Fiscale Eindejaarstips 2018-2019

Met het einde van het jaar in zicht, is dit een goed moment om na te gaan of u op fiscaal gebied nog actie moet ondernemen. Voor sommige zaken kunt u niet wachten tot 2019 en moet u nu actie ondernemen, maar andere zaken vragen juist om uitstel tot in het nieuwe jaar. In ieder geval zijn er diverse veranderingen die om aandacht vragen. Welke dat zijn, leest u in deze eindejaarstips.

ALLE ONDERNEMERS

Gooi oude administratie weg
Als u administratieve stukken zeven jaar bewaart, voldoet u keurig aan de wettelijke bewaartermijn. Maar u hoeft ook weer niet bedolven te raken onder een oude administratie. En dat gebeurt eerder dan u denkt, omdat men het begrip administratie ruim moet nemen. Alle gegevens die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing, zijn in de ogen van de fiscus een onderdeel van de administratie. Daarbij valt te denken aan de loonadministratie, verkoopadministratie, voorraadgegevens, het grootboek en facturen van crediteuren en debiteuren. Gooi daarom uw oude administratie weg als de bewaartermijn is verlopen. Als uw boekjaren de kalenderjaren volgen, betekent dit dat u na 31 december 2018 uw administratie over 2011 en eerdere jaren mag weggooien. Als u bepaalde documenten nog nodig denkt te hebben, bijvoorbeeld contracten, pensioen- en lijfrentepolissen, moet u deze echter nog wel bewaren.

Let op!
Voor de btw-administratie over het gebruik van onroerende zaken, elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en tv-omroepdiensten geldt een bewaartermijn van tien jaar inclusief het jaar van eerste ingebruikname. Dit omdat zich in die periode een herziening van de btw-aftrek kan voordoen. Bijvoorbeeld wegens een andere bestemming van een of meer onroerende zaken, waardoor btw uit voorgaande jaren alsnog deels aftrekbaar kan zijn of deels terugbetaald moet worden.

Bereid u nu voor op uitbreiding informatieplicht
In 2019 wordt de informatieplicht uitgebreid. Als u volgens de wet aansprakelijk bent zonder formeel aansprakelijk te zijn gesteld, bent u potentieel aansprakelijk. Per 1 januari 2019 kan de inspecteur ook bij u als potentieel aansprakelijke terecht, ten minste als hij aanwijzingen heeft dat er aansprakelijkheid kan zijn. Bijvoorbeeld bij een inlener, bestuurder of aanmerkelijkbelanghouder, erfgenaam of begunstigde. Als u vermoedt dat u potentieel aansprakelijk bent te houden, zorg er dan nu alvast voor dat u kunt voldoen aan de nieuwe informatieverplichting. Verzamel bijvoorbeeld gegevens waarvan u weet dat deze van belang zijn voor de belastingheffing, zoals een verklaring inzake betalingsgedrag van de uitlener van personeel.

Let op!
Het niet voldoen aan deze verruimde informatieplicht kan beboet worden (max. € 8.300) of bestraft met maximaal zes maanden hechtenis.

Vorm nog snel een voorziening
Als u de fiscale winst over 2018 wil drukken, is dat misschien mogelijk door het vormen van een voorziening voor (grote) uitgaven die u in 2019 of later denkt te zullen doen. Een aandachtspunten daarbij is dat deze toekomstige uitgaven hun oorsprong moeten vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan in 2018 of eerder. En men moet deze feiten en omstandigheden kunnen toerekenen aan dat jaar. Ten slotte moet redelijk zeker zijn dat u de uitgaven zult maken. Overleg met uw adviseur of u in 2018 nog een voorziening kunt vormen.

Begin vóór 2019 met herinvesteren
Heeft u in 2015 een fiscale boekwinst behaald met de verkoop van een bedrijfsmiddel? En heeft u deze boekwinst gedoteerd aan de herinvesteringsreserve (HIR)? Dan riskeert u dat de Belastingdienst de HIR dit jaar tot uw fiscale winst rekent als u niet tijdig de herinvestering doet. Natuurlijk is het niet zo gemakkelijk om nog snel een investering af te ronden. Gelukkig kunt u de inspecteur verzoeken om de driejaarstermijn te verlengen als de aanschaf van het nieuwe bedrijfsmiddel is vertraagd door bijzondere omstandigheden. Maar hij zal uw verzoek alleen honoreren als u kunt aantonen dat u een begin heeft gemaakt met de herinvestering.

Tip!
Als de inspecteur meent dat u geen herinvesteringsvoornemen (meer) heeft, zal hij de HIR aan de belaste winst willen toevoegen. Het is daarom verstandig om uw herinvesteringsvoornemen vast te leggen in een schriftelijk stuk. Blijf het voortbestaan van uw herinvesteringsvoornemen aan het eind van ieder jaar vastleggen totdat u de herinvestering doet. En mocht de herinvestering vertraging oplopen, bewaar dan de documenten die bewijzen dat echt sprake is van een bijzondere omstandigheid.

Verkoop ‘nieuw’ bedrijfsmiddel in 2019
Overweegt u om bedrijfsmiddelen te verkopen die u in 2014 of later heeft aangeschaft? En heeft u over de toenmalige investering in deze bedrijfsmiddelen een investeringsaftrek toegepast? Probeer dan de verkoop uit te stellen tot begin 2019. Zo voorkomt u dat u een deel van de investeringsaftrek moet terugbetalen via de desinvesteringsbijtelling. Hierbij geldt dat de desinvesteringsbijtelling nooit meer is dan de destijds genoten investeringsaftrek. Overigens mag u de desinvesteringsbijtelling ook achterwege laten als u de bedrijfsmiddelen voor hooguit € 2.300 verkoopt.

Let op!
De desinvesteringsbijtelling is ook van toepassing bij andere vormen van vervreemding. Als u een bedrijfsmiddel overbrengt naar uw privévermogen, is dit een fictieve vervreemding. In zo’n geval neemt de Belastingdienst de waarde in het economische verkeer van het bedrijfsmiddel als overdrachtsprijs.

Behoud KIA voor 2018
Overweegt u om in 2018 nog te investeren in bedrijfsmiddelen? Bedenk dan wel dat de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) vervalt als uw investeringen die recht geven op de KIA dit jaar meer bedragen dan € 314.673. Als een overschrijding van dit bedrag dreigt, is het misschien beter om een investering uit te stellen tot in 2019. De investering wordt toegerekend aan het jaar waarin u verplichtingen aangaat, zoals het plaatsen van een order, akkoord gaan met een offerte of het tekenen van een koopcontract. Vervaardigt u zelf een bedrijfsmiddel, dan draait het om het jaar waarin u de voortbrengingskosten maakt.

Let op!
Als uw onderneming deel uitmaakt van een samenwerkingsverband, moet u voor het bepalen van de KIA kijken naar de totale investering van het samenwerkingsverband en niet naar de investering van elke onderneming afzonderlijk.

Doe nog dit jaar een energie-investering
Als u van plan was om begin 2019 een investering te doen in een bedrijfsmiddel dat op de Energielijst 2018 staat, probeer dan deze investering al in 2018 te doen. U kunt dan profiteren van een energie-investeringsaftrek van 54,5%. In 2019 zal deze aftrek maar 45% bedragen. Ook hier draait het om het moment waarop u verplichtingen aangaat of de voortbrengingskosten maakt.

Let op!
Meld uw energie-investering binnen drie maanden na het aangaan van de verplichtingen, alleen dan heeft u recht op die forse energie-investeringsaftrek. Het melden doet u bij https://mijn.rvo.nl

Doe aanbetaling op nog ongebruikt bedrijfsmiddel
Als u eind 2018 verplichtingen aangaat voor de investering in een bedrijfsmiddel, mag u daarover de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) toepassen in 2018. In principe geldt hierbij de voorwaarde dat u het bedrijfsmiddel in 2018 heeft betaald en in gebruik heeft genomen. Heeft u het bedrijfsmiddel in 2018 nog niet in gebruik genomen? En zou de investeringsaftrek uitgaan boven het bedrag dat bij het einde van 2018 voor die investering is betaald? Dan wordt de KIA beperkt tot het bedrag wat in 2018 is betaald. Het meerdere is aftrekbaar als KIA in 2019. Als u de KIA toch volledig wilt benutten, zult u een aanbetaling moeten doen zodat de totale betaling in 2018 voor de investeringen minimaal gelijk is aan het bedrag van de KIA voor 2018.

Los familieschuld voor bedrijfsmiddel af
In beginsel mag u geen investeringsaftrek toepassen voor verplichtingen die u bent aangegaan met bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of personen die behoren tot uw huishouden. De inspecteur kan deze beperking op verzoek in de aangifte achterwege laten. Een belangrijke voorwaarde is dat het reële verplichtingen betreft. Verder mag de investering in principe niet zijn bedoeld om het percentage van de investeringsaftrek te beïnvloeden. Een ander aandachtspunt is dat de fiscus de desinvesteringsbijtelling toepast als de verplichting tegenover de bloed- of aanverwant niet is nagekomen of is veranderd binnen vijf jaar na aanvang van het kalender(boek)jaar waarin de verplichting was aangegaan. Bent u in 2014 zo’n verplichting aangegaan, zorg er dan voor dat u vóór 1 januari 2019 de verschuldigde rente en aflossing betaalt. Of maak aannemelijk dat de afwijking van wat overeengekomen is op zakelijke gronden berust.

Vraag vóór december WBSO 2019 aan
Door tijdig een WBSO-tegemoetkoming aan te vragen, kunt u de (loon)kosten van uw R&D-project verlagen. Als u in januari 2019 meteen gebruik wil maken van de WBSO-tegemoetkoming, moet u de aanvraag uiterlijk 30 november 2018 indienen.

Tip!
Als u een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) bent, heeft u meer tijd om de WBSO-tegemoetkoming aan te vragen, namelijk tot en met 1 januari 2019. Een ander voordeel voor zzp’ers is dat voor hen geen maximum voor het aantal aanvragen geldt. Andere bedrijven mogen hoogstens drie keer per jaar een aanvraag indienen.

IB-ONDERNEMER

Eis vergeten investeringsaftrek op
Het investeren in bedrijfsmiddelen kan u niet alleen de mogelijkheid bieden om afschrijvingskosten af te trekken, maar ook om een extra aftrekpost toe te passen: de investeringsaftrek. Er zijn drie vormen van de investeringsaftrek: de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringsaftrek (EIA) en de milieu-investeringsaftrek (MIA). Als u in uw aangifte inkomstenbelasting over 2013 bent vergeten de investeringsaftrek toe te passen, kunt u de inspecteur in 2018 alsnog verzoeken om ambtshalve vermindering. Dit is wel het laatste jaar waarin u nog kunt verzoeken om een ambtshalve vermindering over 2013.

Let op!
U mag voor dezelfde investering niet zowel de MIA als de EIA toepassen.

Let op!
Voor zowel de EIA als de MIA geldt dat u binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting u hiervan melding moet doen bij RVO.nl.

Werk door totdat u op 1.225 uren zit
Als ondernemer kunt u gebruik maken van diverse ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting, zoals de ondernemersaftrek en de mogelijkheid om te doteren aan de oudedagsreserve. Om deze faciliteiten te mogen toepassen, moet u voldoen aan het zogeheten urencriterium. Dat betekent dat u in 2018 minstens 1.225 uur moet besteden aan uw onderneming. U kunt dit aannemelijk maken met een urenadministratie. Overigens wordt de grens niet aangepast als u maar een deel van het jaar ondernemer bent. In geval van zwangerschap, worden de uren die de onderneemster normaliter wel zou hebben gewerkt in de 16 weken rondom de bevalling toch meegeteld.

Let op!
Een voorwaarde is ook dat u meer dan de helft van uw totale arbeidstijd besteedt aan uw onderneming. Daardoor is het van belang om niet te veel tijd te besteden aan andere werkzaamheden (bijvoorbeeld ‘bijbaantjes’ in dienstbetrekking). Deze eis geldt niet als u in een of meer van de voorgaande vijf kalenderjaren geen ondernemer was en in die periode hooguit twee keer de zelfstandigenaftrek heeft toegepast.

Besteed meer tijd in uw werkruimte
Onder strikte voorwaarden kunt u de kosten van uw werkruimte aftrekken van uw belastbare winst over 2018. Van belang is dat u dit jaar voldoende inkomsten in of vanuit die werkruimte verwerft. Hoe dan ook moet u minstens 30% van uw arbeidsinkomen in die werkruimte verwerven en minstens 70% van het arbeidsinkomen in of vanuit die werkruimte verwerven. Beschikt u elders ook over een werkruimte, dan moet u in 2018 zelfs 70% van uw arbeidsinkomen in de werkruimte verwerven. In dit verband tellen pensioenuitkeringen ook als arbeidsinkomen. Ontvangt u in 2018 zo’n uitkering, zorg dan dus ervoor dat u voldoende overige arbeidsinkomsten in of vanuit de werkruimte behaalt in 2018 om te voldoen aan het 30%- en 70%-criterium.

Let op!
De werkruimteregeling en haar voorwaarden zien op de werkruimte in een woning die niet behoort tot uw ondernemingsvermogen. Bovendien moet het gaan om een deel van de woning dat naar maatschappelijke maatstaven zelfstandig is. Dit is een ingewikkeld begrip, dus overleg met uw adviseur of uw werkruimte als zodanig kwalificeert.

Wacht tot 1 januari 2019 met toekennen vergoeding voor uw partner
Heeft uw partner dit jaar minstens 525 uren aan arbeid verricht voor uw onderneming maar heeft u hem daarvoor tot nu toe nog geen vergoeding toegekend? Maar wilt u beginnen met het toekennen van een arbeidsvergoeding? Dan kunt u waarschijnlijk net zo goed nog even wachten tot na 2018 zodat u de meewerkaftrek kunt benutten. Als uw partner minstens 525 uren maar hooguit 875 uren in uw onderneming heeft gewerkt, is de meewerkaftrek 1,25% van de winst. Bij een hoger aantal uren stijgt de aftrek tot maximaal 4% van de winst (uw partner werkt dan minstens 1.750 uren in uw onderneming). Bepaalde vormen van winst, bijvoorbeeld stakingswinst, tellen niet mee voor de berekening van de meewerkaftrek.

Tip!
Een voordeel van het wel toekennen van een arbeidsvergoeding is dat deze aftrekbaar is. Een arbeidsbeloning van minder dan € 5.000 aan uw partner is echter niet aftrekbaar en evenmin belast bij uw partner. Reken dus uit wat het meest voordelig is. Vergeet ook de effecten niet die meer of minder inkomen kan hebben op heffingskortingen en toeslagen.

Voorkom verdamping verlies uit 2009
Heeft u in 2009 een fiscaal verlies geleden maar dit nog niet volledig verrekend? Dan is het waarschijnlijk beter als u dit jaar niet te veel aan fiscale winstuitstel doet. Bijvoorbeeld door af te zien van een dotatie aan de oudedagsreserve of een fiscale boekwinst op een bedrijfsmiddel te laten vrijvallen. Voor zover u het verlies uit 2009 niet weet te verrekenen met winst uit 2018, zal het namelijk op 1 januari 2019 verdampen.

Schiet op met verhuizen
Heeft u uw onderneming verplaatst rond 1 januari 2017? En bent u nu bezig met een verhuizing zodat u dichter bij uw werk komt te wonen? Dan doet u er goed aan de verhuizing snel af te ronden. Zo kunt u de fiscale aftrekpost voor verhuizing in het kader van een onderneming veiligstellen. De aftrekpost is gelijk aan het bedrag van de kosten van het overbrengen van de inboedel plus € 7.750. Onder de volgende omstandigheden stelt de fiscus dat in ieder geval sprake is van een verhuizing in het kader van de onderneming. Ten eerste moet de afstand tussen uw woning en uw werk eerst minstens 25 kilometer is geweest. Daarnaast moet tijdig de afstand van uw woning en de werkplek van uw onderneming zijn afgenomen met 60% of meer. Dit moet gebeuren binnen twee jaar na de verplaatsing van uw onderneming!

Tip!
Als u binnen twee jaar na de verplaatsing van uw onderneming verhuist en de reisafstand voldoende wordt verkort, is in ieder geval sprake van een verhuizing in het kader van de onderneming. Deze formulering impliceert dat u ook op een andere manier kunt aantonen dat u in het kader van uw onderneming bent verhuisd. Deze manier zal echter minder zekerheid geven.

VENNOOTSCHAPPEN EN DGA’S

Laat fiscale winst in 2019 vallen
Is uw B.V. bezig met een winstgevende transactie die rond de jaarwisseling kan worden voltooid? Kijk dan of het mogelijk is om de transactie na 1 januari 2019 te laten plaatsvinden. In dat verwachting onder een tarief van 19% in plaats van de huidige 20%.

Let op!
In 2020 en 2021 zal een verdere daling van de vennootschapsbelastingtarieven plaatsvinden. Voor 2021 zullen de tarieven 15% en 20,5% bedragen. Of dit daadwerkelijk doorgaat, is op dit moment niet met zekerheid te zeggen.

Neem verlies B.V. in 2018
Heeft u de keus om een verlies van uw B.V. over dit jaar te beperken, terwijl dit leidt tot een hoger verlies in 2019? Zo’n keuze is waarschijnlijk fiscaal onvoordelig! Het kabinet wil namelijk in 2019 de voorwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting beperken van negen tot zes jaar. B.V.’s krijgen dus minder tijd om hun verliezen te verrekenen!

Tip!
Bij wijze van overgangsrecht is het wel zo een verlies uit 2019 voorrang heeft op verliezen uit 2017 en 2018 als het gaat om verrekening. En wat dat betreft heeft een verlies uit 2020 voorrang op een verlies uit 2018.

Neem ab-verlies in 2018
Bent u door omstandigheden genoodzaakt binnenkort een deel van uw aanmerkelijkbelangpakket met verlies te verkopen? En twijfelt u nu tussen dit jaar verkopen of uitstellen tot 2019? Bedenk dan dat in 2019 de voorwaartse verliesverrekening in de inkomstenbelasting voor aanmerkelijkbelanghouders wordt beperkt van negen tot zes jaar. Een verlies dat u in 2019 lijdt, verdampt dus in beginsel eerder dan een verlies uit 2018!

Tip!
Bij wijze van overgangsrecht is het wel zo dat een verlies uit 2019 voorrang heeft op verliezen uit 2017 en 2018 als het gaat om verrekening. En wat dat betreft heeft een verlies uit 2020 voorrang op een verlies uit 2018.

Los schuld aan dga af na 1 januari 2019
Als uw B.V. al geruime tijd een schuld heeft aan u en u wilt haar deze schuld laten aflossen, wacht daar dan mee tot na 1 januari 2019. Zo voorkomt u dat het geldbedrag dat u ontvangt meteen in de rendementsgrondslag van box 3 voor het jaar 2019 valt.

Let op!
Een probleem kan ontstaan als u vanuit uw privévermogen een lening van hooguit drie maanden heeft verstrekt. De inspecteur past in zo’n geval de volgende sanctie toe. Ten eerste rekent hij de vordering aan uw box 3-vermogen toe. Tegelijkertijd belast hij bij u het voordeel uit de terbeschikkingstelling. De fiscus kan deze sanctie ook toepassen als de terbeschikkingstelling langer dan drie maanden maar niet meer dan zes maanden duurde. Alleen kunt u in deze situatie de dubbele heffing ontlopen als u aannemelijk maakt dat uw handelingen voor meer dan 50% zijn gebaseerd op zakelijke overwegingen.

Los rekening-courantschuld af
De staatssecretaris van Financiën heeft zijn voornemen geuit om de rekening-courant kredieten van dga’s bij hun B.V.’s te bestrijden. Als hij zijn voornemen ongewijzigd uitvoert, zal vanaf 2020 de fiscus een rekening-courantschuld van een dga aan zijn B.V. aanmerken als verkapte dividenduitkering voor zover het bedrag € 500.000 te boven gaat. Dit bedrag geldt voor de dga en zijn partner samen. Overigens ziet deze maatregel niet alleen op rekening-courant kredieten, maar ook op andere schulden aan de B.V. met uitzondering van eigenwoningschulden. Voorlopig lijkt er geen verder overgangsrecht te komen, dus maak alvast een begin met het verlagen van uw rekening-courant krediet.

Let op!
De inspecteur kan ook nu een rekening-courant schuld tot uw inkomen uit aanmerkelijk belang rekenen. Maar dan moet hij wel kunnen aantonen dat u uw schuld feitelijk niet meer zult aflossen. De fiscus draagt nu dus veel meer bewijslast.

Laat verliezen B.V. niet verloren gaan
Let erop dat in de vennootschapsbelasting geleden verliezen beperkt aftrekbaar zijn. Een verlies van 2018 is te verrekenen met de winst van 2017 of met de winsten van de jaren 2019 tot en met 2027. Heeft u nog verrekenbare verliezen in uw B.V. van 2009? Voorkom dan dat deze verliezen verdampen. Laat bijvoorbeeld voorzieningen vrijvallen, zoals de herinvesteringsreserve of verkoop bedrijfsmiddelen met stille reserves aan een gelieerde vennootschap. Een andere methode is sale/lease back van bedrijfsmiddelen met stille reserves.

Keer vóór 1 januari 2019 terug naar IB-onderneming
Vanaf ieder boekjaar dat begint op of na 1 januari 2019 mogen in beginsel alle onroerende zaken van B.V.’s en andere vennootschapsbelastingplichtige lichamen niet verder worden afgeschreven dan tot 100% van de WOZ-waarde. Nu geldt deze afschrijvingsbeperking alleen voor beleggingspanden, want uw B.V. mag bedrijfsmatig gebruikt vastgoed afschrijven tot 50% van de WOZ-waarde. Als u over meer aspecten van de B.V. ontevreden bent, kan deze nieuwe maatregel de druppel zijn die de emmer doet overlopen. U kunt besluiten om de onderneming van uw B.V. in een IB-onderneming in te brengen. Onder voorwaarden kan deze terugkeer plaatsvinden zonder dat uw B.V. vennootschapsbelasting hierover is verschuldigd. En vindt deze terugkeer plaats vóór 1 januari 2019, dan weet u zeker dat u niets te maken krijgt met de afschrijvingsbeperking.

Tip!
Het is niet strikt noodzakelijk om dit al voor de jaarwisseling te regelen. U kunt begin 2019 besluiten om alsnog de BV met terugwerkende kracht per 1 januari 2019 in te brengen in een eenmanszaak. Dit is echter een erg complexe regeling. Daarom adviseren wij hier een deskundig adviseur bij in te schakelen.

Neem vóór 1 januari 2019 pand in gebruik
Het verbod om in boekjaren die op of na 1 januari 2019 beginnen een bedrijfspand tot onder de WOZ-waarde af te schrijven, zal niet altijd gelden. Als de ondernemer vóór 1 januari 2019 het desbetreffende gebouw in gebruik neemt en op dat gebouw nog geen drie jaren heeft afgeschreven, geldt overgangsrecht. De ondernemer mag dan naar verwachting volgens de huidige regels fiscaal afschrijven totdat hij wel drie jaren op het gebouw heeft afgeschreven.

Let op!
Het overgangsrecht gaat niet zo ver dat de ondernemer zijn bedrijfspand mag afschrijven tot onder 50% van de WOZ-waarde. Dit is immers evenmin toegestaan onder het huidige recht.

Benut vóór 2019 ab-belastingkorting
Als u vanaf 2017 geen aanmerkelijk belang (ab) meer had, maar nog wel een openstaand verlies uit ab, kunt u dit verlies dit jaar omzetten in een belastingkorting. De belastingkorting bedraagt 25% van het openstaande ab-verlies. Als u uw ab-verlies in 2018 omzet in een belastingkorting, mag u deze korting aftrekken van de inkomstenbelasting over de box 1-inkomens van 2018 tot en met 2025. Maar let wel op het jaar waarin het desbetreffende ab-verlies is geleden. De belastingkorting verdampt namelijk voor zover zij voortkomt uit een verlies van meer dan negen jaar geleden. Voor zover de belastingkorting is gebaseerd op een verlies uit 2009, moet u dit deel van de korting nog dit jaar zien te benutten.

Verkoop in 2018 nog aandelen in buitenlands lichaam
Heeft uw holding een belang van meer dan 50% in een lichaam dat is gevestigd in een andere staat? En belast die andere staat de winsten van het buitenlandse lichaam niet tegen minstens 9%? Dan merkt de Belastingdienst dit belang vanaf 1 januari 2019 (als het boekjaar het kalenderjaar volgt) aan als een belang in een gecontroleerd buitenlands lichaam (‘Controlled Foreign Company of CFC). Als zo’n CFC rente, royalty’s, dividenden of andere ‘besmette’ voordelen ontvangt en deze niet uitkeert, rekent de Belastingdienst deze voordelen na aftrek van de bijbehorende kosten tot de winst van uw holding. Als u deze nieuwe maatregel problematisch vindt, kunt u overwegen om voldoende aandelen in het buitenlandse lichaam te verkopen zodat uw holding niet meer onder deze maatregel valt.

Tip!
De CFC-maatregel blijft in bepaalde situaties, waarin de fiscus geen misbruik ziet, buiten toepassing. Bijvoorbeeld als het lichaam doorgaans hoofdzakelijk niet-besmette voordelen ontvangt.

Deponeer jaarrekening tijdig
Zorg ervoor dat uw B.V. tijdig haar jaarrekening deponeert. Dit is vooral belangrijk als een faillissement eraan zit te komen. U riskeert dan namelijk als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk te worden gesteld voor de schulden van de B.V. die niet door vereffening zij te voldoen. Het deponeren van de jaarrekening bij de Kamer van Koophandel (KvK) moet uiterlijk acht dagen na vaststelling van die jaarrekening plaatsvinden. Bovendien moet het deponeren uiterlijk twaalf maanden na afloop van het desbetreffende boekjaar plaatsvinden De uiterste deponeerdatum voor het boekjaar 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017 is dus 31 december 2018. Als u vreest dat u het niet redt om de jaarstukken tijdig te deponeren, kunt u desnoods de voorlopige jaarrekening deponeren.

Let op!
Meestal zijn alle aandeelhouders ook bestuurder of commissaris. In dat geval heeft u minder tijd om de jaarrekening te deponeren. Zelfs als de maximale vijf maanden uitstel zijn verleend voor het opstellen van de jaarrekening (de normale termijn is vijf maanden), moet u de jaarrekening voor het boekjaar 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017 uiterlijk deponeren op 8 november 2018. In statuten kan overigens van deze wettelijke regeling zijn afgeweken!

Tip!
Lukt het echt niet om de jaarstukken op tijd te deponeren, dan rest u toch nog een mogelijkheid om de aansprakelijkstelling te voorkomen. Hoewel u als bestuurder wordt geacht uw taak onbehoorlijk te hebben vervuld, bent u niet aansprakelijk als u aannemelijk weet te maken dat dit onbehoorlijk bestuur geen belangrijke oorzaak is van het faillissement.

Breng B.V. vóór 2019 naar buitenland
Bent u al vergevorderd met een zetelverplaatsing van uw B.V. naar het buitenland? Rond dit dan snel af. Het is in ieder geval aan te raden als u vóór 1 januari 2019 om uitstel van betaling van de zogeheten exitheffing vraagt. Grofweg gezegd is dat een heffing over de meerwaarden die gedurende de binnenlandse belastingplicht zijn ontstaan. Onder de huidige wetgeving heeft u tien jaar de tijd om deze heffing te betalen. Vraagt u op of na 1 januari 2019 het betalingsuitstel aan, dan moet u de exitheffing in vijf jaar betalen.

Let op!
Zowel onder de huidige als onder de nieuwe wetgeving eindigt het betalingsuitstel voor zover de desbetreffende meerwaarde vrijvalt.

Koop nog vóór 1 januari 2019 uw PEB af
Heeft u als dga in 2018 nog pensioen in eigen beheer (PEB)? En wilt u na lang wikken en wegen dit PEB afkopen? Wacht daar dan niet langer mee, want de fiscale korting die u bij deze afkoop krijgt, daalt ieder jaar! Zo mocht u in 2017 u op de belaste afkoopwaarde een vermindering toepassen van 34,5%% van de balanswaarde van de corresponderende verplichting bij de pensioen-B.V. Daarbij geldt dat de fiscale balanswaarde hoogstens gelijk is aan de waarde van de verplichting aan het einde van het boekjaar dat in 2015 eindigde. Nu bedraagt deze vermindering nog maar 25%. Maar dat is nog altijd beter dan de vermindering van 19,5% die in 2019 gaat gelden.

Let op!
U kunt het PEB alleen afkopen met toestemming van uw partner. Bespreek daarom uw voornemen om af te kopen eerst met uw partner.

Zet PEB pas in 2019 om in oudedagsverplichting
Als u uw pensioen in eigen beheer (PEB) niet wilt afkopen maar wilt omzetten in een oudedagsverplichting (ODV), kunt u dat in 2019 voor het laatst doen. U kunt ook in 2018 de omzetting nog regelen, maar even wachten kan handig zijn. U mag namelijk een PEB oprenten met 4%. Als het PEB eenmaal is omgezet in een ODV, moet u voor het oprenten in beginsel de marktrente hanteren. Deze bedraagt voor 2018 maar 0,06%.

Let op!
U kunt het PEB alleen omzetten in een ODV met toestemming van uw (ex-)echtgenoot. Bespreek daarom tijdig met hem uw voornemen om over te gaan tot de omzetting.

Draag vorderingen en belastingschulden over aan B.V.
Leningen of vorderingen zijn bezittingen die in box 3 bij u als dga belastbaar zijn. Als u grote belastingschulden heeft, zijn deze schulden niet aftrekbaar in box 3. U kunt uw B.V. de vorderingen die u heeft en de belastingschulden over laten nemen. Hierdoor vindt een verrekening van de vordering en schulden plaats. Voor zover de schulden groter zijn dan de vorderingen, ontstaat een schuld aan de B.V. Die schuld kwalificeert wel als schuld voor box 3. Hierdoor kan een besparing van belasting over uw vermogen in box 3 worden bereikt. Uiteraard moet de overdracht van de vorderingen en belastingschulden wel plaatsvinden vóór de peildatum van 1 januari 2019.

Let op!
Als per saldo een vordering op uw B.V. ontstaat, valt deze vordering onder de terbeschikkingstellingsregeling en moet u over de rente in box 1 belasting betalen. Ga na of dat wenselijk is. Is dit niet wenselijk, draag dan een lager deel van de vordering over!

Rond vereffening af in 2018
In tegenstelling tot gewone verliezen uit een deelneming kunnen liquidatieverliezen wel aftrekbaar zijn bij de holding. Maar dan moet men wel voldoen aan enkele voorwaarden. Zo moet de vereffening zijn voltooid in het jaar waarin uw holding het liquidatieverlies wil aftrekken. Wilt u dat het liquidatieverlies in 2018 aftrekbaar is, rond dan de vereffening nog in 2018 af. Als u juist wilt dat uw holding pas in 2019 het liquidatieverlies aftrekt, stel de afronding van de vereffening uit tot in 2019.

Geef uw kind vóór 2019 een baan bij uw B.V.
In beginsel moet u inkomstenbelasting betalen als u als dga de aandelen in uw B.V. schenkt aan uw kinderen of aan een andere bedrijfsopvolger. U betaalt dan belasting over de waarde in het economische verkeer van de aandelen minus uw verkrijgingsprijs. Onder voorwaarden kunt u deze fiscale claim doorschuiven. Zo geldt de eis dat de verkrijger al gedurende 36 maanden vóór de schenking in dienstbetrekking was bij de B.V. Deze voorwaarde vergt dus enige voorbereiding. Als u uw aandelen fiscaal geruisloos wilt schenken op 1 januari 2022, moet deze begunstigde dus uiterlijk 31 december 2018 in dienst treden bij uw B.V.

Regel kwijtschelding vóór 2019
Heeft u borg gestaan voor uw B.V. en daarvoor een voorziening gevormd? Maar wordt u nu aangesproken voor een hoger bedrag dan voorzien? Dan zult u moeten nagaan of een gedeeltelijke kwijtschelding mogelijk is. De tweede vraag is wanneer deze kwijtschelding het best kan plaatsvinden. Het fiscaal voordelig om deze kwijtschelding nog in 2018 te regelen als uw box 1-inkomen in 2018 positief is terwijl u het volgende jaar een verlies verwacht. Het verschil tussen de borgstellingsvoorziening en uw werkelijke betaling als borg is namelijk belast als kwijtscheldingswinst. Deze is vrijgesteld, maar niet voor zover nog sprake is van een verlies in het desbetreffende jaar en openstaande verliezen uit het verleden. Als de kwijtscheldingswinst in 2019 valt, zal dus een deel ter grootte van het verlies in 2019 niet zijn vrijgesteld.

Trek u pas na 2018 terug uit VBI
Heeft u een aanmerkelijk belang in een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI), dan berekent de Belastingdienst daarover in principe een fictief regulier voordeel van 5,38% van de waarde in het economische verkeer die aan het begin van het jaar was toe te rekenen aan de aandelen. Het bedrag dat u daadwerkelijk aan dividend heeft ontvangen, vermindert dit reguliere voordeel maar niet verder dan tot nihil. Als u het forfaitaire rendement te hoog vindt, zou u kunnen overwegen om uw aandelen in de VBI te vervreemden en in box 3 te gaan beleggen. Maar daar kunt u beter nog even mee wachten. Het forfaitaire voordeel wordt namelijk tijdsevenredig berekend. Als u na de peildatum voor box 3 in 2019 uw belang in de VBI vervreemdt, belandt de opbrengst voor 2018 nog niet in de rendementsgrondslag. En de hoogte van het forfaitair rendement valt ook mee omdat het maar over een korte periode wordt berekend.

Let op!
Als u uw vermogen binnen achttien maanden weer overbrengt van de VBI naar box 3, treedt een sanctie in werking. De fiscus belast dan dit zowel in box 2 als in box 3. Denkt u erover om vermogen over te hevelen van uw VBI naar box 3, check dan of u voldoet aan de genoemde termijn van 18 maanden.

Tip!
Er geldt wel een tegenbewijsregel. De sanctie geldt niet als u aannemelijk kunt maken dat u om zakelijke redenen het vermogen binnen 18 maanden terughaalt naar box 3.

Plan een herfinanciering
In boekjaren die op of na 1 januari 2019 beginnen zal een nieuwe algemene renteaftrekbeperking gelden voor B.V.’s, N.V.’s en andere vennootschapsbelastingplichtige lichamen. Grofweg gezegd betekent dit dat de rente aftrekbaar is tot maximaal 30% van de winst vóór rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie. Leidt deze grens tot een renteaftrek van minder dan € 1 miljoen, dan geldt een aftrekmaximum van € 1 miljoen. Het niet-aftrekbare deel van de rente is naar het volgende jaar door te schuiven. Toch maakt deze maatregel het minder fiscaal interessant om veel met vreemd vermogen te financieren. Bedrijven moeten serieus overwegen of zij niet meer met eigen vermogen kunnen financieren.

Tip!
Als de wetgever deze robuuste renteaftrekbeperking invoert, ontstaat ook de ruimte om een of meer gecompliceerde renteaftrekbeperkingen af te schaffen. Bijvoorbeeld de renteaftrekbeperking die optreedt als een deelneming met te veel vreemd vermogen is gefinancierd (het voorstel om deze renteaftrekbeperking te laten vervallen is echter opgenomen in de omstreden Wet bedrijfsleven 2019). De renteaftrekbeperking die optreedt bij besmette transacties, blijft wel bestaan. Bij besmette transacties kunt u denken aan het financieren van een dividenduitkering met geld dat is geleend van gelieerde partij.

Zet coco’s om in kapitaal
Is uw cliënt een bank of een verzekeringsmaatschappij die zogeheten aanvullend tier-1 kapitaalinstrumenten zoals contingent convertibles (coco’s) heeft uitgegeven om financiële middelen mee aan te trekken? Dan is het misschien fiscaal voordeliger om deze coco’s om te zetten in echt kapitaal. Tot nu toe was en is het voordeel van de coco’s dat de vergoeding (de coupon) aftrekbaar is van de fiscale winst. Maar in boekjaren die op of na 1 januari 2019 beginnen, is de coupon niet langer aftrekbaar. Het kabinet wil überhaupt overmatige financiering met vreemd vermogen verder aanpakken.

Vraag vóór 1 januari 2019 ontvoeging aan
Wilt u dat een of meer lichamen die nu zijn gevoegd in een fiscale eenheid (FE) voor de vennootschapsbelasting deze FE op verzoek verlaten? En wilt u dat deze zogeheten ontvoeging plaatsvindt op 1 januari 2019? Dan moet u het verzoek om deze ontvoeging uiterlijk op 31 december 2018 hebben ingediend.

Lever vóór 1 januari 2019 het landenrapport over 2017 aan
Als de moedermaatschappij van een multinationale groep is gevestigd in Nederland en het boekjaar van de groep het kalenderjaar volgt, moet zij vóór 1 januari 2019 het landenrapport over 2017 inleveren bij de Belastingdienst. In uitzonderingsgevallen kunnen ook Nederlandse groepsmaatschappijen van multinationale groepen waarvan de uiteindelijke moedermaatschappij is gevestigd in het buitenland, verplicht zijn het landenrapport aan te leveren. Het nalaten van deze verplichting kan een bestuurlijke boete of zelfs strafrechtelijke sancties als gevolg hebben. De (moeder)maatschappij hoeft echter geen landenrapport in te dienen als geconsolideerde groepsomzet in het boekjaar 2016 minder dan € 750 miljoen was.

Vraag vóór 1 januari 2019 om aangifte in dollars te doen
Als u vanaf 2019 uw aangifte vennootschapsbelasting in dollars of een andere valuta dan de euro wilt indienen, moet u daartoe vóór 1 januari een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Als de inspecteur uw verzoek inwilligt, bent u in beginsel voor een periode van tien jaar gebonden aan uw keuze.

BTW EN OVERDRACHTSBELASTING

Vrijgestelde ondernemer, neem nu nog wat laagbelaste prestaties af
Per 1 januari 2019 wordt het verlaagde tarief in de omzetbelasting verhoogd van 6% naar 9%. Voor btw-vrijgestelde ondernemers betekent dit een lastenverzwaring. Het is daarom een goed idee om waar mogelijk bepaalde laagbelaste prestaties eerder af te nemen, zodat zij nog onder het tarief van 6% vallen.

Meld u nu aan voor MOSS-regeling
Als uw onderneming digitale diensten levert aan particulieren in andere EU-landen, kunt u ook in 2018 en 2019 de mini-one-stop-shop-regeling (MOSS) toepassen. Het voordeel van deze regeling is dat u de btw over deze diensten dan maar in één EU-land aangeeft, bijvoorbeeld in Nederland. Als u deze regeling voor het eerst wilt toepassen, moet u zich hiervoor aanmelden met het formulier ‘Verzoek registratie in Nederland voor betalen btw in EU-landen’. In het registratieformulier geeft u de gewenste ingangsdatum aan. Vanaf die datum moet u uiterlijk 20 dagen na afloop van het kwartaal een btw-melding doen en de verschuldigde btw betalen. Heeft u al eerder een digitale dienst geleverd, dien dan uw aanmelding uiterlijk in op de 10e dag van de maand die volgt op de maand waarin u de dienst heeft geleverd. U kunt dan nog deelnemen vanaf de datum van uw 1e digitale dienst. Anders is de deelname pas mogelijk in het lopende kwartaal.

Factureer digitale dienst na 31 december 2018
Bent u alleen in Nederland gevestigd maar levert u toch digitale diensten aan particuliere afnemers in andere EU-lidstaten? En wilt u geen gebruik maken van de mini-one-stop-shop-regeling (MOSS)? Dan mag u vanaf 1 januari 2019 onder voorwaarden toch aan uw buitenlandse afnemers Nederlandse btw in rekening brengen. Maar dan moet uw totale grensoverschrijdende omzet voor deze diensten onder een jaarlijkse drempel van € 10.000 blijven. Bovendien moet uw grensoverschrijdende omzet dit jaar ook onder de € 10.000 blijven. Dreigt u dit jaar dat bedrag net te overschrijden, wacht dan even met de laatste facturen tot na de jaarwisseling.

Geef btw-correctie auto op in 4e kwartaal 2018
De btw die in 2018 aan u(w bedrijf) in rekening is gebracht op de aanschaf, het onderhoud en het gebruik van de zakelijke auto, is aftrekbaar als voorbelasting zolang u(w bedrijf) de auto heeft gebruikt voor belaste omzet. Als u de auto in 2018 mede voor privédoeleinden heeft gebruikt, moet u daarvoor een correctie toepassen in uw laatste btw-aangifte van 2018. Als u het werkelijke privégebruik niet heeft bijgehouden, mag u uitgaan van 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm). Voor bepaalde auto’s, waaronder auto’s die vijf jaar in de onderneming zijn gebruikt, mag u een forfait van 1,5% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) toepassen.

Let op!
Woon-werkverkeer wordt voor de btw-heffing als privé rijden aangemerkt.

Vraag snel te veel afgedragen btw terug
Het is verstandig om op basis van uw administratie geregeld te controleren of uw btw-aangiften juist zijn. Als u tijdens de controle van uw btw-aangiften ontdekt dat te veel btw is afgedragen, kunt u het bedrag aan te veel afgedragen btw corrigeren met een suppletieaangifte. Dit kan zowel over 2018 als over de vijf voorgaande jaren.

Tip!
U hoeft de suppletieaangifte niet te gebruiken als de correctie hooguit € 1.000 bedraagt. In dat geval mag u de correctie namelijk verwerken in uw eerstvolgende btw-aangifte. Hetzelfde geldt voor een correctie van hooguit € 1.000 aan te weinig afgedragen btw.

Geef BUA-correctie op in laatste slotaangifte 2018
Heeft u in 2018 btw op kosten voor relatiegeschenken of personeelsverstrekkingen heeft afgetrokken? Controleer dan of u een of meer personeelsleden hiermee voor meer dan € 227 (exclusief btw) heeft bevoordeeld. En check ook of u een of meer relaties voor meer dan € 227 heeft bevoordeeld. Als minstens een van beide situaties zich voordoen, moet u in de btw-aangifte over het laatste tijdvak van 2018 de afgetrokken btw corrigeren en alsnog voldoen. Dit wordt ook wel de BUA-correctie genoemd (BUA: Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting).

Let op!
De fiets van de zaak valt buiten de BUA-regeling. En voor de btw-aftrek op kosten van verstrekkingen van eten en drinken aan personeel gelden aparte regels.

Vraag vóór 1 januari 2019 om KOR-ontheffing
Als u als natuurlijk persoon btw-ondernemer bent, kunt u onder voorwaarden in aanmerking komen voor de kleineondernemingsregeling (KOR). De verschuldigde btw na aftrek van voorbelasting mag dan maximaal € 1.883 zijn. Verwacht u in 2019 € 1.345 of minder btw te betalen? Dan hoeft u helemaal geen btw meer te betalen. Bovendien kunt u dan verzoeken om een ontheffing voor administratieve verplichtingen. Wordt uw verzoek ingewilligd, dan hoeft u in beginsel ook geen btw-aangifte meer te doen. Als u uw verzoek voor 2019 nog in 2018 indient, vergroot u de kans dat u al in 2019 van de ontheffing kunt profiteren.

Reik vóór 28 januari 2019 90%-verklaring uit
Als u in 2017 een onroerende zaak heeft gekocht en samen met de verkoper heeft geopteerd om de levering met btw te belasten, moet u tijdig een en ander regelen. U moet namelijk binnen vier weken na afloop van het boekjaar volgend op het boekjaar van levering (dus vóór 28 januari 2019) een zogeheten 90%-verklaring uitreiken aan de verkoper en de fiscus. In deze verklaring vermeldt u of u de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor u voor minstens 90% recht heeft op btw-aftrek. Als u in het eerste boekjaar of in het daaropvolgende boekjaar niet meer voldoet aan het 90%-criterium, stelt de Belastingdienst dat de levering met terugwerkende kracht alsnog vrijgesteld is van btw. Voor de verkoper betekent dit dat het recht op btw-aftrek vervalt en dat hij de in vooraftrek gebrachte btw moet terugbetalen aan de Belastingdienst. Als u in een later jaar niet meer voldoet aan het 90%-criterium, moet u op de gewone manier uw btw-aftrek herzien.

Tip!
Bent u zelf verkoper van een onroerende zaak en wil uw afnemer dat u samen met hem opteert voor een btw-belaste levering? Stel dan in de koopovereenkomst duidelijke afspraken op over de eventuele btw-schade als de optie voor btw-belaste levering vervalt. Beding bijvoorbeeld dat de koper de btw-schade vergoedt aan u als hij niet meer voldoet aan de 90%-norm.

Vraag vóór 1 januari 2019 jaarlijkse btw-aangifte aan
Bent u op jaarbasis niet meer dan € 1.883 aan btw verschuldigd, dan kunt u onder nadere voorwaarden bij uw belastingkantoor een verzoek indienen om jaarlijks btw-aangifte te doen, in plaats van per kwartaal. Wilt u hiervan al in 2019 gebruikmaken, dien uw verzoek dan nog in 2018 in.

Tip!
Doet u momenteel één keer per kwartaal btw-aangifte en krijgt u structureel btw terug? Dan kunt u makkelijk een liquiditeitsvoordeel behalen door maandelijks aangifte te doen. Ook hiervoor moet u een verzoek indienen bij uw belastingkantoor.

KOR: wacht met investeren tot na 2018
Als u in 2018 de kleineondernemersregeling (KOR) toepast en het voornemen heeft om investeringen te doen, is het misschien verstandig om hier nog mee te wachten tot na 1 januari 2019. Want onder de KOR kan het aftrekken van btw ongunstig uitpakken. Als u een ontheffing heeft voor de administratieve verplichtingen, is de aftrek zelfs onmogelijk. Verwacht u dat uw onderneming op korte termijn zodanig groeit dat u de KOR vanaf 2019 niet meer kunt toepassen, dan is het verstandig te wachten met uw investeringen totdat u de KOR niet meer gebruikt. Op dat moment is immers alle betaalde btw als voorbelasting aftrekbaar.

Tip!
Als u juist in 2019 de KOR gaat toepassen, kunt u beter uw investeringen naar voren halen. Doe ze nog in 2018, dan kunt u de betaalde btw aftrek brengen.

Dga, begin in 2019 met werkzaamheden voor werk-B.V.
Heeft uw holding een werkmaatschappij die btw-belaste activiteiten verricht? En wil zij deze werkmaatschappij actief gaan beheren? Zorg dan ervoor dat u als dga rechtstreeks namens uw holding de managementwerkzaamheden verricht voor de werkmaatschappij. Zo is duidelijk dat uw B.V. een zogeheten moeiende holding is en recht heeft op aftrek van voorbelasting voor zover de afgenomen prestaties zijn benut voor btw-belaste activiteiten. Als het u niet lukt om dit huidige btw-tijdvak nog werkzaamheden te verrichten voor de werkmaatschappij, probeer dit dan te doen in het nieuwe belastingtijdvak.

WERKGEVER

Laat administraties op elkaar aansluiten
Ga aan het einde van 2018 zo snel mogelijk na of de loonadministratie en de financiële administratie op elkaar aansluiten. Het is immers mogelijk dat een of meer (belaste) uitbetaalde vergoedingen per abuis niet zijn verwerkt in de loonadministratie. En dan zijn over deze vergoedingen geen loonheffingen ingehouden of eindheffingen afgedragen. Bij het maken van de aansluiting tussen de loon- en de financiële administratie komen zulke afwijkingen aan het licht. U kunt de verschuldigde loonheffingen dan alsnog afdragen. Dit kan eventueel in de vorm van eindheffing gebeuren.

Houd een eindejaarsborrel
Heeft u in 2018 de vrije ruimte van de werkkostenregeling wel volledig benut? De vrije ruimte bedraagt 1,2% van de fiscale loonsom. Als blijkt dat er nog voldoende vrije ruimte is, kunt u die bijvoorbeeld benutten voor het kerstpakket of voor een eindejaarsborrel, die overigens alleen binnen de vrije ruimte hoeft te vallen als deze op een externe locatie plaatsvindt. Mocht u dan nog ruimte over hebben, dan kan het handig zijn om verstrekkingen die begin 2019 zijn gepland en onder de vrije ruimte vallen, zo mogelijk te vervroegen. Verder kunt u alvast bekijken of u in 2019, als de vrije ruimte eveneens 1,2% is, rekening moet houden met extra werkkosten ten opzichte van het afgelopen jaar.

Tip!
Heeft u in 2018 al eindheffing afgedragen wegens een verwachte overschrijding van de vrije ruimte? En ontdekt u achteraf dat dit te veel of te weinig was? Dan kunt u dit uiterlijk corrigeren in de aangifte loonheffingen over het eerste tijdvak van 2019.

Ken uw werknemers nog in 2018 een bonus toe
Als u aan het einde van 2018 nog vrije ruimte over heeft én u overweegt om een of meer werknemers een bonus te geven, kunt u deze bonus in de vrije ruimte laten vallen, Daarbij gelden wel als voorwaarden dat u de bonus nog in 2018 uitbetaalt en voldoet aan het gebruikelijkheidscriterium. Dit betekent dat de bonus niet meer dan 30% mag afwijken van wat voor vergelijkbare werknemers in dezelfde sector gebruikelijk is.

Tip!
Het ministerie van Financiën keurt een bonus van maximaal € 2.400 per werknemer per jaar in ieder geval goed. U hoeft daarvoor geen bewijs of onderbouwing te leveren. Bent u dga? Dan mag u zichzelf ook een bonus van € 2.400 toekennen, mits uw vrije ruimte daarvoor voldoende is.

Let op!
Wilt u een hogere bonus toepassen, dan moet u bewijzen dat een dergelijke bonus gebruikelijk is in uw sector.

Laat uw werknemer bij u Kerstinkopen doen
Als uw bedrijf producten verkoopt die ook bij uw werknemers geliefd zijn, geef hen dan korting op de producten die zij bij u kopen. De korting is voor uw werknemers onbelast, mits de producten niet-branchevreemd zijn en voor zover de korting niet te hoog is. Voor zover de korting per product hoger is dan 20% van de waarde van dat product in het economische verkeer of samen met andere verleende kortingen meer bedraagt dan € 500, wordt het meerdere wel in aanmerking genomen als belast loon. Eventueel kunt u dit overschot aanwijzen als eindheffingsloon en ten laste brengen van uw vrije ruimte.

Tip!
U mag deze regeling ook toepassen ten aanzien van oud-werknemers van wie de dienstbetrekking is geëindigd door pensionering of arbeidsongeschiktheid.

Richt vóór 2019 een personeelsfonds op
Als u uitkeringen en verstrekkingen doet aan werknemers, bijvoorbeeld om hen te steunen in financieel krappe tijden of bij tegenslagen, kan het een goed idee zijn om nog in 2018 een personeelsfonds op te richten. Uitkeringen en verstrekkingen uit zo’n fonds zijn namelijk onder voorwaarden onbelast. Eén van de voorwaarden is dat tussen het moment van oprichting en het jaar waarin de uitkeringen worden gedaan (met een maximumperiode van vijf jaar), de bijdrage van de werkgever niet hoger mag zijn dan de totale bijdrage van de gezamenlijke werknemers. Overigens moet u de bijdragen van de werknemers inhouden op hun nettoloon.

Tip!
Als u nog in 2018 een personeelsfonds opricht en de werknemersbijdrage bijvoorbeeld inhoudt op de dertiende maand of eindejaarsuitkering van uw werknemers, kunt u zelf ook nog een bijdrage doen. Dan kunt u hiervan in 2019 eventueel al gebruikmaken.

Houd nieuwjaarsborrel 2019 op de zaak
Een begin 2019 geplande nieuwjaarsborrel kan onder de werkkostenregeling onbelast blijven als u de borrel op de werkplek organiseert. Zowel de drankjes en hapjes die de werknemers consumeren, als de kosten van bijvoorbeeld entertainment allen onder deze faciliteit. Maar kiest u voor een externe locatie kiest, zijn een personeelsfeestje én de consumpties eindheffingsloon en wel tegen de factuurwaarde. Eventueel kunt u hiervoor de vrije ruimte gebruiken, maar dan legt u al op 2 januari beslag op deze ruimte.

Tip!
De verstrekte consumpties zijn ook onbelast voor werknemers van andere vestigingen, locaties of kantoren én voor werknemers van andere werkgevers met wie u de concernregeling toepast.

Let op!
Wilt u nog in 2018 een personeelsfeestje organiseren en zit u krap in vrije ruimte? Houd er dan rekening mee dat maaltijden bij een personeelsfeest niet vrij zijn te verstrekken. Het normbedrag is in 2018 € 3,35.

Pas de concernregeling toe
Als uw bedrijf een concern vormt met minstens twee concernonderdelen, kan het handig zijn om de concernregeling toe te passen. In dat geval hoeft u de vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers van meer dan één concernonderdeel niet langer te splitsen. U kunt de concernregeling toepassen bij een aandelenbelang van minimaal 95%. Als twee of meer stichtingen gedurende het gehele kalenderjaar in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zo met elkaar zijn verweven, dat zij een eenheid vormen, is eveneens sprake van een concern

Tip!
Als u voor het jaar 2018 nog de concernregeling wilt toepassen, moet u daarvoor uiterlijk bij de aangifte over het eerste tijdvak van 2019 kiezen.

Stop tijdig met toepassen 30%-regeling
Laat u werknemers uit het buitenland werkzaamheden in Nederland verrichten voor uw bedrijf? En hebben deze werknemers eind 2018 vijf jaar gebruik gemaakt van de 30%-regeling? Dan kunt u voor deze werknemers na 1 januari 2019 de 30%-regeling niet meer toepassen. Het kabinet wil namelijk de maximale duur van de 30%-regeling voor een werknemer verkorten van (in beginsel) acht naar vijf jaar.

Tip!
Voor sommige werknemers is overgangsrecht getroffen. Het gaat daarbij om werknemers die op 31 december 2018 of daarvoor een vergoeding genoten die viel onder een oudere versie van de 30%-regeling. In beginsel blijven dan de oude regels gelden totdat de oude termijn (acht jaar, maar in bepaalde gevallen zelfs tien jaar) is afgelopen, maar niet langer dan tot en met 31 december 2020.

Check of de sectorindeling voor 2019 klopt
Eind 2018 krijgt u van de Belastingdienst een beschikking met de sectorindeling én de premies voor de werknemersverzekeringen voor 2019. Ga na of de sectorindeling klopt met de activiteiten van uw bedrijf, want als u in de verkeerde sector wordt ingedeeld, kan dit grote financiële gevolgen hebben.

Let op!
Controleer ook de premies! Want ook als de sectorindeling juist is, kunnen de premies werknemersverzekeringen toch onjuist zijn berekend. Reken dit dus na.

Controleer datum pensionering
Als u oudere werknemers in dienst heeft, moet u rekening houden met de jaarlijkse verhoging van de AOW-leeftijd. Per 1 januari 2019 stijgt de AOW-leeftijd naar 66 jaar en vier maanden. Sommige werknemers krijgen dus vier maanden later recht op AOW dan nu het geval is. Bovendien zullen zij in principe vier maanden langer bij uw onderneming in dienst moeten blijven.

Rond afsluiting loonadministratie 2018 af
Het einde van het jaar nadert, is het bijna tijd om de loonadministratie over 2018 af te sluiten. Doe dit zo snel mogelijk. In ieder geval moet dit gebeurd zijn vóórdat u de loonaangifte over het laatste tijdvak van 2018 moet indienen. Controleer bij de afsluiting of u van iedere werknemer een kopie heeft van het identificatiebewijs. Zorg er ook voor dat u alle rekeningen van verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan werknemers en declaraties van aan werknemers vergoede kosten op orde heeft.

Let op!
Weet u de identiteit van een werknemer niet op de juiste manier vast te stellen, pas dan het anoniementarief toe. Anders riskeert u een verzuimboete van maximaal € 5.278.
Controleer administratie van uitzendkrachten
Als uitzendkrachten en andere medewerkers die niet bij uw onderneming in dienst zijn (zoals gedetacheerden) voor uw bedrijf werken, check dan vóór het einde van 2018 of uw administratie met betrekking tot deze medewerkers op orde is. U moet bijvoorbeeld van al deze medewerkers de identiteit hebben gecontroleerd. Ook moet u bijhouden hoeveel loon en vakantiebijslag zij hebben ontvangen én hoeveel uren zij hebben gewerkt. Voldoet u niet aan al deze verplichtingen, dan kan de Inspectie SZW u bij een eventuele controle een boete opleggen van maximaal € 12.000.

Let op!
Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens mag u uitzendkrachten niet vragen om een kopie van het identiteitsbewijs. Noteer daarom bij de controle het soort identiteitsbewijs, nummer en geldigheidsduur.

Tijdelijk contract opzeggen vóór 1 december 2018
Zijn er in uw onderneming tijdelijke arbeidsovereenkomsten die aflopen op 31 december 2018? Laat dan vóór 1 december 2018 aan de werknemer schriftelijk weten of de tijdelijke arbeidsovereenkomst wordt verlengd of niet. Deze zogeheten aanzegverplichting geldt voor tijdelijke contracten van minimaal zes maanden. Als u niet of te laat aanzegt, kan de werknemer een schadevergoeding eisen van maximaal een bruto maandsalaris.

Tip!
Door de aanzegging per e-mail met ontvangstbevestiging te versturen kunt u bewijzen dat u de aanzegging tijdig heeft gedaan. Maar andere bewijsmiddelen zijn ook toegestaan, bijvoorbeeld een aangetekende brief.

Bij ontslag vóór 2019 lagere transitievergoeding
Op 1 januari 2019 wordt het ontslagrecht versoepeld. De versoepeling betreft de situatie waarin meerdere ontslagredenen een rol spelen, die op zichzelf gezien echter te zwak zijn om tot ontslag over te gaan. Voortaan zal de rechter de afweging moeten maken of ontslag is gerechtvaardigd. Tegenover deze versoepeling staat echter een verruiming van het recht op de transitievergoeding. Nu moet een werknemer eerst twee jaar bij u in dienst zijn geweest om aanspraak te maken op een transactievergoeding. Vanaf 1 januari 2019 zal de ontslagvergoeding een derde van het maandsalaris bedragen, voor elk jaar dienstverband. Verder zal de rechter de werknemer een extra vergoeding kunnen toekennen van maximaal de helft van de transitievergoeding, bovenop de al bestaande transitievergoeding. Wel worden de mogelijkheden verruimd om scholingskosten in mindering te brengen op de ontslagvergoeding.

Wijzig vóór 14 december 2018 uw aangiftetijdvak
Misschien wilt u in 2019 een ander aangiftetijdvak gebruiken voor de loonheffingen. Bijvoorbeeld omdat u het loon voortaan om de vier weken uitbetaalt. In dat geval zult u de Belastingdienst een ingevuld formulier ‘Wijziging aangiftetijdvak loonheffingen moeten opsturen waarin u verzoekt om een wijziging van het aangiftetijdvak. Dit formulier moet uiterlijk 14 december 2018 binnen zijn bij de Belastingdienst. Als de inspecteur het formulier later ontvangt, kunt u pas in 2020 een ander aangiftetijdvak gebruiken.

Verleg vóór 1 januari 2019 inhoudingsplicht binnen concern
Heeft uw concern een of meer buitenlandse concernonderdelen? Dan kan het Nederlandse concernonderdeel de buitenlandse concernonderdelen veel administratieve rompslomp uit handen nemen door akkoord te gaan met verlegging van de inhoudingsplicht naar een Nederlands concernonderdeel. Om de inhoudingsplicht te verleggen moeten de betrokken concernonderdelen gezamenlijk vóór 1 januari 2019 een verzoek indienen bij de Belastingdienst.

Regel snel de A1-verklaring
Als u werknemers in dienst heeft die in Nederland werken maar in het buitenland wonen, is de vraag in welk land deze werknemers zijn verzekerd voor de sociale verzekeringen en of u voor hen sociale premies moet inhouden en afdragen. Hierover kunt u zekerheid krijgen door bij de sociale zekerheidsinstantie van het woonland (in de meeste gevallen Duitsland of België) een beschikking aan te vragen die aangeeft welk wettelijk stelsel van sociale zekerheid van toepassing is. Deze beschikking noemt men ook wel de A1-verklaring. Omdat de A1-verklaring meestal voor 12 maanden geldt, moet u jaarlijks een nieuwe beschikking aanvragen. Het einde van het jaar is een goed moment om te inventariseren wanneer de lopende verklaringen aflopen. Maak hiervan een overzicht en mochten er een of meer verklaringen per 31 december 2018 aflopen, vraag dan nog in 2018 een nieuwe beschikking aan als u ook in 2019 zekerheid wilt hebben over de vraag of de betreffende werknemers wel of niet in Nederland zijn verzekerd voor de sociale verzekeringen.

Verleng de werkvergunningen
Heeft u werknemers in dienst die geen EU- of EER-nationaliteit hebben? Zorg dan ervoor dat u voor deze mensen beschikt over een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. Aangezien deze vergunningen voor een bepaalde periode worden afgegeven en meestal per het eind van een kalenderjaar aflopen, is het raadzaam om zo snel mogelijk te checken of een of meer werkvergunningen per 31 december 2018 aflopen. Is dit inderdaad het geval, vraag dan direct een verlenging aan, mits dit gewenst is.

Tip!
Voor Zwitserse werknemers heeft u, net als voor EU-werknemers, geen tewerkstellingsvergunning nodig.

Kijk uit naar vrijwilligers voor werk in 2019
Voor algemeen nut beogende instellingen is er goed nieuws: de vrijwilligersregeling wordt verruimd. Nu kunnen vrijwilligers onder voorwaarden maximaal € 150 per maand en maximaal € 1.500 per jaar ontvangen als onbelaste onkostenvergoeding. Dit bedrag zal per 1 januari 2019 stijgen naar € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar.

Licht buitenlandse werknemers in over voorlopige aanslag
Heeft u werknemers in dienst die inwoner zijn van een ander EU-land, EER-land, Zwitserland of de BES-eilanden. En vermoedt u dat deze werknemers in hun woonland zijn belast, maar dat minstens 90% van hun inkomen onder de Nederlandse loon- of inkomstenbelasting valt? In dat geval zijn zij waarschijnlijk zogeheten kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen. Wijs deze werknemers erop dat zij per 1 januari 2019 alleen nog recht hebben op het belastingdeel van de heffingskortingen waarop niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen uit het betreffende land in de inkomstenbelasting recht hebben. Uw werknemers kunnen het resterende deel van het belastingdeel van de heffingskorting te gelde maken door verzoek om een voorlopige aanslag in te dienen. Licht uw werknemers daarover snel in, zodat zij tijdig de voorlopige aanslag aanvragen.

AUTO

Koop nu een elektrische auto van de zaak
Als u nu een nieuwe auto van de zaak gaat rijden met een CO2-uitstoot van nihil, krijgt u in beginsel te maken met een bijtelling wegens privégebruik van 4%. Vanaf 1 januari 2019 geldt het lage bijtellingspercentage alleen maar voor zover de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 50.000. Voor zover de waarde hoger is, geldt een bijtellingspercentage van 22%. Als de auto onder overgangsrecht valt, mag u nog een tijdje de oude bijtelling hanteren. Als uw werkgever (of uw B.V.) pas in 2019 een gloednieuwe auto koopt en aan u ter beschikking stelt, zal deze niet onder het overgangsrecht vallen. Opschieten dus!

Let op!
Na de eerste wijziging van de bijtellingspercentages en CO2-uitstootgrenzen na de eerste toelating op de weg van de auto blijven de oude percentages en grenzen nog gedurende zestig maanden gelden. Deze termijn start op de eerste dag van de maand na de datum van eerste toelating. Maar daardoor geldt voor veel auto’s die zijn aangeschaft vóór 1 januari 2017, een bijtellingspercentage van 25!

Vraag naar gebruik van bedrijfsauto
Als u een auto ter beschikking stelt aan een werknemer, mag u de bijtelling voor het privégebruik van de auto onder voorwaarden achterwege laten. Bijvoorbeeld als u een kopie bezit van de ‘Verklaring geen privégebruik auto’ van de desbetreffende werknemer. In zo’n document verklaart hij niet meer dan 500 privékilometers te rijden met de auto van de zaak. Informeer vóór de jaarwisseling bij uw werknemer of de situatie per 1 januari 2019 hetzelfde blijft of niet. Want als uw werknemer in 2019 meer dan 500 privékilometers rijdt met de auto, moet u de bijtelling voor privégebruik gaan toepassen.

Let op!
De bijtelling geldt per kalenderjaar. Wijs uw werknemer hierop en voorkom dat de 500-kilometergrens net voor het einde van het jaar wordt overschreden. Rijdt uw werknemer bijvoorbeeld alleen in de maand december meer dan 500 kilometer privé met de bedrijfsauto, dan moet u het voordeel van het privégebruik voor het gehele jaar tot het loon van die werknemer rekenen.

Houd in autobranche autogebruik bij
Bent u actief in de autobranche? Dan is de kans groot dat (een deel van) uw werknemers niet het hele jaar in dezelfde auto van de zaak rijden. In deze situatie moet u goed bijhouden welke werknemers in welke auto’s rijden. Zeker met het einde van het jaar in het vooruitzicht is het een goed idee om na te gaan of u de registratie van de auto’s en de werknemers op orde heeft. In de Handreiking bijtelling autobranche vindt u praktische tips.

Laat werknemer snel zijn boeten betalen
Als uw werknemer tijdens zijn gebruik van de auto van de zaak verkeersovertredingen heeft begaan, is het mogelijk dat het bedrijf in eerste instanties de boeten moet betalen. Zorg ervoor dat het bedrijf nog dit jaar deze boeten op de werknemer verhaalt. Gebeurt dat niet, dan kan de Belastingdienst het bedrag van de boeten tot het loon van de werknemer rekenen. Uw bedrijf riskeert dan ook dat het tegen een naheffingsaanslag loonheffingen aanloopt.

Zeg vóór 2019 leasecontract auto werknemer op
Verwacht u begin volgend jaar een werknemer te ontslaan die nu nog rijdt in een geleasede auto van de zaak? Regel dan dat de schadevergoeding die de leasemaatschappij in rekening brengt voor het voortijdig beëindigen van het leasecontract voor rekening komt van uw werknemer. Het meest gunstige is als u het leasecontract opzegt vóór 1 januari 2019 en zelf de schadevergoeding betaalt aan de leasemaatschappij. Vervolgens vordert u het bedrag van de afkoopboete van uw werknemer. Op die manier kan uw werknemer de doorbetaling van het boetebedrag als eigen bijdrage aftrekken van zijn bijtelling vanwege het privégebruik van de leaseauto van de zaak.

ESTATE PLANNING/PRIVÉ

Vraag nog dit jaar om teruggaaf over 2013
Als u over 2013 nog recht had op een teruggaaf van inkomstenbelasting, moet u deze teruggaaf vóór 1 januari 2019 aanvragen met een T-biljet. U krijgt het belastingbedrag terug als dit meer bedraagt dan de teruggaafdrempel. In 2013 bedroeg deze € 14, evenals in 2018 trouwens.

Doe nog vóór 1 januari 2019 een schenking
Als u nog vóór 1 januari 2019 aan uw (klein)kinderen schenkt, kunnen zij gebruikmaken van de jaarlijkse vrijstelling van
€ 5.363 (kinderen) of € 2.147 (algemene vrijstelling). Voor kinderen tussen 18 en 40 jaar geldt daarnaast een eenmalige vrijstelling voor schenkingen van € 25.731. Hierbij valt de dag van de 40e verjaardag nog binnen de leeftijdsgrens. Is het een schenking aan kinderen voor een studie, dan is de eenmalige vrijstelling € 53.602. Bij een schenking voor een eigen woning is de eenmalige vrijstelling zelfs € 100.800. Met betrekking tot deze eenmalige vrijstelling is het echter niet noodzakelijk om haast te maken met een schenking, want in fiscaal opzicht maakt het in principe geen verschil of de schenking in 2018 of in 2019 wordt gedaan. De vrijstelling van € 100.800 geldt voor iedereen die tussen de 18 en 40 jaar is.

Tip!
U bent niet verplicht het gehele bedrag van € 100.800 in één jaar te schenken. Het onbenutte deel kunt u gespreid toepassen over een periode van maximaal twee jaren die direct volgen op het eerstgenoemde kalenderjaar. Houd er wel rekening mee dat de toepassing van de verhoogde vrijstelling wordt beïnvloed als eventueel in een voorgaand jaar al de toepassing van een eenmalig verhoogde schenking plaatsvond.

Let op!
Ook als u gespreid schenkt, mag de begunstigde de leeftijdsgrens van 40 jaar niet overschrijden. Heeft degene aan wie u wilt schenken de leeftijd van 40 jaar al bereikt, maar is zijn partner wel jonger, dan is de eenmalige vrijstelling toch toe te passen.

Onderhoud woning kind moet vóór 2019 klaar zijn
Heeft u in 2016 aan uw kind een bedrag geschonken om daarmee zijn eigen woning te verbeteren of te onderhouden? Dan zal uw kind waarschijnlijk toen de verhoogde schenkingsvrijstelling van € 53.016 hebben toegepast op de schenking. Een voorwaarde voor deze vrijstelling was dat de schenking is gedaan onder de ontbindende voorwaarde dat het geschonken bedrag binnen twee jaren na het kalenderjaar van schenking moet zijn besteed aan de verbetering of het onderhoud. Wijs uw kind dus erop dat de werkzaamheden in 2018 moeten zijn afgerond opdat de schenking niet vervalt!

Laat de vrijstelling niet verdampen
Als in 2015 of 2016 gebruik is gemaakt van de eenmalig verhoogde schenkvrijstelling (van maximaal € 52.752 respectievelijk € 53.016) voor de eigen woning, kunt u uiterlijk in 2018 als schenker uw eerdere schenking nog aanvullen met hooguit € 46.824. Bij dit bedrag geldt als uitgangspunt dat in 2017 nog geen aanvulling heeft plaatsgevonden. Verder is de aanvulling alleen vrijgesteld als de ontvanger of zijn partner nog steeds voldoen aan de geldende leeftijdseis (18-40 jaar). Ook moet het gehele bedrag worden gebruikt voor de eigen woning.

Doe vóór 1 maart 2019 aangifte schenkbelasting
Als u in 2018 een of meer schenkingen heeft ontvangen, waarover u schenkbelasting moet betalen, dien dan uw aangifte schenkbelasting in vóór 1 maart 2018. In dat geval bent u in ieder geval op tijd. Als u de eenmalige (bijzondere) verhoogde vrijstelling voor schenkbelasting wilt gebruiken zodat u per saldo niets betaalt, moet u ook tijdig uw aangifte indienen. In deze aangifte moet u namelijk verzoeken om toepassing van de eenmalige (bijzondere) verhoogde vrijstelling. Als u later dan vier maanden na afloop van het kalenderjaar van schenking de aangifte schenkbelasting indient, gaat de aanslagtermijn pas de dag na de aangifte in. Dat betekent dat u langer moet wachten voordat u zekerheid heeft.

Tip!
U kunt de aangifte schenkbelasting zoeken op de website van de Belastingdienst, of online aangifte schenkbelasting doen via ‘Mijn Belastingdienst’.

Ga flink aan de slag met uw studie
Volgend jaar zijn scholingskosten voor een opleiding of studie gericht op een (toekomstig) beroep waarschijnlijk voor het laatst aftrekbaar. Het vorige kabinet wilde namelijk de aftrek van scholingskosten afschaffen, maar de afschaffing is steeds uitgesteld. Het lijkt er nu op dat de scholingskostenaftrek in 2020 komt te vervallen. Als u nog niet zo ver bent gevorderd met uw studie, is het dus verstandig om hier wat meer vaart achter te zetten. Bovendien zijn de scholingskosten dit jaar aftrekbaar tegen maximaal 51,95% en in 2019 tegen maximaal 51,75%.

Tip!
Als u ondernemer bent, kunt u onder voorwaarden ook na 2018 de kosten voor scholing blijven aftrekken als ondernemingskosten.

Doneer aan culturele instelling
Als u nog in 2018 een schenking wilt doen aan een goed doel, is een donatie aan een culturele algemeen nut beogende instelling (ANBI) fiscaal voordeliger dan een donatie aan een gewone ANBI. Een gift aan een culturele instelling levert u namelijk voor de inkomstenbelasting een aftrekpost op van 125% van het geschonken bedrag, in plaats van 100%. De extra aftrek van 25% is gemaximeerd op € 1.250. Ook geldt evenals bij gewone giften een drempel van 1% van het verzamelinkomen (maar de drempel bedraagt minstens € 60) vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek en een maximale aftrek van 10% van het verzamelinkomen (vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek). Bovendien daalt in 2019 het maximum percentage waartegen u de giften kunt aftrekken van 51,95% naar 51,75%

Tip!
Heeft u een eigen B.V. heeft, dan kunt u via uw B.V. ook schenken aan een culturele instelling. Dat levert in de vennootschapsbelasting een extra aftrek op van 50% van het bedrag dat uw B.V. heeft geschonken aan culturele instellingen, met een maximum van € 2.500.

Betaal uw alimentatie vóór 1 januari 2019
Een alimentatiebetaling aan uw ex-echtgenoot vormt een onderdeel van de persoonsgebonden aftrek. In 2018 is de alimentatie aftrekbaar tegen maximaal 51,95%. In 2019 is de alimentatie maar aftrekbaar tegen hoogstens 51,75%. Probeer dus om de alimentatie in 2018 te laten vallen. Maar dit betekent wel dat u uiterlijk op 31 december 2018 het alimentatiebedrag moeten hebben overgemaakt.

Let op!
U mag een alimentatieverplichting niet als schuld opvoeren in box 3.

Sluit vóór 2019 samenlevingscontract
Fiscaal partnerschap kan voordelig zijn, bijvoorbeeld als een van de partner zijn heffingsvrije vermogen in box 3 niet volledig benut. Misschien zijn u en uw partner nog niet elkaars fiscale partner, maar kunt u nog regelen dat u beiden voor het hele jaar als elkaars fiscale partner worden aangemerkt. U moet dan in elk geval ongehuwd samenwonen en per 1 januari 2018 op hetzelfde woonadres staan ingeschreven. Daarnaast moet zich een bepaalde situatie voordoen. De situatie die het makkelijkst op korte termijn is te realiseren, is het afsluiten van een notarieel samenlevingscontract. Als u dit vóór 1 januari 2019 regelt en voldoet aan de eerdergenoemde voorwaarden, kunt u alsnog voor heel 2018 als fiscale partners worden aangemerkt.

Tip!
Er zijn nog vijf andere situaties waarin het fiscale partnerschap voor het hele jaar te verkrijgen is. Namelijk als uit uw relatie een kind is geboren, een van u beiden een kind van de ander heeft erkend, een van u beiden als partner van de ander is aangemerkt in een pensioenregeling, u samen met uw partner een eigen woning bezit of op uw woonadres een minderjarig kind van minstens een van u beiden staat ingeschreven. In dat laatste geval moet zowel u als uw partner meerderjarig zijn.

Vergeet niet om in 2018 periodiek te verrekenen
Echtgenoten die op huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd met een periodiek verrekenbeding, willen nog weleens vergeten om deze verrekening ook uit te voeren. En als de verrekening achterwege is gebleven, zal bij het einde van het huwelijk door scheiding of overlijden (ook fiscaal) worden afgerekend alsof er gemeenschap van goederen was. Bent u ook getrouwd onder huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding, vergeet dan niet om deze afrekening ook over 2018 op te stellen.

Tip!
U kunt een periodiek verrekenbeding dat jarenlang niet is uitgevoerd, ‘repareren’ door de te verrekenen bedragen alsnog te berekenen en de uitkomst vast te leggen in een vaststellingsovereenkomst. Vervolgens moet u het beding wel jaarlijks uitvoeren of u moet de huwelijkse voorwaarden op dit punt laten aanpassen.

Rond echtscheiding nog dit jaar af
Als u in een scheidingsprocedure zit en verwacht meer te krijgen dan uw ex-echtgenoot (bijvoorbeeld een onderneming), probeer dan de echtscheiding nog dit jaar af te ronden. Het voordeel hiervan is dat u uw overbedelingsschuld aan uw ex-echtgenoot mag aftrekken van uw rendementsgrondslag van box 3. Bovendien kan fiscaal partnerschap nadelig uitpakken voor het recht op bepaalde toeslagen voor u of uw ex-partner.

Betaal dit jaar nog lijfrentepremie
Mocht u te maken hebben met een pensioengat, dan kunt u overwegen om een lijfrente af te sluiten. De lijfrentepremies zijn bovendien binnen bepaalde grenzen fiscaal aftrekbaar. De aftrek van lijfrentepremie is in eerste instantie beperkt tot de zogeheten jaarruimte. Daarnaast is de premie alleen aftrekbaar als u deze ook daadwerkelijk heeft betaald in het jaar waarin u haar wilt aftrekken. Zorg er daarom voor dat u de lijfrentepremie uiterlijk 31 december 2018 heeft betaald.

Tip!
Stel, u heeft in de afgelopen 5 jaar lijfrentepremies betaald, maar vergeten om deze inkomstenbelasting op te geven in uw aangifte. Bovendien staat de desbetreffende aangifte al onherroepelijk. In dat geval kunt u een verzoek om ambtshalve vermindering indienen bij de inspecteur. U moet dan kunnen bewijzen dat u de betaalde premie niet heeft afgetrokken. Dit kunt u bijvoorbeeld doen met kopieën van uw aangifte en de aanslag over het betreffende jaar.

Verlaag eigen bijdrage Wlz
Uw box 3-vermogen heeft niet alleen gevolgen voor de inkomstenbelasting, maar ook voor onder andere de toekenning van toeslagen. Hierbij geldt immers een vermogenstoets. Ook de eigen bijdrage voor zorg op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz-zorg) is afhankelijk van de box 3-vermogen op de peildatum (1 januari). Daarom is het misschien raadzaam om uw box 3-vermogen vóór 1 januari 2019 te verlagen door bijvoorbeeld schenkingen te doen.

Let op!
Bij het vaststellen van de eigen bijdrage voor de Wlz kijkt de overheid standaard naar uw vermogen van twee jaar geleden. Dit betekent dat een verandering in dit vermogen (bijvoorbeeld door nu te schenken) pas twee jaar later effect heeft. U kunt onder voorwaarden voor 2019 verzoeken om verlegging van het peiljaar 2017 naar 2019. Dan heeft verlaging van uw vermogen per 1 januari 2019 wel effect voor 2019. Informeer hiervoor bij het Centraal Administratie Kantoor (CAK).

Verlaag uw spaargeld vóór 1 januari 2019
Als gevolg van de extreem lage rente op spaargeld leidt de box 3-heffing over spaargeld tot een hoge belastingdruk. U kunt deze druk voor 2019 verlagen door vóór de peildatum van 1 januari 2019 uw spaargeld te gebruiken voor een van de volgende alternatieven: uw spaargeld inbrengen in een nieuwe B.V., uw spaargeld inbrengen in een open fonds voor gemene rekening, uw spaargeld storten als informeel kapitaal of agio in uw B.V., of uw spaargeld omzetten in een vordering op uw B.V. (zogeheten terbeschikkingstellingsvordering).

Let op!
Aan de genoemde voordelen kunnen wel nadelen en risico’s kleven. Aan de oprichting van een B.V. zijn bijvoorbeeld kosten verbonden. Ga na wat voor u de beste optie is en of deze per saldo voordeliger is dan uw spaargeld in box 3 te laten staan.

Los snel kleine schulden af
Het laten staan van kleine schulden is fiscaal nadelig, omdat zij pas de heffingsgrondslag van box 3 verlagen voor zover zij een drempel van € 3.000 (bedrag 2018) per partner hebben overschreden. Het is fiscaal voordeliger om deze schulden af te lossen zodat zij op de peildatum van 1 januari 2019 niet langer aanwezig zijn en de box 3-heffing direct is verlaagd.

Doe nog in 2018 grote uitgaven
Is uw vermogen zo hoog dat u box 3-heffing moet betalen en bezit u genoeg spaargeld om eventuele uitgaven nog in 2018 te doen? Overweeg dan om grote privéaankopen die u eigenlijk in 2019 had willen doen, zoals de aanschaf van een nieuwe auto of nieuwe meubels, vóór 1 januari 2019 te doen. Dergelijke bezittingen behoren namelijk niet tot de grondslag voor de box 3-heffing, terwijl het spaargeld dat u voor de aankoop gebruikt dan op de peildatum van 1 januari 2019 ook niet meer meetelt voor de grondslag. Zo kunt u in box 3 flink wat besparen!

Betaal belastingaanslagen vóór 2019
Belastingaanslagen tellen niet mee als schulden voor box 3. Daarom is het aan te raden om een ontvangen belastingaanslag vóór 1 januari 2019 te betalen. Over de gelden waarmee u deze aanslag betaalt, hoeft u dan immers geen box 3-heffing te betalen.

Tip!
De regel dat een openstaande belastingschuld niet als schuld meetelt in box 3 kent uitzonderingen. Zo mag u de nog niet betaalde erfbelasting wél als schuld aangeven in box 3.

Wacht met verkoop groene belegging
Wilt u de vrijstellingen in box 3 optimaal benutten, vergeet dan niet de vrijstelling voor groene beleggingen. Deze beleggingen zijn namelijk vrijgesteld tot een maximum van € 57.845 (bedrag 2018) per persoon (€ 115.690 bij fiscale partners). Met de extra heffingskorting van 0,7% levert dit in box 3 een behoorlijke belastingbesparing op. Wilt u dit belastingvoordeel ook in 2019 benutten, dan is het van belang dat u de groene fondsen op 1 januari 2019 (peildatum) in bezit heeft. Dus als u overweegt om deze fondsen van de hand te doen, houd deze dan in elk geval aan tot na 1 januari 2019.

Tip!
Als u nog geen groene beleggingen heeft maar overweegt om uw geld groen te beleggen, doe dit dan zo mogelijk al vóór 1 januari 2019. In dat geval kunt u immers al in 2019 profiteren van de vrijstelling én de heffingskorting.

Geef in 2016 verzwegen inkomen op
Heeft u inkomen of vermogen verzwegen bij de aangifte die u in 2016 verzorgde? Geef dat alsnog op en maak daarbij gebruik van de inkeerregeling. Stuurt u het verzoek om gebruik te maken van de inkeerregeling binnen twee jaar na de aangifte waarin u het vermogen heeft verzwegen, dan krijgt u namelijk geen vergrijpboete. Als u wel te laat inkeert, zal de inspecteur trouwens de boete verminderen tot 40% van de maximale boete die hij kan opleggen als u helemaal niet inkeert. De inkeerregeling ziet niet op verzwegen vermogen dat in het buitenland is aangehouden!

Tip!
Deze beperking geldt voor belastingaangiften die ingediend hadden moeten worden vóór 1 januari 2018. Inkeren (ter zake van buitenlands vermogen) voor aangiften die ingediend zijn of hadden moeten zijn, blijft nog mogelijk, steeds binnen de hierboven genoemde periode van twee jaar.

Let op!
Als vermogen in box 3 verzwijgt en niet inkeert, riskeert u een boete van 75% bij grove schuld, 150% bij opzet en 300% bij ernstige fraude of recidive. Er kunnen strafverzwarende en strafverminderende factoren zijn waardoor het percentage eventueel nog hoger of juist lager wordt.

Dien vóór 1 november 2018 uw verzoek om een voorlopige aanslag in
Als u uw box 3-vermogen per 1 januari 2019 wilt drukken, dien dan vóór 1 november 2018 een verzoek om een voorlopige aanslag in. Als de Belastingdienst u vóór 1 januari 2019 een belastingaanslag oplegt die u direct betaalt, heeft u uw box 3-vermogen al verminderd. Maar ook in het geval dat de Belastingdienst pas na 31 december 2018 de aanslag vaststelt, kunt u uw belaste box 3-vermogen verlagen. U mag in deze situatie namelijk het na 31 december 2018 betaalde belastingbedrag aftrekken van het box 3-vermogen van 1 januari 2019. Hetzelfde geldt overigens ook als u vóór 1 oktober een definitieve aangifte heeft ingediend.

Let op!
Als u alleen maar een schattingsformulier voor IB-ondernemers en resultaatgenieters indient, telt dit niet als het aanvragen van een voorlopige aanslag.

EIGEN WONING

Betaal hypotheekrente vooruit
Als u in 2019 de AOW-leeftijd bereikt of vanwege een andere reden onder een lager belastingtarief, betaal dan in 2018 nog de hypotheekrente die betrekking heeft op de periode tot 1 juli 2019. U betaalt minder belasting doordat u deze rente dan tegen een hoger tarief aftrekt. In ieder geval is het zo dat het toptarief waartegen u de hypotheekrente kunt aftrekken in 2019 daalt van 49,5% naar 49%.

Let op!
Het heeft geen zin om voor een langere periode vooruit te betalen. Doet u dat toch, dan weigert de Belastingdienst de vooruitbetaalde rente als aftrekpost voor 2018.

Let op!
Als u maar weinig hypotheekrente betaalt, kan het door de aftrek vanwege geen of geringe eigenwoningschuld mogelijk zijn dat u beter af zou zijn als u de betaalde hypotheekrente niet zou opgeven. Helaas is dat geen optie, zo heeft het ministerie van Financiën bevestigd: het opgeven van de betaalde eigenwoningrente is verplicht!

Verkoop eigen woning na 1 januari 2019
Bent u van plan om binnenkort uw schuldenvrije woning te verkopen en niet direct een nieuwe woning aan te kopen? Overweeg daarmee te wachten tot in 2019. Verkoopt u uw woning namelijk vóór 1 januari 2019, dan zal de ontvangen koopsom meetellen in de grondslag van de vermogensrendementsheffing van het jaar 2019 (peildatum 1 januari 2019). Verkoopt u de woning op bijvoorbeeld 5 januari 2019, dan valt de koopsom in 2019 nog niet in box 3.

Los hypotheek in 2018 af
Soms is het voordelig om uw eigenwoningschuld (gedeeltelijk) af te lossen. Heeft u bijvoorbeeld nog een gedeeltelijk aflossingsvrije hypotheek met een vrij hoge rente en belast vermogen in box 3 dat u kunt missen? Als het rendement op dat vermogen lager is dan wat u netto aan hypotheekrente betaalt, is aflossen waarschijnlijk interessant. Informeer hoeveel u boetevrij kunt aflossen. Meestal is dat hoogstens 10% van het (openstaande) hypotheekbedrag per jaar. Als u vóór 1 januari 2019 aflost, behaalt u hierbij een box 3-voordeel.

Let op!
Als u geen eigenwoningschuld heeft of een eigenwoningschuld die minder bedraagt dan het eigenwoningforfait, krijgt u een extra aftrek. Het effect van deze aftrek is dat het saldo van het eigenwoningforfait en de betaalde rente voor maar 3 1/3% in de heffing valt. Dit is wel een versobering ten opzichte van voorgaande jaren, want toen kreeg u een aftrek ter grootte van het resterende saldo. En in de jaren na 2019 zal de extra aftrek steeds met 3 1/3 %-punt dalen.

Laat hypotheek vóór 1 januari 2019 in box 3 vallen
Als u een flinke eigen woningschuld heeft maar daarover maar een lage rente betaalt, reken dan eens uit of het niet fiscaal voordeliger is om de schuld in box 3 te laten vallen. U verliest dan natuurlijk de renteaftrek in box 1, maar daar staat tegenover dat u minder vermogen heeft in box 3. Als het verschil tussen het forfaitair percentage in box 3 (maximaal 5,38% in 2018 en waarschijnlijk 5,60% in 2019) en het hypotheekrentepercentage groot genoeg is, kan de hypotheek in box 3 best gunstig zijn. Omdat een hypotheekschuld alleen onder strenge voorwaarden kwalificeert als een eigenwoningschuld, hoeft dat niet altijd even moeilijk te zijn. U moet zorgen dat u niet meer aan een van de voorwaarden voldoet. Heeft u bijvoorbeeld de hypotheek afgesloten bij een schuldeiser die geen aangewezen administratieplichtige is (zoals ouders of een eigen B.V.), dan kunt u de voorwaarden voor eigenwoningschuld verbreken door uw informatieplicht te verzaken. Regel dit al in 2018, dan heeft u er al in 2019 profijt van.

Ga nu schuld voor verbouwing aan
Bent u van plan om uw eigen woning te laten verbouwen? Als u dit nog in 2018 regelt en de verplichtingen dus aangaat vóór 1 januari 2019, verlaagt u uw grondslag voor de heffing in box 3.

Stel verhuur eigen woning uit tot na 2018
Als u van plan bent om uw eigen woning te verhuren, stel dit dan uit tot na 1 januari 2019. Zodra u uw eigen woning voor langere tijd verhuurt, is de woning namelijk geen eigen woning meer maar een beleggingspand. Hierdoor gaat de woning van box 1 over naar box 3, waar zij meetelt voor de grondslag voor de box 3-heffing. Even wachten is dan dus verstandig.

Let op!
Verhuurt u vanaf 1 januari 2019 (peildatum), dan telt de woning voor heel 2019 mee voor de heffingsgrondslag voor box 3.

Rond verbouwing monumentenpand dit jaar af
Het kabinet wil per 1 januari 2019 de aftrek van de kosten voor het onderhoud van monumentenpanden afschaffen. In plaats daarvoor komt een subsidieregeling. Dit plan bestaat al langer, maar de staatssecretaris van Financiën heeft de Kamerleden aangespoord om het wetsvoorstel voortvarend te behandelen. Als u in staat bent om het onderhoud nog dit jaar te laten afronden, is het verstandig om deze kans te benutten.