenhangen met het premievrij maken van het pensioen, het terughalen van het elders verzekerde deel naar het eigenbeheerlichaam, het aanpassen van de pensioenovereenkomst en enzovoorts. Ontvangt de externe verzekeraar het verzoek tot overgang naar het eigenbeheerlichaam uiterlijk op 30 juni 2017, dan is sprake van een toegestane tijdig uitgevoerde overgang. In dat geval moet de afhandeling wel plaatsvinden binnen de gebruikelijke termijnen. Neem contact met ons op om u bij te staan bij de afwikkeling van uw pensioen in eigen beheer.

Pilot machtiging digitale aangifte door nabestaanden

In beginsel kunnen nabestaanden van overledenen nog niet altijd digitaal aangifte doen. Deze groep is aangewezen op een papieren P- of F-biljet. In het eerste kwartaal van 2017 vindt bij de Belastingdienst een kleinschalige pilot plaats. In die pilot kunnen nabestaanden toegang krijgen tot het portaal MijnBelastingdienst van een overledene. Op die manier kunnen zij de aangifte inkomstenbelasting voor de overledene digitaal afhandelen. Dit is mogelijk voor de belastingjaren 2014 tot en met 2016. Op basis van de ervaringen in deze pilot zal de fiscus nagaan of en wanneer het kan komen tot een bredere implementatie.

Eigen woning

Schuld om eigenwoningrente te betalen zelf geen eigenwoningschuld

In een recente zaak voor de Hoge Raad had een eigenwoningbezitter € 75.000 geleend voor de financiering van zijn eigen woning. Hij betaalde de eigenwoningrente met creditcardopnames. De man wilde naast die eigenwoningrente ook de kosten en renten van de schuld op zijn creditcard aftrekken. De belastingrechter benadrukte dat uitsluitend renten en kosten van de eigenwoningschulden zelf kwalificeren als aftrekbare kosten met betrekking tot de eigen woning. Renten en kosten die betrekking hebben op creditcardopnames voor het betalen van rente aan de bank in verband met de eigenwoningschuld vallen daar niet onder. De man had daarom geen recht op aftrek.

Veel vragen over eigen woning

Sinds 1 maart van dit jaar heeft de Belastingtelefoon meer dan 450.000 telefoontjes ontvangen over de aangifte inkomstenbelasting 2016 en betalingen. Op Twitter en Facebook waren dat zo’n 3500 vragen. De meeste vragen gingen over eigen woning en aftrekposten. Daarbij kunt u denken aan vragen over de hypotheek en aftrekbare kosten bij de koop van een eigen woning. Naar aanleiding van de vragen kijkt de Belastingdienst kritisch naar de teksten in het aangifteprogramma en op hun website en past dit waar nodig aan. Natuurlijk kunt u ook bij ons langskomen voor vragen op het gebied van de eigen woning.

Administratieve verplichtingen

Fiscus hoeft geen gebruiksrestrictie te garanderen bij informatiebeschikking

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de Belastingdienst bij het opleggen van een informatiebeschikking geen gebruiksrestrictie hoeft te formuleren. Dat wil zeggen dat de inspecteur niet hoeft te beloven dat hij het wilsafhankelijk materiaal uitsluitend zal gebruiken ten behoeve van de belastingheffing. Als wilsafhankelijk materiaal wordt verstrekt en de inspecteur dat materiaal gebruikt voor fiscale beboeting, is het de belastingrechter die bepaalt wat daarvan de gevolgen zijn.

Voldoen aan informatiebeschikking: doe het goed of doe het niet

Wie een informatiebeschikking krijgt opgelegd en wil voldoen aan deze beschikking, moet een keuze maken. Of hij verstrekt de gevraagde informatie of hij zorgt ervoor dat hij (voor de belastingrechter) kan motiveren waarom hij de gevraagde informatie niet heeft verstrekt. Dit lijkt de les te zijn die een recente zaak voor Rechtbank Den Haag leert. In deze zaak had een middellijk aandeelhouder van diverse vennootschappen een informatiebeschikking ontvangen. De gevraagde documentatie was te verdelen over dertien punten. Ten aanzien van drie punten had de man de documentatie niet compleet aangeleverd. Met betrekking tot zeven punten had hij zelfs helemaal geen documentatie aangeleverd. De rechtbank vond dat de man zijn verplichting daarmee niet was nagekomen en oordeelde dat de informatiebeschikking terecht was opgelegd. De rechtbank stelde een nieuwe termijn vast waarin de aandeelhouder alsnog kon voldoen aan zijn informatieverplichting.